Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Plots sta ik, een tengere vrouw van 1 meter 58, te boksen

Plus Natascha van Weezel

“Kom maar weer terug!” Marcel staat met zijn handen in zijn zij. Moedeloos loop ik in zijn richting. Dit is al de derde keer dat hij me terugroept. Marcel kijkt me aan: “Met wat voor gevoel stap je de boksring in?” Ik haal mijn schouders op. “Zelfverzekerd?” piep ik als een onzeker vogeltje. Marcel doet me na. Hij is nog net geen twee meter lang.

Zijn schouders hangen naar beneden en hij zakt haast door zijn knikkende knieën. “Ziet dit er zelfverzekerd uit?”

Het is een retorische vraag en ik voel me betrapt. “Op welke momenten ben jij zeker over jezelf?” vraagt mijn gloednieuwe bokstrainer. Ik denk diep na: “Als ik een lezing geef voor een grote groep mensen.” Marcel kijkt me verbluft aan: “Dus dát durf je wel? Maar je bent bang voor een beetje sparren?”

Na een periode van rouw vond ik het weer eens tijd om iets aan mijn conditie te gaan doen. Een vriendin raadde me aan te gaan boksen. Daar zou ik vast sterker en fitter door worden. Ik verklaarde haar voor gek. ­Boksen? Ik? Zelf zag ik meer in aerobics of pilates. Een vechtsport leek me in elk geval geen optie; veel te agressief voor een tengere vrouw van 1 meter 58.

Nadat ik zes keer op en neer ben gelopen, is Marcel eindelijk tevreden. De witte vloer van de boksring plakt onder mijn voeten. Onzeker wrijf ik met de mouw van mijn roze sportshirt langs mijn neus. De bokshandschoenen voelen oneindig zwaar. “Sla maar tegen mijn hand,” moedigt Marcel me aan. Ik geef een tik, voor mijn gevoel zo hard als ik kan. Hij lacht: “Niet aantikken, dame, boksen!” Het huilen staat me nader dan het lachen. “Kom op, doorzetten!” roept Marcel. “Je gaat het nooit kunnen als je jezelf blijft vertellen dat je het niet kunt.”

Hij heeft gelijk. Ik moet dit gewoon doen. Ik sla. En ik sla nog eens. Links. Rechts. Links. Rechts. Inademen. Uitademen. Meedraaien. Elleboog omhoog. Slaan. Even vergeet ik alles om me heen. Na veertig stoten ben ik buiten adem. Zweet druppelt van mijn gezicht.

“Heel goed,” zegt Marcel. “Ik wist wel dat dit kleine meisje veel kracht in zich had.” Hij heeft me een high-five.

Op de fiets terug naar huis ervaar ik een zeurende pijn in spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Maar ik voel me licht als een veertje en sterk tegelijk. Hoe eng ik het ook vind, één ding weet ik zeker: volgende week stap ik opnieuw die boksring in.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden