Opinie: ‘Voorzie waar mogelijk omstreden erfgoed van de juiste context’

Woensdag werd stilgestaan bij de verplaatsing van het in Joodse kring nog altijd zeer omstreden Monument van Joodse Erkentelijkheid naar het Weesperplein. Dit is een verkorte versie van de rede die Emile Schrijver bij die gelegenheid hield.

Het Parool
De onthulling van het Monument van Joodse Erkentelijkheid van beeldhouwer Jobs Wertheim op het Weesperplein op 23 februari 1950.  Beeld Stadsarchief Amsterdam
De onthulling van het Monument van Joodse Erkentelijkheid van beeldhouwer Jobs Wertheim op het Weesperplein op 23 februari 1950.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Op 23 februari 1950 werd op het Weesperplein het Monument van Joodse Erkentelijkheid onthuld. Het werd uit naam van ‘de Joden van Nederland aan hun beschermers in de bezettingsjaren 1940–1945' aan de stad aangeboden. Het was een initiatief van het Comité tot Stichting van een gedenkteken voor de hulp in Nederland aan Joden verleend gedurende de oorlog, dat onder leiding stond van huisarts en gemeenteraadslid Maurits de Hartogh (1876–1952). De leden waren Joodse notabelen, goed geassimileerd, maar allen ook net zo getraumatiseerd door persoonlijke verliezen als alle andere Nederlandse Joden.

De Hartogh had op 21 november 1945 de Amsterdamse gemeenteraad al toegesproken:

‘Zeker, ons volk heeft niet kunnen verhinderen, dat het overgroote deel der Nederlandsche Joden buiten het land is gesleept, waarvan helaas maar een klein deel is teruggekomen. Spreker behoort tot de weinige gelukkigen onder hen... Hadden echter de Nederlanders niet geholpen bij het onderduiken van vele Joden, hadden zij de maatregelen tegen de Joden niet gesaboteerd, wellicht had geen enkele deze ramp overleefd. Naast rouw voelt spreker daarom vreugde over het feit, dat in de bezettingsjaren opnieuw gebleken is, dat het Nederlandsche volk zich niet tegen zijn Joodsche landgenooten laat opzetten...’

Ongemak

Er zijn aanwijzingen dat koningin Wilhelmina een rol heeft gespeeld in het initiatief tot oprichting van het comité. Bob Nijkerk, lid van het comité, zei in 1986 dat het ‘op royal command van Wilhelmina’ was ontstaan. Zij zou kort na de oorlog een groepje vooraanstaande Joden bij zich hebben geroepen omdat het haar verbaasde dat ‘de Joden zo weinig dank betoond hadden aan hun onderduikadressen.’ Het past naadloos in het schrijnende beeld dat we inmiddels hebben van onze toenmalige vorstin.

Beeldend kunstenaar Jobs Wertheim (1898–1977), net als De Hartogh een overlevende, werd aangezocht om het monument te ontwerpen. Een voorstel van een andere overlevende, Jaap Kaas, had het eerder niet gehaald, waarschijnlijk omdat die een herdenkingsmonument met de namen van de slachtoffers – en dus geen dankbaarheidsmonument – voorzag. De beelden en teksten op het monument benadrukken vooral de saamhorigheid tussen Joodse en niet-Joodse Nederlanders. De vorm is ontleend aan Joodse grafstenen, en de teksten refereren aan gedeelde joodse en christelijke waarden. Ik denk dat de abstractie van het monument heeft bijgedragen aan het uitblijven van iedere vorm van acceptatie bij de Joodse gemeenschap. ‘Berustend in Gods wil / Vereend met u in afweer / Gesterkt door uw weerstand / Rouwend met u / Beschermd door uw liefde.’

Niet minder dan 102.000 van de 140.000 Nederlandse Joden waren vermoord, bijna 75 procent. Onder de overlevenden waren er die dat te danken hadden aan dappere niet-Joden, maar velen moesten ook gewoon fiks betalen voor de onderduik, moesten zich antisemitisme laten welgevallen, en dan na de oorlog blijkbaar nog dankbaar zijn ook. Bij de onthulling waren geen vertegenwoordigers van Joodse organisaties aanwezig. Ook de stad voelde dit ongemak. Burgemeester Arnold d’Ailly zei bij de onthulling: “De gemeente aanvaardt het met trots, maar ook met schaamte. Want hoewel veel weerstand geboden is, zijn zeer velen tekortgeschoten.” En het Nieuw Israeliëtisch Weekblad schreef toen dat ‘slechts een zeer klein percentage van het Nederlandse volk ons behulpzaam is geweest en dat het ons niet aangaat het Nederlandse volk in zijn geheel hiervoor dank te brengen.’ Dat gevoel is bij de Joodse gemeenschap alleen maar sterker geworden.

Moedige keuze

Een principiële denkfout rond het monument is mijns inziens onderbelicht. De initiatiefnemers waren overlevenden en wilden dankbaarheid tonen. Maar door het monument aan te bieden namens ‘de (lees: alle) Joden van Nederland aan hun beschermers in de bezettingsjaren 1940–1945’ maakten zij van hun private dankbaarheid een niet gevoelde collectieve dankbaarheid en denderden ze rigoureus over het collectieve verdriet heen.

Er is de laatste jaren veel verbeterd in de Nederlandse omgang met de Holocaust. Premier Mark Rutte heeft zijn excuses aangeboden voor de schandalige behandeling na de oorlog, koning Willem-Alexander heeft de abjecte passiviteit van zijn overgrootmoeder afgekeurd en we hebben een Holocaust Namenmonument, een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding en in 2023 een Nationaal Holocaustmuseum.

Waarom dan toch deze steen des aanstoots herplaatsen, tegenover de oorspronkelijke plek, nadat het in 1968 al eens naar de Weesperstraat was verplaatst? Ik sta achter de beslissing van de gemeente Amsterdam om het monument met een toelichtende tekst weer te herplaatsen. De omgang van Nederland met zijn Joodse medeburgers is een onlosmakelijk deel van onze geschiedenis. Het enorme ongemak van de Joodse gemeenschap met dit monument is onder woorden gebracht in de begeleidende tekst en het is belangrijk dat we dat ook blijven benoemen, omdat er een grote waarschuwing van uitgaat, voor het heden en voor onze toekomst.

Ook roep ik al onze overheden op om dit voorbeeld te volgen en waar mogelijk omstreden erfgoed, niet alleen Joods erfgoed, van de juiste context te voorzien, om te laten zien dat we moeilijke gesprekken over onze gedeelde geschiedenis niet uit de weg gaan. De keuze om het dankbaarheidsmonument te laten staan was niet de enig mogelijke, maar naar mijn mening wel de moedigste en de zuiverste, en daarmee de enig juiste.

Emile Schrijver is algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier en het Nationaal Holocaustmuseum en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam

null Beeld
Het Monument van de Joodse Erkentelijkheid in de Weesperstraat in 2019. Beeld Jakob Van Vliet
Het Monument van de Joodse Erkentelijkheid in de Weesperstraat in 2019.Beeld Jakob Van Vliet
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden