Opinie

Opinie: ‘Verbouwing Amsterdam Museum is niet nodig, de oude route in ere herstellen is voldoende’

Geen wonder dat de verbouwplannen van het Amsterdam Museum al tweemaal zijn afgewezen. Er is daarin geen balans tussen oud en nieuw. En waarom heeft de gemeenteraad een blanco cheque uitgeschreven?

Het plan voor de renovatie van het Amsterdam Museum.  Beeld Neutelings Riedijk Architects
Het plan voor de renovatie van het Amsterdam Museum.Beeld Neutelings Riedijk Architects

De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), de gecombineerde welstands- en monumentencommissie van Amsterdam, keurde voor de tweede maal de verbouwingsplannen voor het Amsterdam Museum af (zie Het Parool van zaterdag 31 juli). Als architectuurhistoricus vraag ik me af hoe het überhaupt kan dat het gemeentebestuur voor het verbouwingsplan van het voormalige Burgerweeshuis een blanco cheque uitschreef.

Het CRK-advies bevat een scherpe analyse over het bouwplan waar geen speld tussen te krijgen is. De commissie constateert dat de volumina te groot zijn en zich niet goed voegen in het bestaande gebouwencomplex. Bovendien is de nieuwbouw, vooral die op de hoek van de Nieuwezijds Voorburgwal en Sint Luciënsteeg, niet fijnzinnig genoeg ontworpen, waardoor ook het beschermd stadsgezicht wordt geschaad. Er is, kortom, geen balans tussen oud en nieuw, waardoor het unieke monumentale complex met zijn prachtige zeventiende-eeuwse binnenplaatsen ernstig wordt aangetast.

Uniek voetgangersgebied

Al eerder werd het complex ingrijpend verbouwd, namelijk in de jaren 1963-1975. In het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort heb ik het planproces bestudeerd. Mij viel de grote zorgvuldigheid op. Het complex werd gezien als een gedroomde locatie voor een museum gewijd aan de geschiedenis van Amsterdam. Er werden kosten noch moeite gespaard om de bebouwing zowel te restaureren als geschikt te maken als museum.

Het complex werd bestemd tot historisch museum van Amsterdam, een cadeau aan de stad ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan in 1975. Tien jaar lang werd er onderzoek gedaan naar de gebouwen, die uit verschillende perioden dateren. Daarna volgde een verbouwing waarbij inwendig veel werd gesloopt, maar het complex in structuur, vorm en aanzien wel werd gerespecteerd.

De Schuttersgalerij boven de Gedempte Begijnensloot maakte niet alleen één van de oudste stedenbouwkundige structuren van onze stad zichtbaar en beleefbaar, maar heeft ook een uniek voetgangersgebied gecreëerd door het Begijnhof en de museumpleinen te verbinden met de Kalverstraat.

Monumentenredder Geurt Brinkgreve noemde het ‘de knapste modernste stedenbouwkundige ingreep in de binnenstad’. Deze geniale ingreep is eigenlijk niet te evenaren, zoals nu blijkt uit het tweemaal afgekeurde verbouwingsplan.

Wat vreemd genoeg tot nu toe onderbelicht bleef, is dat het verbouwingsplan de sloop van twee monumentale kappen behelst om een dakterras mogelijk te maken. De beoogde nieuwe zalen betekenen de verdwijning van de door architect Bart van Kasteel ontworpen Schuttersgalerij, een cruciaal onderdeel van de ingreep van 1975 die het zo aantrekkelijke openbaar toegankelijke voetgangersgebied opleverde. Het museum zoals het thans bestaat, is het behouden waard. Let wel: aan de toenmalige verbouwing werd destijds door het rijk bijgedragen in de vorm van miljoenen guldens aan monumentensubsidies. Sloop van deze galerij, die nog maar uit 1975 dateert, is kapitaalvernietiging.

Schuttersgalerij

Nu valt niet te ontkennen dat er veel te verbeteren valt aan het huidige museum. De verbouwing door de vorige museumdirecteur heeft de oorspronkelijke heldere opzet van het museum, met een ingang aan de Nieuwezijds Voorburgwal en een chronologische opzet van de tentoonstelling in opeenvolgende zalen, doorbroken. Daardoor is een doolhof ontstaan.

Mijns inziens zou het volstaan als de eerdere routing werd hersteld. Dan is er nog slechts één op te lossen probleem: hoe stellen we al die regenten- en schuttersstukken tentoon waarvoor in het Burgerweeshuis, inclusief de Schuttersgalerij, niet voldoende plaats is? Volgens mij is er niets mis met de huidige oplossing om deze grote schilderijen permanent te tonen in een dependance die daarvoor zeer geschikt is, namelijk de Hermitage aan de Amstel. Het Amsterdam Museum zou ook rekening kunnen houden met de belangen van dat museum. Het houdt dan ook rekening met wat de eigen monumenten aankunnen.

De gemeenteraad stelde 56,2 miljoen euro beschikbaar voor de verbouwing van het Amsterdam Museum. In feite heeft de raad hiermee een blanco cheque uitgeschreven. Bij de behandeling in de raad verklaarde raadslid Diederik Boomsma dat een positief CRK-advies hierbij wel een voorwaarde is.

Weliswaar kan het college het advies naast zich neerleggen, maar dat roept dan wel de vraag op of het gemeentebestuur de bescherming van onze monumenten wel serieus neemt. In een hoogdravend stuk getiteld Erfgoed in een dynamische stad gaf wethouder Meliani zichzelf de opdracht erfgoedwaarden af te wegen bij vernieuwing, kennelijk omdat dat in het verleden niet voldoende is gebeurd. Het college kan nu laten zien dat dit geen loze woorden zijn.

Walther Schonenberg is architectuurhistoricus. Beeld
Walther Schonenberg is architectuurhistoricus.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden