Opinie

‘Persoonlijke aandacht helpt mensen sneller uit de bijstand’

Is de strenge wijze waarop Rotterdam mensen uit de bijstand wil krijgen effectiever dan de zachte hand van Amsterdam? Persoonlijke aandacht helpt sowieso, schrijft hoogleraar Jan van Ours.

In Rotterdam verzamelen uitkerings­gerechtigden huisvuil bij wijze van wederdienst. Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

De tijd dat een gemeente de rekening van de bijstand voor een groot deel kon doorschuiven naar het Rijk ligt lang achter ons. De prikkels voor gemeenten om iets te doen aan het grote aantal bijstandsuitkeringen hebben geleid tot creativiteit in het beleid: tijdelijke vrijstelling van bijverdiensten, hulp bij het starten als ondernemer, hulp bij het vinden van een baan om uitstroom uit de bijstand te vergroten. Maar ook: het doen van sollicitatie-inspanningen en af en toe een boete uitdelen als die inspanningen onvoldoende zijn.

Het aanvaarden van een baan is financieel vaak geen flinke stap vooruit door inkomensafhankelijke toeslagen en kortingen die worden afgebouwd bij een hoger inkomen. Het hoort er allemaal bij maar het maakt het niet eenvoudiger.

Situatie op arbeidsmarkt

Het CBS meldde vorige week dat eind juni 362.000 uitkeringen werden verstrekt aan personen tot de AOW-leeftijd. Dat zijn er 50.000 meer dan acht jaar geleden maar bijna 40.000 minder dan twee jaar geleden.

Het is de vraag of die sterke daling het gevolg is van creatief gemeentelijk beleid. Het aantal bijstandsuitkeringen varieert namelijk met de situatie op de arbeidsmarkt. Gaat het slechter op de arbeidsmarkt, dan neemt de bijstand toe. Andersom geldt: gaat het beter op de arbeidsmarkt dan neemt het aantal bijstandsuitkeringen af.

Eind juni waren er ruim 300.000 werklozen en ruim 280.000 vacatures. Twee jaar geleden waren er 150.000 meer werklozen en bijna 100.000 minder vacatures. Dat het aantal bijstandsuitkeringen is gedaald, mag dan ook geen wonder heten. Met de wind in de rug fietst het gemakkelijker.

Streng en vriendelijk

Gemeenten kunnen verschillend beleid voeren om het aantal bijstandsuitkeringen te beperken. In de discussie worden Rotterdam en Amsterdam genoemd als voorbeelden van een verschillende aanpak. In beide steden is het aantal bijstandsuitkeringen omlaag gegaan. In Rotterdam met streng beleid, in Amsterdam met een vriendelijke aanpak.

Vergeleken met het landelijk gemiddelde is het aantal bijstandsuitkeringen in beide steden groot. Waar landelijk ongeveer 4 procent van de inwoners in de leeftijd van 15 tot de AOW-leeftijd een bijstandsuitkering ontving, was dat voor Amsterdam ruim 6,5 procent en voor Rotterdam zelfs 9 procent.

De ontwikkeling van het aantal uitkeringen vanaf 2011 is weergegeven in onderstaande ­grafiek. In Amsterdam en Rotterdam steeg het aantal uitkeringen tot 2014, bleef daarna ongeveer constant en daalde vanaf 2017 fors. De ­afgelopen twee jaar daalde het aantal bijstandsuitkeringen met bijna 10 procent, in Amsterdam was dat 6,5 procent en in Rotterdam ruim 12 procent. De afgelopen twee jaar deed Rotterdam het beter en Amsterdam slechter dan het landelijk gemiddelde.

Jan van Ours. Hoogleraar toegepaste ­economie Erasmus School of ­Economics, Rotterdam.

Over een langere periode bezien is dat anders. In Amsterdam (ongeveer 35.000) en Rotterdam (ongeveer 30.000) is het aantal bijstandsuitkeringen min of meer hetzelfde als acht jaar geleden. In Nederland bedroeg de stijging over die periode echter 50.000 bijstandsuitkeringen.

Het is ook belangrijk te constateren dat de ontwikkelingen in Amsterdam, Rotterdam en de overige gemeenten sterk met elkaar samenhangen. Dat is niet omdat het beleid van de ­gemeenten synchroon loopt, maar vanwege de ­invloed van de arbeidsmarkt. Een ruime arbeidsmarkt met veel werklozen en weinig vacatures vergroot de instroom in de bijstand en vermindert de uitstroom uit de bijstand; een krappe arbeidsmarkt doet het omgekeerde.

Is het Rotterdamse of het Amsterdamse bijstandsbeleid beter? Vriendelijk of streng? Wie financiële hulp nodig heeft, moet die kunnen krijgen, maar wie de kantjes ervan af loopt, moet streng worden aangepakt.

Wat ik heb overgehouden aan het onderzoek is dat het belang van aandacht niet moet worden onderschat. Persoonlijke aandacht leidt tot het sneller verlaten van de bijstand. Ik heb niet de indruk dat het uitmaakt of die aandacht vriendelijk is of streng. En ik zie ook niet in waarom het niet kan samengaan.

Beeld Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden