Opinie

'Politiek is het toneel van een verbitterde tweedeling'

Politici wakkeren maatschappelijke tegenstellingen aan, waarmee ze het zich moeilijker maken om te onderhandelen, betoogt John Jansen van Galen.

Met zijn 'frappante statements' gaat het Klaas Dijkhoff (VVD) blijkbaar niet om beleid. Beeld Robin Utrecht/ANP

Er wordt veel gesmaald over het akkoord inzake het kinderpardon ('laf', 'gesteggel', 'miezerige koehandel'), maar de totstandkoming ervan is heilzaam vergeleken bij wat we dezer dagen in andere landen zien.

In Amerika is de overheid bijna lamgelegd doordat Republikeinen en ­Democraten tegenover elkaar staan over een muur die illegale immigranten moet weren, en elkaar geen duimbreed tegemoetkomen. In ­Engeland moeten Conservatieven en Labour samen vormgeven aan een brexit die de toekomst van de natie bepaalt, maar ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet.

En ook Frankrijk is het toneel van een verbitterde tweedeling. Gelukkig hebben we in Nederland een stelsel dat dwingt tot samenwerking en compromissen. Dat is des te moeilijker, omdat ook in ons land de opvattingen steeds sterker uiteenlopen. Of het om de gehaktbal en de 'Hollandse pot' gaat dan wel om 'vliegschaamte', vuurwerk of Zwarte Piet, bij elke oplaaiende maatschappelijke discussie lijken 'hardwerkende, gewone Nederlanders' en een 'deugelite' van 'gutmenschen' onoverbrugbaar tegenover ­elkaar te staan.

'Vliegschaamte gebakken lucht', luidde een kop op de voorpagina van De Telegraaf, die het verzet graag aanvoert. Het gaat daarbij telkens om het gevoel dat 'ons' gewone mensen iets dierbaars wordt afgenomen door de betweters en praatjesmakers van 'de politiek' en de media. Het land lijkt in twee naties uiteen te vallen, niet van zins rekening met elkaar te houden.

Verzuild Nederland
Was dat vroeger dan niet zo? Jawel. Al is de toon door de ongeremdheid van sociale media (waarom heten die eigenlijk sociaal?) nu scherper, een halve eeuw terug waren de maatschappelijke tegenstellingen niet geringer. In het verzuilde Nederland liepen de opvattingen toen zelfs verder uiteen.

Nederlanders leefden in verschillende werelden met sterk uiteenlopende normen en waarden: jij in jouw kleine hoekje, ik in het mijne. Maar na de verkiezingen gooiden de leiders van de elkaar vijandig gezinde stromingen (de 'zuilen'), die hun achterban in de campagne opgejut en in hun vooroordelen gestijfd hadden, het in het landsbelang altijd weer samen op een akkoordje.

Dat lukt nauwelijks meer. De parlementaire democratie is een continue show geworden, waarin politici om aanhang te werven hun publiek voortdurend moeten behagen met frappante statements. Klaas Dijkhoff is er een meester in. Het gaat hem blijkbaar niet om beleid (dat immers, zoals hij beklemtoont wanneer het hem uitkomt, vastligt in het regeerakkoord), maar om bij zijn achterban de 'identiteit' van de VVD telkens te bevestigen en te versterken.

Zo wakkeren politici de maatschappelijke tegenstellingen aan en maken ze het zichzelf moeilijker om in gezamenlijke onderhandelingen kabinetsformaties te laten resulteren in regeringen met een solide meerderheid en een stabiel beleid. Rutte III is gefundeerd op vier fracties met samen slechts 76 zetels. En in een volgende ronde kan het nog wel erger worden.

Amusant schouwspel
Het aanhoudende verbale armpje drukken is misschien verkieslijk boven het vroeger gangbare 'praten met meel in de mond'. Het levert een boeiend en amusant schouwspel op, maar bedreigt tegelijk de nationale samenhang.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat juist nu de staatscommissie-Remkes op de proppen kwam met het voorstel de premier voortaan door de burgers te laten kiezen. Dat idee was populair in de jaren zestig. Het inspireerde tot de oprichting van D66 maar leefde veel breder.

De gedachte was dat verkiezing van een premier het partijstelsel zou opblazen. Achter de meest kansrijke kandidaten (zeg: Joop den Uyl versus Hans Wiegel) zouden zich vanzelf twee blokken van partijen verenigen en de christelijke middenpartijen zouden daardoor uiteenvallen in links en rechts, wat een diepgevoeld verlangen was in het progressieve kamp.

John Jansen van Galen Journalist en publicist Beeld ANP Kippa

Het idee werd toen ook al omarmd door een staatscommissie, geleid door oud-premier Barend Biesheuvel, maar er kwam niks van. De grote partijen voelden er niet voor hun invloed op de keuze van een premier af te staan aan het electoraat. En dat is achteraf maar goed ook.

We behielden het stelsel dat ook de Duitsers kennen en waarbij tegenstellingen worden overbrugd en verzoend. Zeker, in 1966 was ook ik geestdriftig voorstander van een gekozen premier. Weg met achterkamertjesgedoe en christelijke partijen, leve de duidelijkheid van links tegen rechts! Maar als ik de beschamende, een democratie onwaardige taferelen in Washington en Londen zie, beken ik grif mijn ongelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden