Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Over de Romeinse rukker heb ik nooit gepraat

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Hoe zou het met hem gaan? Heeft hij kindjes met klassiek Italiaanse namen? Trouwde hij een vrouw met sproeten op haar neus? Leven zijn ouders nog? Zijn vader kromgetrokken, zijn moeder neuriënd als ze een kastje verft? Is hij gelukkig? En zou hij ooit nog aan mij denken?

Zeventien was ik en op schoolreis in Rome. In de stadsbus richting Vaticaan stond hij plotseling tegen me aan. Een dertiger, niet onknap, hij rook naar wasverzachter. We schudden over het gebarsten asfalt. Waarschijnlijk was dat de reden dat ik het zo laat opmerkte. De trage bewegingen, zijn lome uitrekken van vel, de hand die tegen mijn jaspand botste. Ik keek omlaag. Recht in zijn ejaculerende pik. Ik vergat te ademen, maakte van schrik geen geluid. Ook niet toen de bus stopte, de kerel z’n apparaat opborg en met twee grinnikende vrienden uitstapte. Mij achterlatend, als een zakdoek waar hij zojuist zijn neus in gesnoten had.

Ik geef toe, hij was vergeten. Vergeten of verdrongen. Verfrommeld in een ver geheugenhoekje. Tot een week na John de Mols meaculpadiegeenmeaculpawas. Ik voerde met mijn man het gesprek dat duizenden vrouwen dezer dagen voerden. Een voorzichtig vragen van hem: “Maar heb jij ook weleens iets meegemaakt...” Het zachte gezucht van haar. Waar te beginnen?

Want ze zijn er nauwelijks, vrouwen die nimmer bepoteld, betast of bedickpict zijn. En altijd hebben die gehoord: ‘Zo zijn mannen nu eenmaal’ en ‘Let gewoon een beetje op’.

Over de Romeinse rukker heb ik met niemand gepraat. Ik schaamde me voor zíjn geslacht. En vooral voor de blik van zijn vrienden. Hun gelach vergrootte mijn eenzaamheid. Niemand zou mijn schok begrijpen. Het was toch een lolletje?

De eeuwige angst voor onbegrip. Dat is waarom Johns loketjes zo’n gotspe zijn. Vrouwen moeten aan de bel trekken. Doen ze dat niet, dan kan de baas er ook niets aan doen. Het is die afgedwongen zelfredzaamheid die stoort. Blijkbaar vinden we het onverdraaglijk als mensen zichzelf eens niet kunnen redden. Niet voor niets roept iedereen na een overlijden ‘als er wat is, mag je altijd bellen’. Néé. Bellen is het laatste wat wanhopigen doen. Iemand steun geven vereist een actieve houding, geen doorverwijzing naar een loket.

Dezer dagen stonden ze gelukkig op. Talloze vrouwen met verhalen, protesttweets, steunbetuigingen. Maar was het niet sterker geweest als onder aan de krantenadvertentie ‘John, het ligt niet aan de vrouwen’ als afzender had gestaan: ‘Groeten, de vrouwen én mannen uit je bedrijf’?

Ook mannen zijn aan zet. Door nooit meer te murmelen dat wij naar juiste balies moeten lopen. En door tegen elkaar te zeggen: ‘Wie een dickpic stuurt, is een ongelooflijke sneuneus. Zou jij het pikken als het bij je dochter gebeurde? Precies. Kappen nou.’

Het zijn niet de slachtoffers die in actie moeten komen. Het zijn de vrienden van de daders. Want de Italiaan en zijn maatjes denken vast nooit meer aan mij. Maar ze zitten wel in m’n hoofd. En ik hoor almaar die ene vraag: waarom stond niemand in de bus voor me op?

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden