Opinie

‘Politiek, geef zelf nu eens vrouwen hun plek’

Beeld Yoko Heiligers

Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel voor een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Saniye Çelik vraagt zich af wanneer politici eens in de spiegel kijken.

De emancipatie van vrouwen kent een lange historie. Precies een eeuw geleden kregen vrouwen in Nederland het kiesrecht, een niet te onderschatten uitkomst van de eerste feministische golf. Een halve eeuw later bracht Joke Smit eigenhandig de tweede golf in beweging met het artikel ‘Het onbehagen bij de vrouw’, gepubliceerd in De Gids (november 1967). 

Wakker geschud eisten vrouwen in de jaren die daarop volgden recht op betaald werk, op goede en betaalbare kinderopvang, op het recht om baas in eigen buik te zijn, op een eigen plek in de maatschappij, op – kortom – de voltooiing van de emancipatie. 

Niet alle vrouwen schaarden zich achter de actievoerders. Vonden ze te luidruchtig, te onbeschaafd, omdat ze zich hulden in tuinbroeken en weigerden bh’s te dragen, en ook omdat zijzelf hun bestaan als huisvrouw en moeder vanzelfsprekend vonden en (nog) geen behoefte voelden aan verandering. Maar successievelijk werd gehoor gegeven aan veel feministische eisen. 

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben de achtereenvolgende regeringen emancipatiebeleid gevoerd. Jeltien Kraaijeveld-Wouters (CDA) werd in 1977 de eerste staatssecretaris voor emancipatiezaken. In 1981 nam Hedy d’Ancona (PvdA) de scepter van haar over. 

In het huidige kabinet is het dossier verdeeld onder twee vrouwen: minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor vrouwenemancipatie met de toevoeging tussen haakjes ‘gendergelijkheid’, en minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties spant zich in voor meer vrouwen in het openbaar bestuur.

‘Een dubbele belediging’

Er is nog veel werk te verzetten om meer vrouwen in de politiek en het openbaar bestuur te krijgen. Om Hedy d’Ancona te citeren: ‘Als je vijftig jaar geleden hebt vastgesteld dat de macht eerlijk verdeeld moet worden tussen vrouwen en mannen, dat onze wereld op die manier bestuurd en gestuurd dient te worden, dan is de uitkomst bedroevend.’ Zij (1937) was van september 1981 tot mei 1982 als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder meer belast met het emancipatiebeleid.

De huidige percentages vrouwen in het openbaar bestuur tonen haar gelijk: 27 procent van de wethouders is vrouw, 29 procent van de burgemeesters, 8 procent van de Commissarissen van de Koning, 33 procent van de Tweede Kamerleden en 29 procent van de leden van de regering. Dat is wat Nederland de afgelopen vijftig jaar met een actief emancipatiebeleid heeft kunnen bereiken. Met het woord ‘mislukking’ is deze uitkomst nog te zwak geduid. In een democratische rechtsstaat als de onze, waar de helft van de bevolking uit vrouwen bestaat, kan en moet dat zeker vele malen beter. 

Wat belemmert de instroom van vrouwen in de politiek en het openbaar bestuur? Ach, laten we de opsomming van al honderd keer herhaalde analyses overslaan en meteen doorstomen naar de oplossing. Naar mijn vaste overtuiging zijn mannen met macht nu aan zet om vrouwen binnen te laten. De vraag is of de mannen daar zin in hebben. 

Of wordt er soms stiekem, soms luidop (de schaamte allang voorbij) het kwaliteitsexcuus gebruikt? Ik herinner me al te goed wat premier Rutte bij het aantreden van het huidige kabinet antwoordde op de vraag waarom er zo weinig vrouwen in zitten. Hij zei dat hij meer vrouwen had willen hebben, maar uiteindelijk voor de beste mensen is gegaan. ‘Een dubbele belediging’, noemt D’Ancona dat.

Migratieachtergrond

De vraag blijft waarom politici zich niet realiseren dat zij het goede voorbeeld moeten geven. Dat kunnen zij door te kiezen voor een zelfopgelegd ambitieus quotum voor kieslijsten en voordrachten voor bestuurlijke rollen. 

En als zij dan toch bezig zijn hun leven te verbeteren, kunnen zij in één moeite door datzelfde doen voor mensen (m/v) met een migratieachtergrond. Want voor deze laatste groep is het percentage in bestuurlijke rollen beschamend laag: minder dan 2 procent, terwijl 24 procent van de samenleving een migratieachtergrond heeft. 

Of dienen zij net zoals de witte vrouwen minstens een halve eeuw te wachten voor zij via een quotum tot de macht worden toegelaten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden