Patrick Meershoek. Beeld Artur Krynicki
Patrick Meershoek.Beeld Artur Krynicki

‘Piepschuim is togetherness,’ zei Robert Jasper Grootveld

PlusPatrick Meershoek

En zo kon het gebeuren dat ­plotseling de geest van Robert Jasper Grootveld weer even over de stad waaide. Een sympathiek plan om bij wijze van eerbetoon aan de in 2009 overleden kunstenaar een aantal drijvende tuinen in de Oostelijke Eilanden te realiseren, leed jammerlijk schipbreuk op de vrees van het binnenstadsbestuur dat het gebruikte piepschuim en landbouwplastic de waterkwaliteit zal aantasten.

Het wat pietepeuterige besluit past naadloos in de moeizame relatie tussen Grootveld en het bestuur van deze stad. De anti-rookmagiër trok in de jaren zestig met zijn vrolijke gekte de grauwsluier van het naoorlogse Amsterdam, en blijkt ruim vijftig jaar later postuum nog steeds in staat om de bestuurders te ontmaskeren als punaisepoetsers met meer liefde voor de regels dan voor de historie van de stad.

De drijvende eilanden maakten deel uit van een creatief visioen. Van piepschuim, bedspiralen, sloophout en honderden meters touw maakte Grootveld vanaf de jaren vijftig stukken nieuw land, zoals hij het omschreef. In het geval van een ernstige overstroming konden de zelfgebouwde vlotten bovendien mensenlevens sparen, was de gedachte. De watersnoodramp van 1953 lag nog vers in het geheugen.

Het stadsbestuur bekeek de natte kunst ook toen al met ­droge ogen. Het eerste bouwsel verdween door toedoen van een overijverige vuilnisman in de vuilverbrandingsinstallatie in Noord. In 1977 verklaarde de net aangetreden burgemeester Wim Polak de oorlog aan het opgehoopte vuil in de verrommelde stad, en zijn eerste prooi was het drijvende eiland van Grootveld in de Wittenburgergracht.

De afvalkunstenaar koos eieren voor zijn geld en stapte met zijn echtgenote, twee slaapzakken en een kompas op zijn eiland om de hele bedoening naar Friesland te laten slepen. De vluchtelingen kwamen niet verder dan Marken, waar het vlot voor de kust kapseisde. Omdat een ongeluk nooit alleen komt, gingen later dat jaar bij een uitslaande brand op een woonboot nog eens drie drijvende tuinen in vlammen op.

Grootveld gaf niet op en bouwde door. Dat de tijden veranderd waren, bleek eind jaren zeventig, toen een groep van vijftien officieren van politie in het kader van teambuilding een paar dagen met hem meevoer over de Oude IJssel. “Piepschuim is togetherness,” benadrukte de kunstenaar, wat de cursisten er niet van weerhield na één nacht op het water voor de resterende overnachtingen te kiezen voor het comfort van een hotel op het droge.

Tegenwoordig staan de drijvende eilanden in het museum van de jaren zestig, tussen de witkar van Luud Schimmelpennink en de rode krullen van Armand. Daar liggen ze rustig dobberend te wachten op de grote golf die ons nog eens gaat overspoelen, als we Gerrit Hiemstra mogen geloven. Dan kunnen de vlotten van piepschuim de stad en haar bewoners alsnog goede diensten bewijzen, met dank aan de grote dromer, doener en drijver Robert Jasper Grootveld.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool en schrijft elke woensdag een column. Lees alle columns hier terug.

Reageren? patrick@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden