Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka

Papa, kun je niet nog heel even blijven?

Plus Natascha van Weezel

“Hoi pap, ben je daar?”

“Hallo schoonheid, jazeker. Zeg het eens.”

“Wat voor weer is het daar?”

“Over het algemeen bewolkt, haha.”

“Flauw pap. Hier regent het.”

“Ja, dat zie ik. Waarom zit je op deze tijd van de dag ­eigenlijk op de bank?”

“Ik weet niet. Ik heb nergens anders zin in.”

“En je denkt dat je je beter gaat voelen van zo’n ­lamlendige houding?”

“Ik weet niet.”

“Niet zoveel zelfmedelijden, meisje.”

“Ik heb geen zelfmedelijden. Maar jij bent er niet.

En ­alles is even klote.”

“Ik ben juist zo trots dat je de afgelopen maanden bent blijven doorwerken. Daar moet je mee doorgaan, lieverd.”

“Weet ik. Morgen is er weer een dag.”

“Goed zo, je bent echt een dochter van je vader. Wat zie ik trouwens, heb je alweer een nieuwe jurk gekocht?”

“Jaaaaa pap.”

“Had je die per se nodig?”

“Nee, natuurlijk niet, maar het kan wel fijn zijn om nieuwe jurkjes te kopen.”

“Hij staat je mooi hoor, maar ik heb jouw obsessie met schoenen, tassen en jurken nooit begrepen.”

“Ik begreep wel meer niet van jou.”

“Hm, ik maak me toch zorgen om je, meisje. Je ziet er

zo verdrietig uit.”

“Tja, het is…iedereen om me heen lijkt zoveel gelukkiger dan ik.”

“Hoe bedoel je?”

“Nou, ik hoor alleen maar succesverhalen over verlovingen, vaste contracten en baby’s op komst. En ik leef nog steeds als een halve student met mijn zzp-bestaan en mijn huurstudiootje van 25 vierkante meter.”

“Je bent toch gelukkig met je werkzaamheden en met je huisje?”

“Ja, dat is waar.”

“Wat zit je dan te zeuren?”

“Heb je mijn Instagramfeed al gezien? Danielle heeft een bestseller geschreven, Fenna is op huwelijksreis en Anaïs heeft net een nieuw huis gekocht.”

“Tascha, hoe vaak moet ik het je nog zeggen? Niet zo ­jaloers!”

“Ja maar…”

“Niks ja maar. Dat heb ik nooit aan jullie generatie ­begrepen; jullie lijken elkaar niets te gunnen.”

“Ik gun anderen het beste, maar niet wanneer ik zelf faal.”

“Waarin faal je in godsnaam? Focus je op jezelf.”

“Je hebt gelijk.”

“Weet ik. Ik vrees dat ik nu weer moet gaan.”

“Niet weggaan… waarheen dan?”

“Naar de plek waar ik nu woon.”

“Waar woon je als je dood bent?”

“Op een plek die alleen bestaat in je eigen fantasie.”

“Voeren we dit gesprek ook alleen in mijn eigen ­fan­tasie?”

“Dat zou kunnen. Is dat erg?”

“Ja.”

“Liefje, ik moet nu echt gaan.”

“Papa, asjeblieft, ik heb je nodig.”

“Nee lieverd, je hebt me niet nodig. Sterk blijven, ­meisje”.

“Papa, kun je niet nog heel even blijven? Papa? Pap?”

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden