Lezersbrieven

Opinie: ‘Voor mij, als blije en enorm elitaire VanMoofrijder, is de afgunst totale entertainment’

Het regent klachten over de populaire e-bikes van VanMoof, maar voor de tevreden gebruiker Michiel Ris is al het chagrijn dat over de ‘elitefiets’ vooral vermaak. Dit zijn de ingezonden brieven van donderdag.

Het Parool
null Beeld Van Moof
Beeld Van Moof

‘Zoveel chagrijn en afgunst om een fiets, hoe Amsterdams wil je het hebben?’

Met steeds meer plezier lees ik in Het Parool over de weerstand die de VanMoofrijder met zijn fiets oproept. Zo ook weer de laatste klaagzang van 5 januari. Voor mij – blije en enorm elitaire VanMoofrijder – inmiddels totale entertainment!

De tranen springen in mijn ogen als ik weer eens door een wildvreemde word aangesproken die luidkeels verkondigt zelf te fietsen. Domweg gelukkig word ik van die angstige blikken van wielrenners bij het stoplicht. Heerlijk om langs het gevecht van de automobilist met de verkeersdrempels te scheuren. Dat is natuurlijk asociaal gedrag, want iedereen weet dat Amsterdamse fietsers zich altijd aan de regels houden.

Ronduit komisch wordt het als die sukkels ook nog het design gaan becommentariëren. Die pathetische ode aan de eigen slechte smaak! Het chagrijn en de afgunst! Om een fiets! Hoe Amsterdams wil je het hebben? Een fiets! Oh ja, een elitefiets natuurlijk, dat is het.

Het is heerlijk om niet meer in de tram te zitten, of in de stadsfile te staan! Elk jaar 6000 kilometers, voor inmiddels minder dan 12 cent per kilometer. Dat bedrag daalt verder trouwens. Soms even op je beurt wachten voor gratis onderhoud, dat schijnt ook lastig te zijn. Maar zeur allemaal lekker door, lieve mensen – dat is ook heel erg Amsterdams. En gun jezelf vooral niet zo’n fiets. Want dan ben ik mijn lolletje kwijt.
Michiel Ris, Amsterdam

‘Hulde aan het simpele rijwiel’

Het elementairste vervoermiddel is een stalen driehoek met twee wielen en niet te vergeten, een paar gezonde benen onder je kont. Hoe heerlijk is het niet als ik (een vent van 79 op een Burco) voorbijgefietst word door twee gezellig kletsende meiden op één fiets, met een door spierkracht aangedreven slingerend achterwiel en onvast spatbord. Hulde aan zo’n simpel rijwiel dat zomaar veertig jaar dienstdoet, met af en toe een paar nieuwe banden en een keer een nieuw achterwiel.

Helaas is het niet genoeg, er moet meer techniek aan te pas komen. Gezonde snotneuzen slalommen rechtop peddelend, één hand aan het stuur, in de andere hand het mobieltje, op het nieuwe statussymbool door het drukke verkeer. Maar die massaal aangekochte elektrische fietsen moeten ook onderhouden worden en het kost ook stroom, terwijl je je eigen energiebron niet aanboort. De meest economische motor is namelijk je eigen lijf. Je neemt een pak bruine boterhammen en een pak melk mee en daarmee fiets je het IJsselmeer rond. Gerard Reve noemde het al: ‘De wonderbaarlijke economie van het menselijk lichaam’.
Rogier Klop, Amsterdam

‘Overvolle ponten? Goed doorlopen zou al veel helpen’

In de krant van 9 januari wordt abusievelijk weer eens gerept over ‘overvolle’ ponten. Maar bij het begrip ‘overvol’ moeten we denken aan bijvoorbeeld Bangladesh of India, waar de mensen met hun hele huisraad op de daken van de treinen zitten. Ik heb in Amsterdam nog nooit een kapitein met een mand met kippen op schoot een pont zien besturen. Kortom de ponten zijn nooit ‘overvol’, maar soms ‘vol’. En dan alleen nog maar tijdens de spitsuren, want de overige 22 uur van de dag is er plek genoeg.

Bovendien is er ook tijdens de spits meestal voldoende ruimte op de ponten, met name in het middengedeelte, waar mensen vaak niet de moeite nemen om door te schuiven, waardoor het lijkt alsof de pont vol is. Het zou helpen als de hesjesmannen die de mensen tot stoppen dwingen als de pont vertrekt, eerst zelf plaatsnemen op de pont en ter plekke iedereen aanspreken om naar voren in te schuiven. Dan kunnen we die 750 miljoen voor een nieuwe brug van niks naar nergens besteden aan gezinnen waarvan de kinderen zonder ontbijt naar school gaan.
Dirck Willems, Amsterdam

‘Onderzoek eerst eens waar die werkdruk van Amsterdamse raadsleden vandaan komt’

Amsterdamse raadsleden zeggen dat ze hun werk niet goed kunnen doen omdat de werkdruk te hoog is. Uitbreiden van het aantal uren is dan een optie. Nu hebben de raadsleden een parttimebaan. Maar is het niet verstandig om eerst eens te onderzoeken wat de werkelijke oorzaak is van de werkdruk? Is hun ondersteuning wel voldoende en hoe zit het met de deskundigheid van die ondersteuning en raadsleden zelf?

Als je de raadsvergaderingen volgt, maar ook de debatten in de Tweede Kamer en berichten in de media, dan kan je niet anders dan concluderen dat een aantal van onze volksvertegenwoordigers onvoldoende inhoudelijke kennis heeft. Komt dat doordat ze onvoldoende tijd hadden om zich er in te verdiepen? Of gewoon omdat ze de materie niet beheersten?

Een fulltime Amsterdamse gemeenteraad lijkt mij prima, maar het lost de problemen niet op.
Tom Heijnen, Amsterdam

Ook een bijdrage leveren? Lees hier hoe dat kan.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden