Opinie

Opinie: ‘Zetten we het Nederlanderschap op losse schroeven vanwege een handjevol uitreizigers?

De tijdelijke wet die het mogelijk maakt om het Nederlanderschap in te trekken van burgers die zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie wordt mogelijk permanent. Dit voorstel zet nationaliteit op losse schroeven, stelt Ulli d’Oliveira.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Het is weer zover. Mevrouw Broekers-Knol (VVD) heeft namens het demissionaire kabinet een wetsvoorstel ingediend om de tijdelijke wet die het mogelijk maakt om het Nederlanderschap in te trekken van Nederlanders die zich in het buitenland hebben aangesloten bij een terroristische organisatie te vereeuwigen. Die tijdelijke wet is in 2017 ingevoerd met een looptijd van vijf jaar en loopt op 1 maart 2022 af. Vandaar dat de staatssecretaris op 12 oktober de Tweede Kamer vraagt om het wetsvoorstel met voorrang te behandelen, want anders vallen er hiaten. De termijn van vijf jaar – in jargon: een horizonbepaling – kwam er op uitdrukkelijke wens van de Kamer tegen de even uitdrukkelijke bezwaren van de regering, die nu alsnog haar zin wil doordrukken.

Indertijd was er al een flink aantal bezwaren geuit, ook door adviescolleges als de Raad van State, maar de regering heeft niet willen luisteren, en dat doet ze ook nu niet. Opnieuw heeft de Raad van State een negatief advies uitgebracht: ‘Voor een permanente regeling zoals voorgesteld worden thans onvoldoende zwaarwegende argumenten gegeven.’ In de consultatieronde hebben ook anderen gewichtige bezwaren geopperd. In de memorie van toelichting worden die allemaal afgeserveerd. Tussen haakjes: alleen de bezwaren van organisaties worden besproken, die van enkele particulieren waren kennelijk het bespreken niet waard, al waren ze wel in het advies van de Raad van State verwerkt. Dat zal de animo om commentaar te leveren op wetsvoorstellen niet vergroten.

Lippendienst

Hoewel het kabinet lippendienst betuigt aan het primaat van het strafrecht als het gaat om terrorismebestrijding heeft het in de afgelopen tijd stelselmatig de adviezen van het Openbaar Ministerie om eerst tot berechting te komen in de wind geslagen. Hooguit is het bereid om de ongewenstverklaring die gepaard gaat met de intrekking van het Nederlanderschap te schorsen voor de duur van een eventuele berechting en het zonodig uitzitten van de straf, zodat de betrokkene zijn of haar proces kan bijwonen.

Gebeurt dat niet, dan kan de rechter het proces stopzetten en is het gebeurd met een strafrechtelijke benadering. De rechter heeft dat al een paar keer beslist: ook terroristen hebben recht op een eerlijk proces, met het recht om dat in persoon bij te wonen. Bovendien kan de minister ook al de nationaliteit intrekken nadat iemand onherroepelijk is veroordeeld wegens een hele waslijst van terroristische misdrijven. Is het dan werkelijk nodig om iemand ook zonder strafrechtelijke veroordeling de nationaliteit af te nemen?

Er is een kwestie waarover in alle toonaarden gezwegen wordt, en dat is die van de waarde van het Nederlanderschap. Alles staat in het teken van de nationale veiligheid en de potentieel grote dreiging die van de uitreizigers zou uitgaan. Het intrekken van het Nederlanderschap als instrument om deze dreiging te verminderen doet de vraag rijzen of zo’n ingreep wel proportioneel is. Weliswaar verliest iemand alleen het Nederlanderschap als hij/zij nog een nationaliteit overhoudt, maar daarmee is de vraag naar de waarde van de Nederlandse nationaliteit niet beantwoord. Het gaat hier immers niet om een straf op een gebrek aan vaderlandsliefde of loyaliteit aan de Nederlandse samenleving, maar puur om de nationale veiligheid. Interne terroristen, huurmoordenaars of gestoorde aanslagplegers blijven keurig Nederlander.

Op losse schroeven

Het wetsvoorstel zet de nationaliteit op losse schroeven. Willekeurige onwelgevallige gedragingen kunnen tot verlies leiden van een hoedanigheid waaraan talrijke andere rechten en verplichtingen vastzitten: het recht om rechten te hebben. Om een handjevol uitreizigers te treffen – het zijn er tot op heden nog geen twintig – wordt een hellend vlak geschapen, waar uitsluitend mensen met een dubbele nationaliteit vanaf mogen glijden.

In alle toonaarden betoogt het kabinet dat dit geen discriminatie oplevert, omdat het graag ook exclusief Nederlanders zou willen treffen als dat niet door het internationale recht verboden werd, maar iedereen voelt op zijn klompen aan dat dit een drogreden is. Gegeven niet alleen de enorme praktische gevolgen van het afnemen van de nationaliteit, maar ook de symbolische verzwakking van het bezit van de nationaliteit, moet het parlement nog maar eens flink nadenken bij die eventuele versnelde behandeling. Er wordt juist aangedrongen op slow politics en meer aandacht voor de wetgeving, en dat is hard nodig als het gaat om de betekenis van de Nederlandse nationaliteit.

Ulli d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de UvA en verbonden aan Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers. Beeld -
Ulli d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de UvA en verbonden aan Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden