Opinie

Opinie: ‘We moeten wonen weer zien als recht in plaats van een markt’

Nu de VVD weer als de grootste partij uit de bus is gekomen, maakt Jeske Jongerius zich zorgen over het woonrecht. ‘Als tien jaar Rutte iets laat zien, is het wel dat woonrecht en woningmarkt niet samen gaan.’

null Beeld Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam
Beeld Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam

Wonen was een hoofdthema deze verkiezingen. Toch werden de verkiezingen gewonnen door de partij die ons de grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ingeleid. Door de winst van de VVD blijft onze woonzekerheid, een sociaal grondrecht, op de tocht staan en dat is beangstigend.

Eerder werd bij onder andere de toeslagen­affaire al onthuld hoe het kabinet-Rutte III de democratie en rechtsstaat heeft ondermijnd. Helaas lijkt dit eerder een trend dan uitzondering. Doordat het begrip woningmarkt mainstream is geworden, in plaats van volkshuisvesting of woonrecht, lijken wij te vergeten dat het recht op huisvesting in de Nederlandse grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is vastgelegd. Het is de taak van de overheid om hier zorg voor te dragen, niet van de markt.

Aangezien een procent van de mensen de meerderheid van het kapitaal bezit, dient de markt primair het belang van de rijke toplaag. Ons woonrecht aan de markt overlaten, zoals de VVD heeft gedaan, ondermijnt onze constitutie en democratie.

Niet voor niks heeft de internationale woonrecht-beweging The Shift het Nederlandse kabinet eind 2020 opgeroepen de dakloosheid, die in tien jaar tijd is verdubbeld tot 40.000 mensen, terug te dringen. Onder Rutte is zelfs ‘de economisch dakloze’ ontstaan: iemand die prima functioneert in de maatschappij, een baan heeft, maar geen huis.

Hoe dat is, heb ik aan den lijve ondervonden. Na een relatiebreuk heb ik anderhalf jaar tussen logeeradressen en tijdelijke antikraak­woningen gehopt; ondanks een baan en (toen) negen jaar wachttijd voor sociale huur. Juist omdat er géén sprake is van een ‘probleemgeval’, maar van een falend systeem, ben je in zo’n situatie voor hulp afhankelijk van je eigen netwerk.

Gunstig voor beleggers

Voor ‘het investeringsklimaat’ komen VVD’ers wel in beweging. Zo gebruikte de laatste minister van Wonen, Stef Blok, zijn termijn om buitenlands kapitaal naar de Nederlandse woningmarkt te trekken. De combinatie van een ongereguleerde vrije huurmarkt met de invoer van tijdelijke huurcontracten gaf huisjesmelkers de vrije hand. Voor de VVD was de ‘woningmarkt’ zo af: een zeer gunstig klimaat voor beleggers, maar er valt niet in te wonen.

Vijf jaar na de invoering zijn tijdelijke contracten de norm geworden en kampen we met de grootste huurstijging in jaren. Intussen is afgelopen jaar 40 procent van de koopwoningen in de grote steden naar beleggers gegaan, in plaats van naar starters op de woningmarkt en zijn de woningprijzen harder gestegen dan ooit tevoren. Onder dit marktbeleid is het woningtekort opgelopen tot 331.000. Als tien jaar wonen onder Rutte iets laat zien, is het wel dat woonrecht en woningmarkt niet samen gaan.

De persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van de wooncrisis blijven onderbelicht. Wonen beïnvloedt alle terreinen van je leven. Van de mogelijkheid om een gezin te starten, of juist te scheiden, tot je baankeuze. Door de strenge inkomenseisen voor sociale huur en de lange wachttijden (die zijn toegenomen door de extra belasting op sociale huur – de verhuurderheffing – van het kabinet-Rutte II), zijn de meeste mensen aangewezen op de woningmarkt. En het zijn niet de maatschappelijk relevantste beroepen die de huidige huur- of koopprijs bereikbaar maken.

Verkeerde stimulans

Antropoloog David Graeber beschrijft in zijn boek Bullshit Jobs de negatieve correlatie tussen de maatschappelijke waarde van werk en de financiële beloning. Op een aantal uitzonderingen na betekent dit: hoe meer waarde je toevoegt aan de maatschappij – denk aan zorgmedewerkers, schoonmakers en docenten – hoe slechter je wordt betaald. Hoe meer waarde je daarentegen onttrekt aan de maatschappij – denk aan flitshandelaren en reclamemakers – hoe dikker je salaris.

Met de VVD aan zet verandert dit niet. Voor een essentieel beroep krijg je bij de VVD slechts applaus: loonsverhoging zit er niet in, noch toegang tot de sociale huur voor middeninkomens. Nalatig woonbeleid bemoedigt daarmee de keuze, als je überhaupt al keuze hebt, voor werk met een hoog salaris. Ook als dit werk de maatschappij – of je eigen geluk – niet ten goede komt.

Een Volkspartij die staat voor Vrijheid en Democratie doet haar naam geen eer aan door onze sociale grondrechten te ondermijnen. Maar in plaats van zelfreflectie vervalt de VVD liever in de zondebokpolitiek van het wijzen naar statushouders, klemzittende ‘scheefhuurders’ en zelfs het handjevol krakers dat nog over is.

Mijn huidige woonplek heb ik overigens ondanks de VVD en dankzij krakers. Net als veel andere woongroepen is ook de mijne een voortvloeisel uit de kraakbeweging die later werd overgenomen door een woningcorporatie en is omgezet in sociale huur. Dat krijg je, als collectief belang boven privaat winstbelang wordt gesteld: betaalbare woonruimte.

Antropoloog Jeske Jongerius voerde in aanloop naar de verkiezingen campagne tegen de wooncrisis bij burgerbeweging DeGoedeZaak en de Woonbond. Beeld
Antropoloog Jeske Jongerius voerde in aanloop naar de verkiezingen campagne tegen de wooncrisis bij burgerbeweging DeGoedeZaak en de Woonbond.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden