James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ouder worden is het doorslikken zo lang mogelijk uitstellen

Plus James Worthy

Met een druppelende baard loop ik het restaurant binnen. Mijn vrienden zijn er nog niet. In het mannentoilet probeer ik iets van mijn verregende haar te maken. Mijn vrouw wil dat ik het lang laat groeien, en ik wil geen ­ruzie met mijn vrouw. Ik maak een kam van mijn vingers en ga de wanorde ermee te lijf, maar de ordeloosheid blijkt compleet onwegkambaar. Ik verlaat het toilet. Door de deur heen kan ik de elektrische handdroger horen smeken. Hij wil niet dat ik ga.

De vrienden zitten al aan tafel. Ze drinken drankjes die we vroeger nooit dronken. Drankjes waar je aan moet nippen. Dat is volwassen worden. Als het niet meer om het doorslikken, maar om het simpelweg ­genieten van de smaak gaat. Om het vasthouden van dat wat verrukt. Ouder worden is het doorslikken zo lang mogelijk uitstellen.

De vrienden zijn over podcasts aan het praten. Eventjes wil ik langs onze tafel lopen. De deur van het restaurant uit en zo de avond in. Een paar jaar geleden stonden we in kroegen en was de stad van ons. En ook van mij. Ik tongzoende, al leunende tegen een gokkast aan, met de meest oogverblindende stervelingen. Als we samen waren, groeide de onrust. Er werden telefoonnummers gebeld en er werd aan sleutels geroken. En hoe laat het ook was, de nacht was nog jong. Zo jong. Als we samen waren, droeg de maan een luier.

Vandaag is het anders. We gapen al voor het toetje. Vroeger gaapten we nooit. Het enige wat vroeger ­weleens kon gapen, waren de gaten in ons geheugen. En dan werden we wakker op de bank met drie of vier polaroids naast ons.

Een paar weken geleden vond ik zo’n polaroid in een oude zomerjas. Ik wapperde ermee in de lucht in de hoop dat ik die naamloze nacht nog kon ruiken. Ik keek naar de foto en zag dunne koppies. En die ogen. De ene vriend keek als een kaars in een huis waar de lucifers op waren en alle aanstekers leeg. De andere vriend keek als een krentenbol die al zijn krenten was verloren. En ik kon bijna niet naar mezelf kijken. Ik was een jongen met problemen. Problemen zo zwaar dat ze mijn wereld plat hadden gemaakt. De laatste vriend keek nog het meest normaal. Hij keek als een goudvis in een onderzeeër.

Maar vanavond is alles anders. Vrienden werden ­vaders. En vaders blijven vrienden. De onrust is gaan liggen. Alles wat ons vroeger wakker hield, heeft sloffen aangetrokken.

Om tien uur verlaten we het restaurant. Iedereen gaat naar huis. De nacht is nog jong, maar wij zijn het niet meer. We geven elkaar kussen en stappen op fietsen met kinderzitjes. De zitjes lijken leeg, maar vanavond zitten onze herinneringen erin.

“Gaan we echt al naar huis?” vragen ze.

“Ja, we moeten naar podcasts luisteren,” fluisteren we in koor.

Als ik thuis ben, neem ik even een kijkje bij mijn zoon. Ik geef hem een kus op zijn voorhoofd. Hij wordt wakker. Precies daarom gaf ik hem een kus. Ik doe het leeslampje aan en pak een boek van Winnie de Poeh van de plank.

“Ik voel me vandaag niet heel erg als Poeh,” zegt Poeh.

“Dan breng ik je net zo veel thee en honing tot je jezelf weer Poeh voelt,” zegt Knorretje.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden