Column Artikel Roze Beeld Artur Krynicki
Column Artikel RozeBeeld Artur Krynicki

Pepijn had die woorden nog láng niet mogen uitspreken

PlusNatascha van Weezel

“Ik hou van je,” zegt zijn moeder.

“Ik ook van jou,” zegt hij. Dit waren de laatste woorden die de 14-jarige Pepijn met zijn moeder wisselde.

De volgende dag werd hij gevonden in een tentje aan de rand van het voormalige waterzuiveringsterrein in Noord. Daar had hij de legale designerdrug 3-MMC gebruikt en een barbecue aangestoken om hem warm te houden. Hij wilde een fijne trip beleven. De combinatie van drugs en een koolmonoxidevergiftiging werd hem echter fataal.

Ik las dit bericht half januari via een nieuws-app. Ach wat tragisch, dacht ik. Zo’n jonge jongen. Wat vreselijk voor die ouders. En ook: zonde dat die gast aan de drugs zat. Vervolgens las ik verder, over president Biden. Ik boog ik me over de nieuwste Netflixseries en vergat hem, die arme jongen.

Waarschijnlijk had ik nooit meer aan Pepijn gedacht als ik afgelopen week in deze krant niet de ontroerende Ten Slotte had gelezen. De jongen uit het nieuwsbericht kwam ineens tot leven. Pepijn was een sensitieve gangmaker, leerde ik. Hij speelde prachtig piano en was enorm sportief. Maar toen de coronacrisis zijn entree maakte werd Pepijn lethargisch. Hij verveelde zich kapot en bracht steeds meer tijd door met zijn mobiel op bed. Ook begon hij te experimenteren met blowen. Daarna kwam 3-MMC.

‘Er zijn nog zoveel meer Pepijns,’ schrijven zijn ouders in de online rouwkaart. ‘Pubers zijn zoveel kwetsbaarder dan we denken.’ Dat raakte me.

Eerder schreef ik over de strijd tegen anorexia in mijn eigen puberteit. Hoewel er toen natuurlijk geen lockdown was, begon ik net als Pepijn te experimenteren (in mijn geval met streng diëten). Eerst kwam de kick van het afvallen, maar al snel trok ik me steeds verder terug in mezelf en leidde ik een dubbelleven.

“Het is een fase,” meenden allerlei mensen die zogenaamd de waarheid in pacht hadden. “Pubers doen nou eenmaal gekke dingen”. Zij stonden er geen moment bij stil dat ik me door hun ‘goedbedoelde adviezen’ een aansteller voelde en zo nog verder verstrikt raakte in mijn zelfgewoven web.

De laatste maanden worden er steeds vaker melding gemaakt van ernstige somberheid bij jongeren. Wat mij betreft wordt het tijd om definitief af te rekenen met het calvinistische idee dat we altijd ‘sterk’ moeten zijn en ‘even de schouders eronder moeten zetten’ als het leven zwaar is. Waarom verstoppen we ons massaal achter een façade van mooi weer spelen? Waarvoor is het nodig om oprecht verdriet af te doen als aanstelleritis of ‘een fase’?

En hoezo mogen pubers het niet gewoon verschrikkelijk moeilijk hebben met de lockdown?

“Ik hou van je,” zegt zijn moeder.

“Ik ook van jou,” zegt hij.

Het zijn de mooiste laatste woorden die er bestaan. Pepijn had ze alleen nog láng niet mogen uitspreken.

Natascha van Weezel (34) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden