Jaap de Groot. Beeld Artur Krynick

Politieke strijd tegen matchfixing

Plus Jaap de Groot

Voetballers die zich laten omkopen of tennissers die door gokkers worden geïntimideerd; het is wereldwijd aan de orde van de dag. Nederland heeft nog een schoon geweten. Niet dat er niets gebeurt, maar de aanpak is nog verre van adequaat.

Inmiddels hebben de ministers Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) de handen ineengeslagen. Het is nog onder de radar gebleven, maar sinds maandag 15 juli kent Nederland een Informatiecoördinator Matchfixing. Het betreft Chiel Warners, die als tienkamper in 2004 vijfde werd tijdens de Olympische Spelen en commissielid is van het Wereld Anti-Doping Agentschap (Wada).

Zijn werkgever is het ministerie van Justitie en Veiligheid, een indicatie dat zijn functioneren verder dan de sport reikt. Warners maakt dan ook deel uit van het zogenaamde Signalenoverleg, dat onder leiding staat van het Openbaar Ministerie en waar politie, Belastingdienst, Fiod en Kansspelautoriteit in participeren. Met als doel een gesloten keten van preventie, signalering en repressie te realiseren.

Warners wordt verantwoordelijk voor het registreren en coördineren van alle signalen van binnen en buiten de sportwereld die op matchfixing kunnen wijzen. Met de verkregen informatie moet hij zo adequaat mogelijk de juiste instanties activeren. Na twee jaar wordt bekeken in hoeverre de Informatiecoördinator Matchfixing de bestrijding van onrechtmatigheden in de sport heeft versterkt.

Opvallend is ook de introductie van een barrièremodel. Het is opgebouwd uit het proces van stappen die een matchfixer moet doorlopen om matchfixing te kunnen plegen en maakt per stap inzichtelijk hoe dit kan worden verstoord. Ook geeft het inzicht in welke partijen en gelegenheden matchfixing mogelijk maken. Het door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) samengestelde model is beschikbaar op www.barrieremodellen.nl.

Dit zijn opvallende maatregelen richting een sector waar steeds meer geld in omgaat. Overigens zijn in Nederland de topwedstrijden nauwelijks fraudegevoelig. Ondergetekende onderzocht de afgelopen 25 jaar vier competitiewedstrijden waar een luchtje aan zat (Helmond Sport-Haarlem, Telstar-FC Zwolle, FC Groningen-NAC en Roda JC-Willem II), maar steeds haakten getuigen af en daardoor ontbrak uiteindelijk voldoende juridische onderbouwing om te publiceren.

In alle gevallen ging het om duels die geen invloed op de ranglijst hadden. Dus omkoping om een goksyndicaat meer zekerheid te bieden en niet om het competitieverloop te beïnvloeden. Verder bleek bij drie van de vier wedstrijden dat er een speler in het veld stond met zware gokschulden.

Zijn de topduels niet fraudegevoelig, de veiligheid van topsporters is wel een issue. Zo worden in het tennis nietsvermoedende toppers steeds vaker via sociale media geïntimideerd als ze onverwachts een wedstrijd verliezen. De volgende stap is dat topsporters door machtige syndicaten zo gechanteerd worden dat ze uiteindelijk geen kant op kunnen.

Het maakt duidelijk dat er processen gaande zijn die de sport ontstijgen. Samenwerking tussen de ministeries kon daarom niet uitblijven.

j.degroot@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden