Opinie

Opinie: ‘Voor de stad begint het Namenmonument nu pas’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Na een jarenlange strijd voor de komst van het monument, juridische procedures, locatiewijzigingen, de inspanningen van drie opeenvolgende Amsterdamse burgemeesters, protesterende buurtbewoners en mondige Amsterdammers, vertelde Jacques Grishaver, initiatiefnemer van het Namenmonument en voorzitter van het Auschwitz Comité zaterdag in Het Parool: “Ik ben opgelucht dat het monument nu eindelijk klaar is.”

Wat voor hem het eindpunt van een lange strijd is, is voor velen pas een eerste ontmoeting met een nieuw en indrukwekkend monument.

Nu het open is voor publiek mag iedereen zich verhouden tot het nationale monument dat de ruim 102.000 Nederlandse slachtoffers van de Holocaust, zowel Joden als Roma en Sinti, bij naam herdenkt.

Het Namenmonument heeft niet alleen een fysieke plaats in de stad weten te vinden, maar zal in toenemende mate een mentale ruimte gaan innemen in onze collectieve herinnering: door een bezoek te brengen aan dit monument kunnen huidige én toekomstige generaties belangrijke lessen trekken uit de donkere bladzijden uit ons verleden.

Omgekeerd zal het Namenmonument zich moeten verhouden tot passanten; bezoekende overlevenden en nabestaanden, educatieve programma’s en schoolreizen uit binnen- en buitenland, maar ook wandelende buurtbewoners, verveelde jongeren of ouderen, toeristen met selfiesticks, of daklozen die beschutting zoeken tegen de regen. Zij zullen allemaal aan het monument op het Weesperplantsoen voorbij komen.

Niet iedereen gebruikt een plek op de manier waarvoor deze in eerste instantie bedoeld is. Sommigen zullen er misschien zelfs mee omgaan op een manier die haaks staat op het respect dat de slachtoffers op het Namenmonument en hun nabestaanden verdienen. Er zal daarom zowel gezamenlijke verantwoordelijkheid als lef voor nodig zijn om het Namenmonument daadwerkelijk aan de soms moeilijk controleerbare en vrije publieke ruimte over te geven.

Maar dit doen is cruciaal. Een te gecontroleerde omgeving, die haar bezoeker gebiedt te herinneren, op gezette tijden, is dwangmatig en weerspiegelt een moralistische ondertoon. Een monument daarentegen dat alle mogelijke bezoekers uitnodigt en een open ruimte biedt voor individuele reflectie, herkenning en interpretatie, staat in dialoog met de hele maatschappij en biedt voeding aan de soms ingewikkelde discussies over wie we zijn en wat wij van onze geschiedenis kunnen leren.

Een dergelijk monument hoeft niet uit te leggen waarom het belangrijk is dat wij de slachtoffers van de Holocaust blijven gedenken.

Jelmer Peter, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden