Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Ouder worden gaat niet geleidelijk

PlusRoos Schlikker

Midden op de stoep voor de theewinkel zit een bejaarde man in een scootmobiel, met in zijn rugzak een bosje anjers. Het loof trilt zachtjes terwijl zijn hoofd dommelend naar voren valt. De kerel schrikt op als een jongeman vraagt of hij ergens mee kan helpen. “Nee,” klinkt het ferm. “Ik wacht!” De jongen haast zich weg. “Sorry hoor, ouwe gek.”

De uitroep klonk ook onvriendelijk. Maar ik snap het wel. Het kan stomvervelend zijn als mensen steeds denken dat je hulpbehoevend bent, hoe lief ze het ook bedoelen.

Ach, ouderdom is überhaupt stomvervelend. Laatst zag ik in de verte bij een tram een meisje met lang blond haar. Toen ik haar naderde, bleek het een dame van zeker 70 te zijn. Een heel leven passeerde in twee keer knipperen. Zo snel gaat het, dacht ik ietwat dramatisch. Eén tramritje en de eindhalte is in zicht.

In tegenstelling tot wat iedereen gelooft, gaat ouder worden niet geleidelijk. Ja, botten strammen stilletjes en rimpels graven zich traag een onomkeerbare weg in je gezicht, wat je pas ziet als je als veertiger per ongeluk je telefoon opent met de camera op jezelf gericht waardoor je rechtstreeks in een amorfe berg vlees en vouw kijkt. Maar het brein hobbelt achter de feiten aan en waant zich onoverwinnelijk, zelfs als de motor begint te haperen.

Mijn vader, 80 kilo jonge labradorachtige levenslust, vindt het lastig. “Als ik denk aan wat ik vroeger kon en hoe dat achteruit is gegaan... Zo raar. In mijn kop ben ik 30.” Ik knik. Mijn leven lang heb ik op de racefiets aan zijn wiel gezeten, onmachtig om zijn stevige papakuiten te passeren, hoe graag ik ook wilde roepen: “Kijk eens wat ik kan!” Tegenwoordig voel ik: ik kan harder. Harder dan hij. Maar nu het me lukt hem te passeren, wil ik niet. Ik hoef niet meer te showen wat ik kan. Want ook ik word stiekem ouder. Mijn scoringsdrift is al opgeknabbeld door de tijd.

Volgens Picasso kost het mensen decennia om het heftig doorvoelen van alle emoties achter zich te laten, net als de behoefte tot behaagzucht en bij de roedel willen horen. Wie zich daar vrij van maakt, voelt zich jeugdig. Maar die vrijheid bereik je als het lichaam inmiddels kraakt. “Je bent pas jong als je 60 bent, en dan is het te laat,” aldus Picasso.

Ik denk dat ons gebrekkige tijdsbesef niet helpt. Of is dat juist wat ons in leven houdt? Want voor de jongere lijkt ouderdom ver weg. Maar voor de oudere is de jeugd nog steeds dichtbij, tegen beter weten in.

Zo ook voor de anjerman. Want na lang wachten schuifelt ze eindelijk naar buiten. Ze draagt een mondkapje ter grootte van een gesteven restaurantservet. Maar aan haar ogen zie ik haar lach als hij het vermoeide blommenbosje uit zijn rugzak vist. “Hier. Omdat het lente is.” Zijn stem klinkt nog steeds bars. Maar in zijn blik glanst de jongen die hij ooit was. Slechts één tramritje geleden.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden