Beeld Sjoukje Bierma

‘Pap, mijn wereld is ingestort’

PlusMaarten Moll

Ik waste mijn dochter.

In de badcel van haar ziekenhuiskamer. Met een washandje.

Hoe lang was het geleden dat ik Jongste Dochter waste?

Een vader zou zijn bijna volwassen kinderen niet hoeven wassen.

Zij zou mij moeten wassen, over een jaar of dertig.

Toen ik haar tenen onder handen nam moest ze lachen.

Na het wassen duwde ik haar in een rolstoel, ze kan maar kleine eindjes lopen, naar een zithoek waar we koffie dronken.

We keken naar de regen die over het raam stroomde.

“Gelukkig is het buiten k-weer,” zei ze.

Ik dacht aan de app die ze me die ochtend had gestuurd.

Ze hadden de drain, om de klaplong te repareren, uit haar borst gehaald.

Ik vroeg hoe ze zich voelde.

‘Ze hebben het revalidatieproces laten zien en dat slaat echt nergens op. Letterlijk mijn hele leven stopt gewoon.’

Ik ging even met de hond wandelen.

‘Nou, hallo,’ appte ze een paar minuten later, ‘leuk dat je even de tijd neemt om te reageren als je vraagt hoe het gaat.’

‘Ik was nog aan het lachen om je antwoord,’ appte ik terug.

‘Papa. Donder op. Dat is toch niet grappig.’

Op weg naar het bezoekuur kocht ik een zak paprikachips voor haar.

En de cappuccino uit het ziekenhuiswinkeltje maakte ook een hoop goed.

“Zes weken revalideren en dan drie maanden beperkte activiteiten,” zei ze. “Dat wordt niets meer dit jaar. En ik had het zo goed voor elkaar.”

Ik zag haar somber worden.

“Hoe moet dat met de studie? En dan mag ik ook niet werken en misschien raak ik mijn kamer ook wel kwijt. En hoe lang moet ik hier nog blijven, met dat vieze eten?”

“Eerst maar eens helemaal beter worden,” zei ik.

“Ja, pap, dat weet ik, maar je snapt toch wel dat mijn wereld nu is ingestort?”

“Nou, wees blij dat…”

“Pap, dat snáp je toch wel?

Ze kon haar tranen niet meer binnenhouden.

Ik frommelde de cappuccinobekers in elkaar. Koffie droop over mijn handen en op mijn broek.

“Ja, dat snap ik, liefje,” zei ik.

We keken een tijdje naar de regen.

“Wil je me nu weer terugbrengen naar mijn kamer?”

Ik rolde haar terug, ze ging in bed liggen.

“Pap, ik ben heel moe.”

Op weg naar de uitgang hield een verpleegkundige me staande.

“We hebben net de foto’s van haar longen bekeken. Ziet er heel goed uit, ze mag naar huis.”

Ik liep weer terug en vertelde Jongste Dochter het goede nieuws.

“Ik ga je thuis heel erg verwennen,” zei ik.

“En horrorfilms met me kijken…” zei ze vrolijk.

“Nou, dat weet ik niet hoor.”

“Jawel, pap, en dan laten we de lichten aan.”

Even later had ze alles ingepakt.

Ik nam haar weer mee de wereld in.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden