Opinie

Opinie: ‘Vrijwilligers en filantropen, laat eens wat vaker van je horen’

Maatschappelijk initiatief is noodzakelijk voor een vitale samenleving. Het wordt tijd dat er meer oog komt voor filantropie, stellen Jan Smelik en Theo Schuyt.

Een vrijwilliger van stichting Samen Sterk Vrouwen West pakt een maaltijd in. De stichting kookt wekelijks een gratis maaltijd voor minder bedeelde Amsterdammers. Beeld EVERT ELZINGA/ANP
Een vrijwilliger van stichting Samen Sterk Vrouwen West pakt een maaltijd in. De stichting kookt wekelijks een gratis maaltijd voor minder bedeelde Amsterdammers.Beeld EVERT ELZINGA/ANP

De coronacrisis heeft ons duidelijk gemaakt hoe mensen van betekenis kunnen zijn voor elkaar. Zij herontdekken de waarde van ‘noaberschap’ of gemeenschapszin. Dat er een wereld ligt tussen overheid en markt, tussen publiek en privaat. Dat is de wereld van gemeenschappen, van mensen en hun collectieven.

Nederland is nooit een land geweest waarin de staat dominant is, zoals Frankrijk, of de markt, zoals de Verenigde Staten. Het maatschappelijk initiatief heeft in onze samenleving altijd een grote bijdrage geleverd. Denk bijvoorbeeld aan woningbouwverenigingen, bijzonder onderwijs, kruisverenigingen, filantropie, coöperaties en de eindeloze hoeveelheid andere verenigingen en stichtingen die ons land rijk is.

Helaas is het maatschappelijk initiatief in de marge terechtgekomen. De overheid heeft in het kader van de verzorgingsstaat vele maatschappelijke taken naar zich toegetrokken, en daarna vanuit het neoliberale denken grotendeels overgedragen aan de markt of in het kader van de participatiemaatschappij overgelaten aan het ‘zelfredzame’ individu.

Solidariteit

De ontwikkelingen van de laatste jaren laten zien dat de overheid en de markt de maatschappelijke uitdagingen niet alleen aankunnen. Het is tijd voor een herbezinning op de eenzijdige inrichting van onze samenleving. Het is tijd om het maatschappelijk initiatief opnieuw de plek te geven die haar toekomt. Samen met de waarden die daar gelden en zo anders zijn dan die van de overheid en de markt. Waarden als solidariteit, samenwerking en verbondenheid.

Want vergis je niet, het maatschappelijk initiatief is nog springlevend. De helft van alle Nederlanders doet aan vrijwilligerswerk en wij geven samen 5,7 miljard euro per jaar aan goede doelen.

Bovendien is een hele nieuwe ontwikkeling gaande: burgercollectieven schieten als paddenstoelen uit de grond: noaberzorgpunten, energiecoöperaties, broodfondsen, herenboeren, collectieve woonvormen, wijkondernemingen, buurthuizen en zwembaden in zelfbeheer, lokale fondsen.

Naar schatting 875.000 Nederlanders maken jaarlijks gebruik van de diensten van een zorgcoöperatie. En 85.000 Nederlanders zijn lid en dus mede-eigenaar van een energiecoöperatie. Noem het de nieuwe coöperatieve beweging, die in volle bloei is.

Tegenstand

Maar burgers die maatschappelijk actief zijn, zijn vaak bescheiden. Veel filantropie en vrijwilligerswerk geschiedt in de schaduw. En burgercollectieven zijn kleinschalig. Dat is op zich prima, maar heeft wel tot gevolg dat het belang van maatschappelijk initiatief stelselmatig wordt onderschat. Actieve burgers ervaren zelfs regelmatig tegenstand vanuit de systeemwereld, in plaats van erkenning dat we het echt samen moeten doen.

Het wordt tijd dat we het evenwicht gaan herstellen. Dat actieve burgers en filantropen zich meer laten gelden. Dat de gemeente niet meer automatisch een marktpartij vraagt om een parkeergarage in een nieuwe wijk te gaan beheren, maar ook eens kijkt of de bewoners dat samen kunnen en willen doen.

Dat de provincie niet alleen met grote energieleveranciers onderhandelt over de energietransitie, maar inwoners de kans geeft hun eigen leefomgeving energieneutraal te maken. Dat het lokale ziekenhuis of theater zijn bestaansrecht vergroot door bewoners mede-eigenaar te maken.

Dat zorg- en welzijnsvoorzieningen voor ouderen samen met wijkbewoners worden ingericht, zodat ‘samenredzaamheid’ onze zorgsector kan ontlasten. Want er kan nog zoveel meer.

Jan Smelik is algemeen Coördinator ‘Nederland zorgt voor elkaar’ en Theo Schuyt is hoogleraar Filantropische Studies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden