Plus Theodor Holman

Overal een puinhoop achterlaten zit in m’n genen

Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Veertig jaar later heeft hij het mij verteld.

Hij had domweg genoeg van alles. Van zijn vriendin, van zijn ouders, van Amsterdam, van Nederland. Hij wilde vrij zijn.

“Of eigenlijk verlangde ik naar een nieuwe ik,” verduidelijkte hij. Hij vertrok met al zijn spaargeld, zijn paspoort, drie onderbroeken, een tandenborstel, twee hemdjes en verder niks.

In India was hij bij een ashram terechtgekomen en zag daar een poes lopen die op zijn moeder leek. Hij stuurde moeder een ansicht met: ‘Maak je geen zorgen.’ Hij wist te werken, geld te lenen en ging weer op de terugweg. Het was midden jaren zeventig. In Duitsland vond hij een meisje dat in een commune woonde.

“Ik was een knappe jongen, en had daar niks te klagen.” Hij maakte twee kinderen bij twee verschillende vrouwen. Op een dag kwam een van zijn vrouwen met een klein poesje thuis. Een lief beestje, maar weer zag hij in het kopje zijn moeder. Hij schreef haar maar weer een kaartje dat het hem goed ging. Verder niks.

Op een dag kon hij niet meer tegen die commune waar het altijd ruzie was en iedereen elkaar kwetste. Zonder iets te zeggen vertrok hij. “Zomaar weggaan is een moord plegen zonder iemand te doden,” zei hij. Dat besef had hij, maar hij kon niet anders.

Hij keerde terug naar Nederland, maar vermeed naar Amsterdam te gaan. Op een gegeven moment moest hij toch naar de hoofdstad. “En het ging vanzelf: opeens liep ik weer in de straat van mijn jeugd, en belde ik aan bij mijn ouders, die ik vijf jaar niet had gezien.”

Een huilende moeder, zoals hij had verwacht. Binnen vertelde ze hem dat zijn vader zes maanden na zijn vertrek van verdriet was overleden. Opeens drong het tot hem door dat hij eigenlijk nooit aan zijn vader had gedacht.

“En je hebt zo’n mooie dochter,” zei zijn moeder opeens.

Ze liet een foto zien van een blond kindje.

“Ik wist niet dat Mirjam toen zwanger was,” zei hij.

Hij biechtte zijn moeder alles op, maar wist ook dat hij weer zou vertrekken en haar niet zou zeggen waarheen. Immoreel? Misschien.

“Anders was ik immoreel jegens mezelf geweest.” We spraken verder.

“En nu?” vroeg ik.

“Weggaan, hier blijven, het maakt eigenlijk niets uit. Overal een puinhoop achterlaten zit in m’n genen,” zei hij.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden