Opinie

Opinie: ‘Wooncrisis moet het belangrijkste thema van de verkiezingen zijn’

De grootste vier partijen in de peilingen benoemen de woningnood als probleem, maar komen niet met oplossingen, schrijft Barend Wind. ‘De markt moet weer gereguleerd worden.’

Als het aan Barend Wind ligt, wordt de woningmarkt het belangrijkste verkiezingsthema. Beeld Hollandse Hoogte / C. Barton van Flymen
Als het aan Barend Wind ligt, wordt de woningmarkt het belangrijkste verkiezingsthema.Beeld Hollandse Hoogte / C. Barton van Flymen

Op 17 maart kiezen we een nieuwe regering. Voor de komende vier jaar is het oplossen van de wooncrisis misschien wel haar grootste uitdaging. Toch lijkt het erop dat de verkiezingscampagne slechts over het komende half jaar zal gaan, over de manier waarop we de gevolgen van het coronacrisis verzachten. Dit ontneemt het zicht op het grootste verdelingsvraagstuk van de lange termijn: wie fijn en betaalbaar mag wonen en wie mag verdienen aan de woningnood.

Om de woningnood op te lossen, moeten er de komende tien jaar een miljoen nieuwe woningen worden gebouwd, blijkt uit woningmarktmodellen van onderzoeksbureau ABF. Hoewel de meeste politieke partijen dit streven in hun programma onderschrijven, lossen we daarmee de wooncrisis niet op. Meer nog dan een tekort aan woningen, wordt de wooncrisis namelijk gekenmerkt door onbetaalbare huren, torenhoge huizenprijzen en toenemende segregatie, met kansenongelijkheid als gevolg.

Starters en doorstromers

De afgelopen twintig jaar is de Nederlandse woningmarkt een piramidespel geworden met zo ongeveer alleen kinderloze woningbezitters met een forse overwaarde als winnaar. Vrijwel alle andere Nederlanders hebben belang bij meer betaalbare huisvesting in plaats van meer overwaarde.

Ouders, omdat ze willen dat hun kinderen het huis uit kunnen. Ondernemers, omdat ze willen dat hun klanten na hun vaste lasten geld overhouden voor de boodschappen. Buurtbewoners, omdat ze zich zorgen maken over de leefbaarheid door de toename van kamerverhuur aan studenten en arbeidsmigranten.

Deze wooncrisis is onder andere een gevolg van de deregulering van de hypotheekmarkten die de woningprijzen heft opgedreven, terwijl het gebrek aan overheidssturing op nieuwbouw de schaarste heeft vergroot. Goed nieuws voor de banken, slecht nieuws voor alle starters en doorstromers. Zij moeten immers voor de hoofdprijs een nieuwe lening afsluiten.

Intussen kopen beleggers de laatste betaalbare koopwoningen op om voor 1500 euro te verhuren aan woningdelende flexwerkers. Zonder prijsregulering wordt ook de nieuwbouw onbetaalbaar en komt de oplossing van de wooncrisis niet in zicht.

Hoewel de grootste partijen in de peilingen – VVD, PVV, CDA en D66 – de woningnood erkennen, komen ze niet met oplossingen voor de wooncrisis. Ze zien geen rol weggelegd voor een minister voor Wonen (VVD), of zijn niet bereid deze minister de macht en financiële middelen te geven om een vuist te maken tegen lagere overheden en vastgoedinvesteerders (PVV, CDA, D66).

Impliciet gaan zij ervan uit dat de markt mag bepalen voor welke doelgroepen er bijgebouwd zal worden. Daarmee delven sociale huurders en kopers met een (laag) middeninkomen het onderspit. Ter illustratie: D66 stelt voor het weer gemakkelijker te maken om een aflossingsvrije hypotheek af te sluiten, terwijl VVD voorstelt de huurregulering verder af te bouwen. Op de lange termijn maakt dit het wonen verder onbetaalbaar. Op deze manier investeren deze partijen niet in betaalbare nieuwbouw, maar in ons nationale piramidespel.

Een ‘monsterverbond’ van 34 partijen in de bouwsector heeft afgelopen woensdag een ambitieuze ‘actieagenda wonen’ gepresenteerd. Deze actieagenda voorziet in de bouw van 100.000 woningen per jaar in alle segmenten, de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad én investeringen in de leefbaarheid van onze wijken.

Onvindbare maatregelen

Het monsterverbond kan aan de slag wanneer dit jaar een minister aantreedt met lef, die de markt reguleert met fondsen voor nieuwbouw en verduurzaming. In de programma’s van de grootste partijen in de peilingen zijn zulke maatregelen niet terug te vinden. Alleen de programma’s van de PvdA en GroenLinks hebben de maatregelen in huis om de actieagenda van het monsterverbond te realiseren. Zet in de verkiezingsdebatten daarom Lilianne Ploumen (PvdA) tegenover Mark Rutte (VVD) over de woningnood, en Jesse Klaver (GroenLinks) tegenover Wopke Hoekstra (CDA) over verduurzaming. Anders blijft het belangrijkste verdelingsvraagstuk van deze tijd onzichtbaar.

Barend Wind

Universitair docent Sociale Planologie, Rijksuniversiteit Groningen en strategisch adviseur van woningcorporatie De Key schrijft dit op persoonlijke titel.

Barend Wind. Beeld -
Barend Wind.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden