Opinie

Opinie: ‘Wie waren de elf verzetshelden van de plaquette?’

De velden van hockeyclub Amsterdam. In hoek van het clubhuis hangt een plaquette met de namen van elf leden van de club die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld. Beeld Joris Van Gennip
De velden van hockeyclub Amsterdam. In hoek van het clubhuis hangt een plaquette met de namen van elf leden van de club die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld.Beeld Joris Van Gennip

De plaquette zit op een muur voor de bestuurskamer in een voor leden afgeschermd deel van het clubhuis van hockeyclub Amsterdam. In een relatief donkere hoek, met opgestapelde dozen, tegenover het kopieerapparaat. De plaquette was uit het zicht verdwenen. We zijn er jaren langsgelopen.

Op de plaquette staan elf namen van leden die tijdens de oorlog in het verzet actief waren en alles hebben gegeven voor onze vrijheid. Maar waarom hangt die plaquette hier? Wie zijn deze mensen? Waarom juist zij?

Om antwoorden op die vragen te vinden hebben wij een 4 mei-comité opgericht. Langzaam vallen de puzzelstukken op hun plaats. We lazen over Theo Roest van Limburg die als Amsterdamse koerier de Waal moest oversteken, Frits van Nierop die persoonsbewijzen en onderduikadressen regelde en Jan Pleyte die samen met andere twintigers met CS-6 (de Corellistraat 6-groep) aanslagen op de bezetters pleegde.

De leden zijn dicht bij ons, ze woonden in de straten waar wij nu wonen, ze hadden dezelfde banen als wij nu hebben en vermoedelijk fietsten ze tot 1940 met hun maatjes vrolijk naar de sportvelden, net als onze kinderen tegenwoordig.

We spraken met een oud-voorzitter uit de jaren zestig. Toen wist men nog wat er gebeurd was, zei hij. De blik was op de toekomst gericht. Het verdriet was waarschijnlijk nog te vers. Dus kwam de plaquette respectvol in het clubhuis, in een rustig hoekje, net buiten de bestuurskamer, opdat die elf nooit zouden worden vergeten.

Nu willen we kennis maken met deze elf. We willen kunnen lezen over hun daden en ons erdoor aan het denken laten zetten. Het is ons doel deze elf een gezicht te geven.

De in 1943 door de Duitsers gefusilleerde Tsjechische communist Julius Fucik schreef kort voor zijn dood: ‘Ik zou zo graag willen dat men weet, dat er geen helden zonder naam bestonden. Dat het mensen waren, die een naam hadden, een gezicht, verlangens en hoop en dat daarom het leed van de laatste van hen niet geringer was dan van de eerste, wiens naam bewaard is gebleven. Ik zou zo graag willen dat zij allen dicht bij jullie bleven, als mensen die je kent, als mensen als jezelf.’

Er zijn ongetwijfeld nog anderen. Leden die onderdoken, leden die sneuvelden hier of elders, op dit moment voor ons nog naamloos.

Maar voor nu zijn er deze elf en ze hebben allen een naam. Thijs Cohen Tervaert, Carl Jibben, Rob Kuhn, Just Montijn, Frits van Nierop, Jan Pleyte, Theo Roest van Limburg, Piet Roodenburgh, At Schoon, Willem Schreuder en Jan van Twisk.

David Tuinzing, Maud Bosse, Bonnie Groenemeijer, Sofie Frankenhuis. Ariane Hoog en Lea Ward (het 4 mei-comité van de Amsterdamse Hockey & Bandy Club)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden