Ouders geven je indirect ook hun eigen dood

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Mijn vader en moeder joggen af en toe in het Vondelpark. Ze doen dit al een jaar, maar dit is de eerste keer dat ik het zie. Vijf minuten geleden begonnen ze. Zij ging links, hij ging rechts en strakjes komen ze elkaar in het midden tegen. In het midden zullen ze elkaar vluchtig groeten om daarna weer afzonderlijk door te joggen.

Ze lopen over dezelfde paden waarop mijn moeder mij meer dan dertig jaar geleden heeft leren fietsen. Mamma rent licht, als een zeepbel stuitert ze steeds verder van mijn vader af. Pappa rent krachtig, herculisch, alsof hij zijn territorium aan het verdedigen is.

Ik sta voor de betonnen vogelvis van Picasso. Mijn favoriete plek in het park. Het beeld van Picasso is niet mooi, maar het is ook niet lelijk, het is gewoon het leven. Een vogel op de grond. Een vis op het droge. De vogelvis van Picasso ziet alles. Het beeld is de conciërge van het park.

De vogelvis kijkt naar mijn ouders, het beeld kijkt naar hoe ze de cirkel langzaam rond aan het joggen zijn. Ik maak me zorgen om mijn vader en moeder, maar ik wil het niet zeggen en ik hoef het niet te zeggen, want ze voelen zelf ook wel dat ze oud aan het worden zijn. Elke dag weer. De pijntjes, de gewrichten, de zoektocht naar woorden.

Ook ik word ouder, ik ga rap richting de veertig, maar wat ik veruit het moeilijkste vind aan ouder worden, is om te zien dat mijn ouders oud worden. Om te zien dat de mensen die mij alles geleerd hebben, zelf uitgeleerd raken. En dat de aarde soms te snel voor ze draait. Ouders geven je het leven, maar indirect geven ze je ook hun eigen dood.

Ik zit in de huiskamer van mijn ouderlijk huis. Mijn moeder zet een kopje thee en mijn vader staat te plassen met de wc-deur open. Voor de kachel liggen vier natte hardloopschoenen. Mijn vader kreunt. Vroeger had hij de hardste straal van de wereld, mijn vader kon graffiti van de muren plassen, maar tegenwoordig plast hij in morsecode. Ook dat hoort bij het ouder worden. Dat de penis plaats maakt voor een pipet.

"Zou je nog even die vliegtickets voor ons kunnen doen?" vraagt mijn vader net voor hij doortrekt. Ook dat hoort bij ouder worden. De angst voor computers. De angst dat ze op dat ene knopje op het toetsenbord drukken waardoor ze al hun spaargeld kwijt zijn en er door hun toedoen een atoombom in het centrum van Portland ontploft. Dus je boekt die vliegtickets, maar je schrikt als je hun geboortejaren in moet vullen, want het naar beneden scrollen duurt minstens tien seconden. 1949 en 1954.

Zij leerden mij ooit fietsen, maar ik moet nu toekijken hoe zij vallen. Mijn prachtige ouders zonder zijwieltjes. Zij waren ooit bij mijn geboorte, maar ik ben bij de geboorte van hun sterfelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden