Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

Pizzakoerier vs taxichauffeur: ‘Moet je vechten?’

PlusJessica Kuitenbrouwer

Op Ruufs telefoon zien we dat de pizzakoerier binnen twee minuten zal arriveren. Euforie maakt zich van ons meester.

Mijn opruimwoede (voortgekomen uit het vele thuis zijn, uiteraard) zette Ruuf en mij vanochtend vroeg aan het werk en bevrijdde ons pas na het achtuurjournaal uit zijn greep. Klappertandend van de honger en licht in onze hoofden van twee koude biertjes bestelden we een pizza.

We ruiken hem al zo’n beetje – die typische bezorgpizzageur, dat wonderlijke boeket van kartonnen doos, gedroogde oregano en het kleine beetje zwart van de houtoven… Maar dan horen we een klap. Een harde klap. Het onmiskenbare geluid van staal op staal, scooter op auto.

Vanaf het balkon zien we een driftige taxichauffeur uitstappen, een obsceen handgebaar maken en aflopen op een piepjonge thuisbezorgdkoerier. Ónze thuis­bezorgdkoerier, zien we op Ruufs telefoon.

De pizzakoerier staat nog van de schrik te bekomen met zijn beide benen om de ­zware scooter, die net niet helemaal op de grond geschoven is. Hij is zelf niet gevallen, maar het scheelde weinig en het grote gewicht van de Zip heeft hem een lelijk beurse knie geslagen. De taxichauffeur loopt foeterend naar hem toe, wild zwaaiend met zijn armen. De pizzakoerier maakt geen oogcontact, staat nog even uit te blazen, maar als de taxichauffeur iets roept over plaatsmaken en voorrang verlenen, ontwaakt hij uit zijn slowmotion-setting en bederft de uitdrukking op zijn gezicht. Hij trekt zijn frons naar beneden en zijn neusgaten open en zet het dan met overslaande stem op een gillen.

“Broer, ik rij 50! IK RIJ 50, BROER! Dat zijn de regels! Dat zijn de regels, BROER!”

De pizzakoerier laat veel oogwit zien en snuift zuurstof naar binnen alsof het kerosine is en hij een raket die elk moment kan opstijgen. De taxichauffeur opent zijn borst wijder en knijpt in zijn vuisten.

“Wat wil je doen dan?! HÈ?!” gilt de pizzakoerier in een register dat waarschijnlijk nog in de periferie van de stad honden doet ontwaken.

“Moet je vechten? HÈ?!”

De taxichauffeur druipt af. “Geen respect,” mompelt hij nog.

“Dat dacht ik wel,” glundert de koerier.

Een minuut later wappert de bezorg­pizzageur waar we zo naar hunkerden door ons trappenhuis. Ik vraag de koerier of het wel gaat, of hij zich niet bezeerd heeft.

“Nee hoor, mevrouw. Kijk – in zo’n situatie kun je twee dingen doen: gillen of slaan. Mijn gillen is, gelukkig, vaak al genoeg,” lacht de jongen.

Met een trotse grijns op zijn gezicht en een stevige fooi in zijn kontzak loopt hij onze flat weer uit.

Eindelijk eten. 

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden