Opinie

Opinie: ‘Ware volksvertegenwoordigers luisteren en nemen het volk serieus’

Zijn de gekozen volksvertegenwoordigers representatief voor de Nederlandse bevolking? John Jansen van Galen vraagt de hoogopgeleide politici te luisteren naar de burgers.

Van de Tweede Kamerleden heeft 90 procent een hogere opleiding voltooid, tegen 40 procent van de bevolking. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Van de Tweede Kamerleden heeft 90 procent een hogere opleiding voltooid, tegen 40 procent van de bevolking.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Hoera, we hebben een nieuwe volksvertegenwoordiging gekozen! Maar de vraag is: in hoeverre vertegenwoordigt die ons, het Nederlandse volk? Met andere woorden: hoe representatief is de Tweede Kamer voor de bevolking van Nederland?

Om te beginnen zitten er daarvoor te weinig vrouwen (was ruim een op de drie en dat blijft zo), mensen met een migratieachtergrond (ruim een op de acht, maar zou naar evenredigheid en op de vier moeten zijn) en Nederlanders van buiten de Randstad in. Het frappantst is echter het verschil in opleiding. Van alle Nederlanders heeft bijna 40 procent een universitaire of hogere beroepsopleiding voltooid, van de Tweede Kamerleden meer dan 90 procent.

Was de Tweede Kamer vroeger evenwichtiger samengesteld? Het is altijd in hoofdzaak een bolwerk van hoger gediplomeerden geweest en terecht: het Kamerlidmaatschap vergt een ­zekere scholing om begrotingen en wetsvoorstellen te kunnen beoordelen. Sterker, er wordt ­tegenwoordig geklaagd dat er te weinig juristen in het parlement zitten om zorgvuldige wetgeving te kunnen garanderen.

Maar tot en met de jaren tachtig zaten er inderdaad meer arbeiders in de Tweede Kamer. Nu waren dat veelal vakbondsbestuurders die allang ‘vrijgesteld’ waren van hun oorspronkelijke arbeid, zodat ze de vergadertafel beter kenden dan de werkbank. Maar ook Kamerleden als Jan Schaefer (bakker, PvdA) en Dien Cornelissen (maatschappelijk werkster, CDA) hadden alleen een praktische opleiding en bliezen in de Haagse politiek een duchtig partijtje mee. Sindsdien zijn lager opgeleide volksvertegenwoordigers in Den Haag praktisch uitgestorven.

Vmbo-Nederland

Moet dat veranderen? Moeten er quota gesteld worden aan geslacht, leeftijd, herkomst en opleiding van Kamerleden? Eerste Kamerlid Joop van den Berg (PvdA), die promoveerde op De toegang tot het Binnenhof, noemt dat ‘flauwekul’. Je moet toch een zekere kennis hebben om het volk te kunnen vertegenwoordigen? Het is volgens hem bovendien ‘gezeur’, zei hij onlangs in het opinieblad Argus: “Eerst moesten we allemaal doorleren. En nu we dat massaal hebben gedaan zou dit juist een bezwaar zijn voor het Kamerlidmaatschap?”

Maar daarmee is voor hem de kous niet af. Er is inderdaad een verontrustend verschil in dagelijks leven, ervaringen en interesses tussen de 40 procent van de bevolking waaruit de Kamer gerekruteerd wordt en de andere 60 procent, die het Kamerlid Renske Leijten betitelt als ‘vmbo-Nederland’. Volgens haar bleef politiek Den Haag zo lang blind voor de gevolgen van de kindertoeslagenaffaire omdat deze ‘niet de trainer maar de schoonmaker van de hockeyclub’ trof. En wie kent die schoonmaker?

Aan beide zijden van die scheidslijn worden de wereld en het bestaan anders beleefd. In een verkiezingsreportage signaleerde deze week een jonge vrouw uit een probleemwijk eindelijk een Kamerlid – SP’er Peter Kwint – dat een ‘gewoon mens’ is en wel getatoeëerd is. Zouden ze op de hockeyclub een getatoeëerde als een gewoon mens zien? Ik ook niet, en dat is het ’m nu juist.

Eretitel

Geforceerde ‘werkbezoeken’ aan probleemwijken, met microfoons en camera’s present, helpen niet bij het overbruggen van die kloof. Net zomin als het aan lager opgeleiden opleggen van toelatingseisen voor toetreding tot de politieke arena – het zou bovendien strijdig zijn met de uitgangspunten van onze parlementaire democratie.

Het gaat er wel om dat de gekozenen zich opstellen als ware volksvertegenwoordigers en die eretitel waarmaken door te proberen zich te verdiepen in het leven van die ‘andere 60 procent’ van de bevolking. Het gaat volgens SP’er Leijten niet om nieuwe formele regels, maar om een oprecht en geduldig streven je enig ‘besef’ van hun bestaan eigen te maken.

Nu is het vast notoir moeilijk te ontsnappen aan de naar binnen gekeerde cultuur van het Binnenhof met zijn spoeddebatten, interpellaties en relletjes die iedere parlementariër gemakkelijk opslokken. Maar als we willen voorkomen dat de minder gefortuneerden steeds verder weg drijven van de parlementaire democratie, zullen de gekozenen naar hen moeten luisteren en hen serieus moeten gaan nemen. Zonder op de hurken te gaan zitten, zonder te schoolmeesteren.

John Jansen van Galen, journalist en publicist. Beeld ANP Kippa
John Jansen van Galen, journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden