Columns & Opinie

Opinie: ‘Van langere brugperiode wordt echt niemand blij’

De Onderwijsraad adviseert een driejarige brugperiode. Schoolleider Roel Schoonveld is geen voorstander en wijst op het verleden.

Leerlingen van het Amsterdams Lyceum. Beeld ANP
Leerlingen van het Amsterdams Lyceum.Beeld ANP

Geschiedenis is het belangrijkste schoolvak. Dat riep ik als schoolleider vaak. Ik ben schoolleider geweest op zowel brede als categorale scholen en heb sinds de jaren zestig op allerlei manieren – als leerling, leraar en schoolleider – ontwikkelingen meegemaakt in het voortgezet onderwijs. Met de recente voorstellen van de Onderwijsraad heb ik toch wel last van een soort déjà vu. Hoezo?

Eind jaren zestig kwam de Mammoetwet. De gedachte stond centraal dat er een driejarige brugperiode, de middenschool, kwam en dat pas rond hun vijftiende jaar leerlingen werden geselecteerd voor de verschillende schoolsoorten die er daarna waren, van vwo tot en met beroepsonderwijs. Er ontstonden enorme scholen, want je moet als school dan ook al die niveaus kunnen aanbieden. Spottend werden de enorme eenheden al snel ‘leerfabrieken’ genoemd. Leerlingen waren geen individuen meer, maar deel van het geheel. Leerlingen van verschillende capaciteiten kwamen bij elkaar in de klas, heel idealistisch. Iedereen dacht dat de zelfstandige gymnasia wel snel zouden verdwijnen, want die waren immers te klein en te eenzijdig om dit te kunnen doen.

Middenschool geen succes

Al binnen een paar jaar ging men op de vo-scholen ‘streamen’. Er kwamen niet klassen met alle niveaus, maar klassen met vwo-havo-leerlingen, klassen met mavo-leerlingen, etcetera. Slechts enkele scholen gingen nog door met de ideeën van de middenschool. Kortom, het was geen succes. Waarom niet? Omdat er met ál te zeer gemengde klassen simpelweg niet te werken is. En vele leerlingen zijn in zo’n klas ook niet gelukkig: de slimme leerlingen komen niet aan hun trekken en de leerlingen die niet goed kunnen meekomen met de meer theoretische vakken, voelen zich vaak de minderen en komen niet aan hun eigen behoefte toe: praktisch bezig zijn.

Scholen kwamen dus terug van de mooie middenschoolidealen. Niet omdat mensen in het onderwijs lui zijn (dat zijn ze namelijk allerminst!), maar omdat ze het niet in het belang van hun leerlingen vonden. Niet van de slimme en niet van de meer praktisch begaafden.

Een van de resultaten was dat de categorale vwo-scholen (gymnasia en scholen voor gymnasium en atheneum) enorm populair werden en helemaal niet verdwenen.

De geschiedenis herhaalt zich: de basisvorming kwam, net zoiets. Nou, daar durft inmiddels ook niemand het meer over te hebben. Precies hetzelfde verhaal.

En nu dreigt weer hetzelfde. De Onderwijsraad heeft geadviseerd tot een driejarige brugperiode, met als te verwachten gevolg de leerfabrieken en leerlingen die niet aan hun trekken komen. En niet te vergeten leraren die er niet mee kunnen werken, geweldig voor het lerarentekort. Zelfs de VO-raad heeft zich erachter gesteld. Ik betwijfel het zeer of ze hun leden wel geraadpleegd hebben, mij in ieder geval niet en ik ben lid. En dat allemaal in het kader van bestrijding van kansenongelijkheid. Het ideaal is belangrijker dan de praktijk.

Niet doen, dames en heren.

Individuen

Maar wat dan wel? Ik vind ook dat de kansengelijkheid voor leerlingen moet worden vergroot. Doe dat door een verschillend aanbod te laten bestaan en door aan te moedigen. Laat alle leerlingen naar een school gaan die bij ze past. En als dat passende beeld nog niet duidelijk is, kunnen die leerlingen het beste naar een school gaan waar de keuze later wordt gemaakt. Dus ‘passend onderwijs’ op álle niveaus. Het doel moet zijn dat leerlingen gelukkige individuen worden. Punt.

Geschiedenis is het belangrijkste vak, dat zeg ik terwijl ik zelf scheikundeleraar ben. Maar hier heeft men toch bitter weinig van de geschiedenis geleerd. Stap af van het idee dat alle leerlingen dezelfde kansen kunnen krijgen. “Iedereen kan in principe vwo doen,” hoorde ik een wethouder onderwijs van een grote stad vlak bij Amstelveen zeggen. Nee hoor, echt niet, en dat is maar goed ook voor iedereen. Met zo’n uitspraak geef je praktisch gerichte leerlingen ook nog onbedoeld een schop.

Als je echt gelijke kansen wilt creëren, moet je intellectuele ouders verbieden hun kleine kinderen voor te lezen. Ik hoop dat iedereen begrijpt dat ik net een grapje maakte.

Roel Schoonveld Beeld
Roel Schoonveld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden