Plus Column

Paraderen en rauzen in het azc

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Volgens de beveiliger van het azc kan ik het beste over het paadje achter de muur fietsen, dan kom ik het snelst bij de broedplaats. Voorbij de luchtplaats waar twee mannen basketballen, voorbij de slotgracht. De ingang blijkt inmiddels van wat kleur voorzien. Maar de vier torens die dreigend de lucht in steken zijn nog grijs, de tralies trouwens ook.

Ik kan me er weinig bij voorstellen. Wonen in de oude Bijlmerbajes. En toch doen zeshonderd mensen dat nu al een jaar, onder wie veel kinderen. Die gaan ook naar school in het asielzoekerscentrum. Dan zingen ze In de maneschijn, en leren over sint en piet.

Iedereen die de documentaire De kinderen van juf Kiet heeft gezien, weet hoe grappig en lief kinderen uit alle delen van de wereld zijn. Vooral als ze hun eigen taal spreken. Als juf Kiet de kinderen een opdracht gaf, kon ze een bijdehante reactie in het Arabisch verwachten: 'Zij heeft me niet gebaard.'

Op de binnenplaats van het azc zijn kinderen die eersten die ik tegenkom. Ze dragen overhemden of jurkjes met veel tule, haarbanden en lakschoenen. De meiden paraderen met hun handtasjes over dozen en plastic tassen, de jongen rauzen wat rond.

Verderop worden door een paar jonge vrouwen marktkraampjes opgebouwd. Een man hangt slingers op. De ninjapakken en prinsessenjurken zijn al uitgestald. En als ik me niet vergis, is al dat zeil op de grond van luchtkussens.

Vanaf het terras op de binnenplaats is te zien hoe langzaam een klein Disneyland verrijst. Met luchtkastelen, hoewel de kinderen niet veel nodig lijken te hebben. Een beetje klooien met de watersproeier blijkt ook heel leuk.

De meiden komen er weer aan. De handtasjes zijn verruild voor waterballonnen. Ze knijpen er wat in, zwaaien de rubberen dingen heen en weer. Een beetje zoals ik vroeger deed als ik smurfensnot had. Het beste recept was: water, een boterhamzakje, waspoeder van mama en een stukje kleurpotlood van mij. En friemelen maar!

Een van de meisjes gilt. Haar armen, benen én jurk zitten onder smurrie. Blijkbaar had ze niet alleen water in haar ballon gedaan, maar ook aarde. Ze zucht, tilt haar jurk aan twee punten op en sjokt naar binnen. De rest van de meisjes volgt haar, en ik ook.

De vloer van de toiletruimte ligt vol papieren handdoekjes en modder. Het meisje in de bruine jurk veegt verwoed in een vlek. De andere meisjes nemen haar armen en benen onder handen. "Deze jurk is nieuw," zegt het meisje. "Ik durf niet naar mijn moeder."

Haar vriendin probeert haar gerust te stellen: "Gelukkig is je jurk ook bruin."

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden