Opinie

Opinie: ‘Smoor xenofobie in de kiem voor het de grootste partij wordt’

In Zuid woonden voor de Tweede Wereldoorlog veel Joden. Later trokken veelal gastarbeiders, vaak moslims, in de woningen. Nuri Kurnaz vraagt als kind uit Zuid om waakzaamheid.

Onthulling gedenksteen bij vroegere ijssalon Koco ter gelegenheid van herdenking van de Februaristaking in 1992. Beeld Frans Busselman/Stadsarchief Amsterdam
Onthulling gedenksteen bij vroegere ijssalon Koco ter gelegenheid van herdenking van de Februaristaking in 1992.Beeld Frans Busselman/Stadsarchief Amsterdam

Tijdens zijn 4-mei lezing vorig jaar zei Arnon Grünberg: “Als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.” De controverse rond die uitspraak was eigenlijk nog niet gedoofd toen Geert Mak dit jaar bij de herdenking van de Februaristaking in Amsterdam een andere gedurfde uitspraak deed. Recht in het gezicht van de aanwezige PVV’er Martin Bosma zei Mak dat de wolf werkelijk voor ons staat, in de vorm van een politieke partij, die als het even kan, het land wil zuiveren van een bepaalde bevolkingsgroep.

Turkse immigranten

Ik ben in Zuid opgegroeid. Mijn moslimoma is er nog steeds woonachtig. Twintig jaar na de Holocaust kwam mijn oma met mijn opa naar Nederland als gastarbeiders. Veel van de eerste Turkse immigranten kwamen te wonen in Zuid. In De Pijp en in de Rivierenbuurt. Dat een van de eerste Turkse moskeeën, geopend in de jaren zeventig, nabij de Albert Cuypmarkt te vinden was, is absoluut geen toeval. Net zoals het boek Een klas apart van Nadia Bouras zich afspeelt in Zuid, over een Amsterdamse school voor louter Marokkaanse leerlingen.

Immigranten kwamen hier wonen omdat er leegstand was. Een pijnlijk en structureel gevolg van de deportatie twee decennia eerder. Ook in het huis van mijn opa en oma woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joodse familie. Het huis stond leeg, omdat de Joodse bewoners ontdekt waren.

In Stadsarchief Amsterdam zijn foto’s te vinden van de grote razzia op de laatst overgebleven Joden in 1943. De straat waar de woning staat werd afgesloten en militairen gingen één voor één de deuren langs, op zoek naar Joden in de Rivierenbuurt. Iedere keer als ik op bezoek ga bij mijn oma denk ik aan de angst die het Joodse gezin gevoeld moet hebben tussen dezelfde muren.

Verderop in de buurt is vandaag de dag een coffeeshop te vinden, die pal naast het adres waar vroeger ijssalon Koco zat is gevestigd. Deze ijssalon was in de oorlog een uitvalsbasis voor het Joodse verzet tegen de bezetter. Nu is de coffeeshop een uitvalbasis geworden voor jonge moslims die slurpend aan een stickie frustraties proberen weg te blazen. Frustraties die ook verband houden met discriminatie en marginalisatie. Moslims die, zoals ikzelf ook ervaar, al decennialang als buitenstaanders worden behandeld. Een gedachtegoed dat steeds meer geaccepteerd is geraakt in de afgelopen decennia.

Volwaardige burgers

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1939 noemde NSB-leider Anton Mussert de Joden ‘volksvreemde elementen die niet in Nederland thuis horen’. In 2020 stemden de PVV, SGP, FvD, Krol en Van Haga tegen de motie van het lid Farid Azarkan (Denk) over uitspreken dat de islam onderdeel is van Nederland en moslims volwaardige burgers zijn. Ik vraag me af, in de lijn van Grünberg en Mak, wat er gebeurt als er straks partijen aan de macht komen die minderheden zien als vijandige buitenstaanders?

Partijen die bevolkingsgroepen wegzetten als vijandige buitenstaanders mogen nooit meer voet aan de grond krijgen. Daarvoor hebben wij te veel herinneringen aan de keren dat het fout is gegaan. De vijandige buitenstaander is soms de Jood, soms de moslim, soms een kwaadaardige linkse elite, en soms, zoals blijkt uit Whatsappberichtjes, toch weer de Jood. Een vijandige buitenstaander moet blijkbaar keer op keer gecreëerd worden. De buitenstaander kan veranderen in dit verhaal. De drang om er één aan te wijzen, vaak door extreemrechts, niet. Hoe Grünberg en Mak daarvoor waarschuwden getuigt van historisch besef.

Wolf in schaapskleren

De Holocaust verdient op geen enkele manier een relativering. Moslims maken op geen manier mee wat Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Maar ik hoop wel dat wij samen waakzaam blijven. Niet omdat het om moslims of Joden gaat, maar omdat het om een intolerante ideologie gaat die in veranderende gedaantes pal voor ons blijft staan.

We moeten waakzaam voor de wolf en waakzaam voor de wolf in schaapskleren blijven. Waakzaam voor een intolerante ideologie en waakzaam voor extremisme. Waakzaam, opdat de geschiedenis zich niet nog vaker zal herhalen, zoals dat na de Tweede Wereldoorlog voor de Bosniër, Oeigoer, Jezidi en Rwandees – onder anderen –wel gebeurde.

Het zijn geschiedenissen die men met herdenkingen niet genoeg onder de aandacht kan brengen. Opdat wij xenofobie in de kiem smoren, al voor die de derde, tweede of misschien wel grootste partij wordt. Alleen zo kunnen we bewoners van een huis vandaag de dag geruststellen voor een verkiezingsuitslag.

Nuri Kurnaz is historicus en doet momenteel een Europaeum Master Europese geschiedenis en civilisatie aan de Universiteit Leiden/Sorbonne/Oxford.
 Beeld
Nuri Kurnaz is historicus en doet momenteel een Europaeum Master Europese geschiedenis en civilisatie aan de Universiteit Leiden/Sorbonne/Oxford.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden