PlusOpinie

Opinie: ‘Uitgevers, jullie zijn aan zet: zet in op diversiteit in literatuur’

Kinderboeken bepalen hoe kinderen de wereld en zichzelf zien. Daarom moeten we inzetten op diversiteit en inclusie in de literaire wereld, stelt Reza Kartosen-Wong.

Kinderboeken spelen van jongs af aan een grote rol bij het vormen van een (positief) zelfbeeld en een beeld van de buitenwereld.  Beeld ANP
Kinderboeken spelen van jongs af aan een grote rol bij het vormen van een (positief) zelfbeeld en een beeld van de buitenwereld.Beeld ANP

Sinds de blacklivesmatterprotesten klinkt de roep om meer diversiteit en inclusie in kinderboeken steeds luider. Kinderboeken spelen van jongs af aan een grote rol bij het vormen van een (positief) zelfbeeld en een beeld van de buitenwereld. Juist daarom is een divers en inclusief kinderboekenaanbod cruciaal. In kinderboeken komen echter nog te weinig (hoofd)personages van kleur voor en deze zijn vaak ook stereotiep.

Prima dus dat belangrijke literaire organisaties als het Nederlands Letterenfonds, Stichting Lezen en de CPNB steeds meer oog hebben voor diversiteit en inclusie in kinderboeken. Het valt bijvoorbeeld toe te juichen dat de Griffeljury diversiteit en inclusie nu ook laat meewegen bij het toekennen van de Griffels. Dat zijn namelijk óók aspecten van kwaliteit waaraan boeken moeten worden getoetst.

Dat dit op weerstand stuit bij leden van de gevestigde literaire orde die moeite hebben met verandering en vooruitgang, viel te verwachten. In een merkwaardig opiniestuk in NRC schreef bekroond kinderboekenauteur Ted van Lieshout vorige week dat ‘het gerucht gaat dat stereotypering of representatie nadelig heeft uitgepakt voor bepaalde titels’ en insinueert daarmee dat er sprake is van een oneerlijk jureringsproces. Voor deze kwalijke aantijging levert hij geen enkel bewijs. Ook is het een raadsel waar dat ‘gerucht’ dan vandaan komt en over welke titels het zou gaan; wellicht Van Lieshouts eigen Wat is kunst? dat geen Griffel won?

Mocht de aanwezigheid van stereotypering inderdaad gevolgen hebben gehad voor het oordeel over van bepaalde boeken, dan is dat gerechtvaardigd. De jury heeft zich dan goed van haar opdracht gekweten. Stereotypering maakt een verhaal nu eenmaal slechter; het duidt op een gebrek aan verbeeldingskracht en inlevingsvermogen van de auteur. Het is een teken van stilstand en conservatisme, een uiting van het conformeren aan heersende opvattingen. En oprechte juryleden zullen nu eenmaal vernieuwing, verrassing en verwondering willen belonen.

Geen slachtoffer van ‘woke-spook’

Leden van de gevestigde literaire orde zoals Van Lieshout wekken ook de suggestie dat je als witte auteur ‘niets meer mag’ en gecanceld wordt. Dat je per definitie niet meer over mensen van kleur zou mogen schrijven of boeken van auteurs van kleur mag vertalen. Het is de bekende, inmiddels sleets geworden retoriek van wit slachtofferschap.

Er zijn namelijk genoeg boeken over personages van kleur geschreven door witte auteurs die óók worden omarmd door lezers van kleur. Maar deze auteurs hebben zich wel verdiept in de mensen en culturen waarover ze schrijven. Zij leven zich in en creëren mooie, niet-stereotiepe personages en verhalen.

Neem Cyrus & Farnaz over 7 grenzen, een boek over twee jonge Iraanse vluchtelingen geschreven door Mark van Waes. Of de Planeet Omar-reeks die populair is onder islamitische kinderen en ouders – vertaald door Edward van de Vendel. En Pim Lammers vertaalde het favoriete boek van mijn oudste zoon, Sam Wu is niet bang voor spoken, en ging daarbij ook zorgvuldig om met de voor mijn zoon herkenbare Chinese culturele aspecten in het verhaal. Overigens laat dit onverlet dat er ook verhalen zijn die beter geschreven (of vertaald) kunnen worden door auteurs die bijvoorbeeld vanwege geleefde ervaringen en culturele achtergrond diepe affiniteit hebben met bepaalde personages en thematiek, en die beter invoelbaar kunnen maken voor het lezerspubliek.

Witte auteurs zijn zeker geen slachtoffer van het zo gevreesde ‘woke-spook’, ze krijgen nog steeds voldoende kansen. Dat blijkt ook uit de winnaars van een Zilveren Griffel: ook dit jaar zijn het stuk voor stuk witte auteurs die voornamelijk boeken over witte personages hebben geschreven.

Wie wél te weinig kansen krijgen: auteurs van kleur. Dat ligt niet aan hun gebrekkige kwaliteiten, zoals steevast wordt beweerd. Het probleem ligt juist bij bepaalde gevestigde uitgevers (en boekinkopers en -handelaren) die worden gehinderd door een witte, elitaire blik. Zij hebben geen zicht op de implicaties van een multiculturele samenleving: behoeften van het lezerspubliek, noties van kwaliteit en een makersveld die veranderen.

Vastgeroeste uitgevers

Deze vastgeroeste uitgevers veronderstellen nog steeds dat boeken over en van mensen van kleur niet interessant zijn voor hun witte lezers – een belachelijke gedachte die ook duidt op onderschatting van deze lezers. Daarnaast zien ze niet dat er steeds meer talentvolle auteurs van kleur zijn en gaan ze daar ook niet actief naar op zoek. En als ze dan eindelijk met een auteur van kleur in gesprek zijn, moet die conformeren aan witte normativiteit, onbewuste vooroordelen en subjectieve kwaliteitsnormen die elitair en ouderwets zijn.

Goede kinderboekenauteurs van kleur zijn er zeker. Auteurs als Brian Elstak, Mylo Freeman, Neske Beks en Hasna Elbaamrani. Mijn eigen uitgever Rose Stories, een pionier op het gebied van cultureel diverse en inclusieve boeken, heeft ook verschillende mooie en commercieel succesvolle boeken van auteurs van kleur uitgegeven. En via het ‘kinderverhalentraject’ ondersteunt Rose Stories de ontwikkeling van beginnende talentvolle auteurs.

Maar bij gevestigde uitgeverijen krijgen auteurs van kleur nauwelijks ruimte om hun verhalen te vertellen. Ook krijgen ze te weinig aandacht van gevestigde recensenten, boekinkopers en boekhandelaren. Ondertussen worden hun boeken wél enthousiast ontvangen door kinderen, ouders en verzorgers – uit het zicht van de gevestigde orde.

Om relevant te blijven voor onze moderne, multiculturele samenleving zullen gevestigde uitgevers inclusiever moeten denken en handelen. Daartoe moeten ze eerst kritisch reflecteren op hun ingesleten, ‘neutraal’ geachte inzichten, kwaliteitsnormen en praktijken. Die houden namelijk nog steeds een systeem in stand dat niet divers en inclusief is. Uiteindelijk moeten gevestigde uitgevers bereid zijn om zelf te veranderen. Pas dan zullen ze auteurs van kleur en nieuwe verhalen op waarde kunnen schatten en bijdragen aan duurzame diversiteit en inclusie in het kinderboekenlandschap.

Reza Kartosen-Wong, Mediawetenschapper en co-auteur van Waar is mijn noedelsoep?!? Dit najaar verschijnt zijn tweede kinderboek. Beeld
Reza Kartosen-Wong, Mediawetenschapper en co-auteur van Waar is mijn noedelsoep?!? Dit najaar verschijnt zijn tweede kinderboek.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden