Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Oranjegevoel, nou nee. Eerder een kutgevoel

PlusNico Dijkshoorn

Gisteren sprak ik de Echte Amsterdammer. Een samen­vatting.

“(…) Of ik een Oranjegevoel heb? Wat denk je zelf? Zie ik er uit alsof ik een klomp op mijn rug laat tatoeëren? Noem mij nou eens één ding waar ik dan trots op moet zijn. Dijken? Waarom? Wat doe jij dan, als het water om je knieën klotst? Ga je dan een kuil graven? Zo werkt dat gewoon. Als je in Amsterdam op tweehoog woont en je ziet een koe voorbij drijven, dan denk je: een dijk zou wel handig zijn. Die wordt dan gemaakt door mensen uit de provincie. Maar trots, nee. (…)

(…) Als je hier in onze wijk, als geboren Amsterdammer, je smoel oranje verft dan heb je een probleem. Een week geleden kwam Dikke Tonnie hier met me staan lullen. Had hij een vlaggetje op zijn voorhoofd. Ik zeg tegen hem: er zit een vlaggetje op je voorhoofd. Ja, zegt hij. Voor onze jongens. Lang verhaal kort: die heeft twee uur, vlak naast me, met een keiharde borstel zijn voorhoofd staan boenen. Ik ga niet staan oudelullendozen met iemand die ’s ochtends met vetkrijt zijn eigen voorhoofd heeft staan schilderen. (…)

(…) Maar Oranjegevoel, nou nee. Eerder een kutgevoel. Een soort schaamte, dat je trots moet zijn op niks. Vergelijk het maar met een hele lelijke kijkdoos. Dat je dus in die doos kijkt en dat ze er een teringzooi van hebben gemaakt. Dan ben ik dus niet iemand die zegt: ‘Kolere, pik, wat heb je dat goed gedaan. Die uit elkaar getrokken tampon dat is net een wolk.’ Ik vind dat je dan eerlijk moet zijn. Gewoon zeggen: ‘Dit is de Nederlandse zaadfilm over de oorlog onder de kijkdozen. Geen reet aan.’ (…)

(…) Trots op ons eten? Wat bedoel je? Vegan ijs? Dat ik tegen zo’n ijsboer zeg: jeetje man, hoe krijg je het voor elkaar, geen dier in je ijs. Zie jij dat voor je? Waar moet ik trots op zijn dan? Smurfenijs? Als je me gek wilt krijgen moet je me schepijs laten kopen. Ga ik achter zo’n lul in een korte broek staan en dan op zijn rug tikken. ‘Als jij hazelnootijs met papayavlokken gaat bestellen heb je een probleem ouwe.’ (…)

(…) Amsterdammers dragen geen korte broek. Schrijf dat maar op. Broekie tot op de enkels: Amsterdammer. Broekie tot vlak onder je ballen: Groenlo of daarboven. Zie jij hier iemand in een korte broek lopen? Nee, precies. Want ze weten dat ze hem uit moeten trekken. Het is de Jordaan, gek. Enige waar ik trots op ben. (…)”

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden