Opinie

‘Politie laat zich leiden door karikaturen, geen bewijs voor nut stroomstootwapens’

Voor het nut van stroomstootwapens bij politieoptredens in situaties met ‘verwarde personen’ is geen wetenschappelijk bewijs, stelt onderzoeker Karlijn Roex.

'Met inzet van het stroomstootwapen zijn ‘verwarde personen’ niet bepaald geholpen.'Beeld Getty Images

Op een donderdagmiddag in Amsterdam-West proberen een stuk of zes agenten een jongeman te omsingelen. Hij is gespierd, bleek en draagt slechts een onderbroek. Er is een mes. Iedereen baadt in het zweet, want zowel de zomertemperatuur als de spanning loopt snel op.

Het doelwit reageert niet op de verschillende commando’s die hem worden toegeschreeuwd. Of is geen reactie ook een reactie? In ieder geval gaan de agenten niet akkoord. De verstikkende onvoorspelbaarheid drijft ze in het nauw. De versufte jongen hoort niet hoe een lange agent hem van achteren stiekem nadert om hem plotseling naar de grond te werken.

‘De meeste mensen zouden dan ook om zich heen gaan slaan,’ verklaart psychiater Elnathan Prins in deze krant over de ‘verwarde man’ die is neergeschoten.

Wapengebruik stijgt

De reactie vanuit de Amsterdamse politiechef Frank Paauw was voorspelbaar. ‘Een stroomstootwapen had hier het verschil gemaakt tussen leven en dood.’ Natuurlijk is dat volgens hem de oplossing. Paauw pleit al jaren voor de invoer van het taseren. In 2017 droegen agenten het wapen als proef. Vanaf 2020 is het definitief onderdeel van de uitrusting, maar de taser is nog niet overal daadwerkelijk ingevoerd.

Alleen klopt Paauws bewering niet. Volgens de politiewetenschapper Jaap Timmer leidde de tijdelijke invoer van het stroomstootwapen niet tot minder vuurwapengebruik. Veel onderzoeken tonen juist het tegenovergestelde aan: het totale wapengebruik stijgt steeds nadat er een nieuw wapen bijkomt.

Laten we een belangrijke les trekken uit de veel langere ervaring met het stroomstoot­wapen in andere landen: mensen uit gestigmatiseerde etnische en neurodiverse bevolkingsgroepen hebben een veel groter risico om te worden getaserd. De oplossing ligt niet in meer wapens, maar in het aanpakken van gevaarlijke vooroordelen. Het is een hardnekkige val, maar meer bewapening versterkt vooroordelen alleen maar, zo stelt de actiegroep Stop Wapenhandel terecht.

Het stroomstootwapen is niet slechts een stuk technologie. Het belichaamt een overtuiging, een wereldbeeld met daarin een reeks karikaturen. In situaties waarin agenten snel beslissen, zijn angstkarikaturen zoals de ‘verwarde persoon’ desastreus. Deze angstkarikatuur heeft de politie zelf geproduceerd. Ze heeft deze vervolgens versterkt tijdens haar campagne voor de invoer van het stroomstootwapen.

In de laatste maanden van de taserproef poneerde Paauw dat ‘verwarde personen dodelijker zijn dan terroristen’. Voor deze bewering ontbreekt elk bewijs, maar dit soort uitspraken heeft grote gevolgen voor de keuzes die agenten op straat maken. Ook in de aankondigingsvideo van de taserproef figureert een ‘verwarde persoon’.  

Op het YouTubekanaal van de Rotterdamse politie, met de krimi-achtige naam ‘#PRO247’, staat een video waarin we kunnen gruwelen van een zogenoemde ‘verwarde ­persoon’. Nadat de kijker is opgewarmd met een flitsende trailer onder begeleiding van stoere rockmuziek, ziet die hoe de politie de ‘verwarde man’ in levenden lijve tasert. Niet geheel toevallig was Paauw politiechef in Rotterdam ten tijde van dat filmpje.

Steeds zwaarder

Karikaturen verhogen de kans dat de politie naar zwaardere wapens grijpt. Actiegroep Control Alt Delete constateerde vorig jaar dat maar liefst 55 procent van alle politiedoden het etiket ‘verward persoon’ droeg. Ook mensen met een ‘niet-wit uiterlijk’ zijn oververtegenwoordigd.

Eenmaal ingeklemd in de karikatuur, klim je daar niet zomaar weer uit. Indien je niet acuut gevaarlijk bent, zul je dat wel worden – zo luidt de hypothese over ‘verwarden’. Het stroomstootwapen of vuurwapen zijn dan al snel de enige opties. De karikatuur verhindert het ons in te beelden dat deze mensen gewoon willen kalmeren, naar huis willen en in bed liggen, uitrusten, uitrazen, of met iemand willen praten.

Dat is wat de politie moet leren. Die open houding vereist veel zelfreflectie en oefening. Misschien wel een geheel andere organisatievorm dan die van de politie.

Karlijn Roex, socioloog, postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en ­auteur van het boek 'In ­verwarde staat'.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden