Opinie

‘Overdrijving is het handelsmerk van de journalist’

Na lang de journalistieke wetten te hebben gevolgd, vraagt John Jansen van Galen zich af wat journalisten er toch van weerhoudt een toontje lager te zingen.

Het boerenprotest op het Malieveld werd door de media prompt gepresenteerd als een blijk van de ‘oorlog tussen stad en platteland’.Beeld ANP

Zijn wij journalisten ongeneeslijke overdrijvers? Het wordt mij in huiselijke kring al heel lang voorgehouden: “Typisch journalistiek, altijd overdrijven,” maar nu ik bijna 55 jaar in het vak zit begin ik het zelf te geloven. We zijn steevast geneigd in het nieuws er een schepje bovenop te gooien. Overdrijving is ons handelsmerk. En dat is niet ongevaarlijk.

Ooit volgde ik een ploeg van AT5 die bij ons op de Elandsgracht de stemming kwam peilen over een in de buurt te vestigen nachtopvang voor daklozen. De meeste voorbijgangers liepen gehaast door, velen hadden er niets van vernomen, sommigen vonden het wel een goed idee. Behalve de immer boze overbuurman die naar buiten kwam stormen om zijn ongenoegen in de microfoon te spuien: dat zou maar geluidsoverlast geven, kapotte bierflessen en weggeworpen heroïnespuiten. Waren ze nou helemaal gek geworden?

Die avond zagen we het in het AT5-journaal alleen die boze buurman en de aankondiging luidde: “Buurt in verzet tegen daklozenopvang.”

Het is een patroon: uitvergroting. Als enige honderden gele hesjes oprukken naar het Binnenhof signaleren de media meteen de oplaaiende ‘volkswoede’. Als een menigte boeren op tractors het Malieveld bezet, zien wij daarin prompt de ‘oorlog tussen stad en platteland’. Als gebruikers van sociale media elkaar bestoken met scheldwoorden en schuttingtaal tonen wij ons bezorgd over de ‘steeds toenemende polarisatie’ in ons land.

Een van mijn eerste lessen in journalistiek, verstrekt door ervaren oudere collegae, luidde dat elk ingezonden stuk stond voor de mening van minstens honderd andere lezers die hun onvrede niet op schrift stelden maar het er wel hartgrondig mee eens waren. Maar als dat nu eens niet zo is?

Mijn toenmalige adjunct-hoofdredacteur Henk Hofland, later gekroond tot ‘journalist van de (twintigste) eeuw’ lanceerde het leerstuk van de O.A., de onverdraagzaamste abonnee: de schrijver van kwade ingezonden brieven is niet de heraut van vele andere gelijkgestemden, maar een verbitterde eenling, een eenzame wolf, huilend tegen de maan.

Tevredenheid overheerst

Keer op keer wordt het ons in de media voorgehouden idee wetenschappelijk weerlegd dat ‘de Nederlander’ in de ban is van een enorme verbittering en dat hij bezield zou worden door een diep wantrouwen jegens de overheid. Nog onlangs bleek uit een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau weer, dat de grote meerderheid van ons tamelijk tevreden is met zijn leven, met zijn inkomen en met elkaar. Men stelt vertrouwen in de rechtsstaat, de media, de regering en ja zelfs in ‘politiek Den Haag’, zij het met een mager zesje, wat overigens voldoende is. (Schreef niet de Engelse romancier Edward Morgan Forster dat twee hoeraatjes voor de democratie genoeg is? Drie zou te veel zijn.)

O, ik snap onze neiging tot overdrijving maar al te goed. ‘Gemengde gevoelens op Elandsgracht,’ is geen nieuws en ‘gelijkmatigheid over daklozenopvang’ al helemaal niet. Dat gaat niemand lezen. ‘Buurtverzet’ en ‘buurtwoede’ zijn aantrekkelijker nieuws, desnoods moet het verzonnen worden.

Wetten van de markt

Toch vind ik dat we ons daarin zouden moeten matigen. En wel hierom: het beeld dat mensen hebben van de samenleving wordt in hoge mate bepaald door de media. Allengs gaat men nog werkelijk geloven dat in Nederland niemand meer iets voor een ander over heeft, dat (in weerwil van massale mantelzorg en vrijwilligerswerk) het ‘ikke, ikke, ikke’ regeert. En dat wij diep verdeeld, grimmig en verbeten tegenover elkaar staan.

En de politici, gekozen om het volk te vertegenwoordigen, reageren daar ook op. Ze gaan er bijvoorbeeld van uit dat wij er – de overheid deugt in onze ogen immers niet – op uit zijn de belastingen te ontduiken. Maar de overgrote meerderheid van ons betaalt netjes zijn belasting. ‘De meeste mensen deugen,’ om het met de titel van Rutger Bregmans indrukwekkende boek te zeggen. De media praten ons aan dat ze niet deugen.

En zo komt zelfs een nuchtere VVD-politicus als Johan Remkes ertoe te fulmineren tegen de ‘verhuftering’ van de maatschappij die in werkelijkheid steeds veiliger, minder crimineel en empathischer wordt.

Wat weerhoudt ons journalisten ervan een toontje lager te zingen? De wetten van de markt, vrees ik. De marktkoopman die het hardst schreeuwt, trekt nu eenmaal de meeste klandizie. Zo is ook de pers, die er bezwaar tegen maakt, in de ban geraakt van het ‘marktdenken’.

Het is tijd voor inkeer en bezinning.

John Jansen van Galen, journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden