‘Politie wordt nooit inclusiever als de angstcultuur niet wordt aangepakt’

In haar streven naar inclusiviteit moet de politie allereerst de strijd aanbinden met de daar heersende angst­cultuur, stelt onderzoeker en voormalig politievrouw Saniye Çelik. ‘Veel wordt doodgezwegen.’

De politie ziet de nood­zaak van diversiteit en inclusie. De angstcultuur binnen de organisatie is echter een belangrijke hinderpaal.Beeld Jakob van Vliet

Laten we beginnen met positieve berichten over diversiteit en inclusie bij de politie. Op grond van het grote aantal gesprekken dat ik als onderzoeker de afgelopen maanden bij verschillende eenheden heb gevoerd, kan ik zonder aarzelen zeggen dat de politie de urgentie en het belang van het thema wel degelijk voelt. Ik trof er een vastberaden inzet om inclusie te bevorderen en de weerstanden tegen diversiteit te overwinnen.

Van de agenten op straat tot en met de top zetten politiemensen zich in om een dienst van en voor iedereen in de samenleving te zijn. In verscheidene teams is inclusie een vast onderwerp tijdens de reguliere briefings, er is aandacht voor de begeleiding van nieuwe collega’s en men let erop of mensen goed in hun vel zitten. Met enige overdrijving zou je kunnen zeggen dat er in die teams een familiecultuur heerst, een sfeer waarin mensen voor elkaar zorgen.

En dan nu de keerzijde. Tijdens mijn gesprekken binnen de organisatie ben ik opnieuw bevestigd in het bestaan van de forse blokkade die vergroting van de inclusiviteit bij de politie in de weg zit: een angstcultuur.

Gevoel van onveiligheid

Ik heb het hier over de aanzienlijke groep politiemensen die het belang van diversiteit inziet. Mensen die ervoor openstaan en oog hebben voor de ingewikkeldheid van het vraagstuk, maar die zwijgen als zij te maken krijgen met ongewenst of discriminerend gedrag richting collega’s. Zij voelen zich belemmerd in hun vrijheid hun mening te geven, bang als zij zijn erop afgerekend te worden door hoger geplaatsten. Dit gevoel van onveiligheid doet zich echt niet alleen voor bij politiemensen met een niet-westerse achtergrond. Het speelt ook bij vele anderen. Het ongemak en niet te vergeten het gemak van verschillen blijven daardoor onbesproken.

Het adagium op de werkvloer is: we zijn open, transparant, en alle medewerkers moeten zich voldoende veilig voelen om hun mening te geven. Maar intussen letten politiemensen wel degelijk op hun woorden, omdat zij denken vroeg of laat te worden gestraft voor hun impopulaire of afwijkende mening. Ze kiezen daarom de veilige weg: kijken de kat uit de boom en mengen zich niet in de gesprekken. Het gevoel leeft dat je snel onderdeel wordt van het probleem als je bijvoorbeeld een standpunt inneemt over een bepaalde gebeurtenis. Het is dan niet gek dat mensen hun mond houden om zichzelf te beschermen.

Het gevolg is dat veel, heel veel, wordt doodgezwegen. En dat is hoogst schadelijk. Ik heb zo mijn twijfels over de vraag of zwijgen in deze context de beste strategie is om de politie verder te helpen. Immers, voor een organisatie als de politie, die midden in de dynamische samenleving staat, zijn continu leren en reflecteren – ook hardop – onmisbaar.

Het doorbreken van die angstcultuur vergt politiemensen – en dan vooral leidinggevenden – die openstaan voor verandering, hun nek durven uitsteken, duidelijk grenzen kunnen stellen en het ongemakkelijke gesprek faciliteren. De vraag is of de huidige leiders dat kunnen en of zij die rol zonder aarzelen op zich kunnen nemen. En of zij voldoende zijn toegerust voor deze taken en of zij daarin worden ondersteund.

Permanente reflectie

Naar mijn oordeel verwerven operationele leiders op dit moment nog te vaak hun positie op basis van senioriteit in het politievak. Het is daarbij vaak niet duidelijk of het dan gaat over het aantal versleten blauwe broeken of over ­iemands bewezen leiderschapskwaliteiten.

Het kunnen omgaan met verschillen en het leren en blijven ontwikkelen door reflectie zou een vereiste moeten zijn voor alle politiemensen. Reflecteren op het eigen handelen wordt al heel snel ervaren als kritiek en afwijzing en minder als een kans om te leren van een situatie.

Permanente reflectie is ook nodig om ruimte te creëren voor mensen die ‘anders’ zijn. Pas als die ruimte er is, kunnen de medewerkers zichzelf zijn en kan de politie als geheel al die verschillen insluiten. Ik vraag mij met verontrusting af hoe politiemensen onbevangen en onbevooroordeeld kunnen omgaan met de ­diversiteit aan burgers in dit land als zij collega’s buitensluiten die anders zijn dan zijzelf.

Een publiek gesprek zoals de politietop nu in De Balie op poten zet, is waardevol. De zoektocht binnen de politieorganisatie naar de sleutel om de angstcultuur te verdrijven, kan wel wat wegwijzers gebruiken. Conclusie: binnen beginnen, is buiten winnen.

Woensdagavond om 20.00 uur praat Saniye Çelik in De Balie over inclusiviteit en diversiteit bij de politie. Aanmelden voor de bijeenkomst kan alleen nog voor de online streaming.

Reageren op dit opiniestuk, of zelf een opinie insturen? Dat kan via hethoogstewoord@parool.nl.

Saniye Çelik. Lector diversiteit en inclusie aan de Hogeschool Leiden, en opleider professional learning aan de Universiteit Leiden.Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden