Opinie: ‘Sancties zijn een collectieve straf voor de Afghaanse bevolking’

Afghanistan is na de machtsovername door de Taliban in een ongekende humanitaire crisis beland. De hongersnood die er nu heerst is mede een gevolg van westers sanctiebeleid, stelt Jip van Dort.

Jip van Dort
Afghanen in de stad Kandahar krijgen een rantsoen uitgedeeld. Mede door de westerse sancties is de voedselsituatie in Afghanistan uiterst onzeker geworden. Beeld EPA
Afghanen in de stad Kandahar krijgen een rantsoen uitgedeeld. Mede door de westerse sancties is de voedselsituatie in Afghanistan uiterst onzeker geworden.Beeld EPA

De Navo-oorlog in Afghanistan werd de afgelopen twintig jaar steeds met de mooiste woorden gerechtvaardigd. Een van de belangrijkste en vaak opgevoerde argumenten was dat de Afghaanse bevolking, eenmaal verlost van de Taliban, naar een beter bestaan moest worden geholpen. In de Nederlandse politieke discussie was deze argumentatie alomtegenwoordig.

De omvangrijke militaire operatie in Uruzgan bijvoorbeeld, van 2006 tot 2010, werd door het tweede kabinet-Balkenende onder meer verkocht met het argument dat het een impuls kon geven aan ‘het verbeteren van de levensomstandigheden van de bevolking’. Diverse Kamerleden, bijvoorbeeld Bert Koenders van de PvdA, stelden in debatten over Uruzgan, dat ‘de opbouwmissie van belang (is) om Afghanen te helpen’.

In de jaren daarna was het niet anders. Eind maart 2020 roemde minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) nog de hulp aan Afghanistan. In zijn woorden: “De internationale inzet heeft ervoor gezorgd dat het land stappen kon zetten op het gebied van sociaaleconomische ontwikkeling, onderwijs, vrouwenrechten…” De minister was er trots op dat Afghanistan, mede door de inzet van Nederland, ‘in 2020 beter voor (staat) dan in 2001’.

Humanitaire ramp

Inmiddels is Afghanistan, nadat afgelopen zomer de Taliban de macht er weer hebben overgenomen, in een ongekende humanitaire crisis beland. Meer dan de helft van de bevolking, zo’n 23 miljoen mensen, lijdt honger. Voor velen dreigt de hongerdood, als zij niet al zijn bezweken. Vele anderen, vele honderdduizenden, ontvluchten het land.

Media schrijven over Afghanen die zich in sommige gevallen zelfs gedwongen voelen een kind te verkopen om aan eten te komen. Het is pure wanhoop. De hoogste baas van de Verenigde Naties, António Guterres, vraagt de internationale gemeenschap om die reden om meer dan 5 miljard dollar (bijna 4,4 miljard euro) voor humanitaire hulp – het grootste bedrag dat ooit is verzocht voor hulp aan een enkel land.

Alhoewel droogte en kou op dit moment bijdragen aan de crisis en er ongetwijfeld van alles is aan te merken op het economische beleid van de nieuwe machthebbers, is westers sanctiebeleid in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor deze situatie.

Noodklok

Sancties die al jaren geleden tegen Talibanleiders waren ingesteld, gelden sinds de machtsovername voor het hele land, waardoor nauwelijks geld overgemaakt kan worden en handel belemmerd wordt. Ook zijn miljarden aan Afghaanse tegoeden bevroren bij internationale financiële instellingen, waardoor er onvoldoende contant geld aanwezig is. Bovendien is de levering van veel hulpgeld opgeschort. Omdat Afghanistan afgelopen decennia enorm afhankelijk is geworden van donorgeld – wat ook het Westen is aan te rekenen – komen deze sanctiemaatregelen extra hard aan.

Allerlei organisaties luiden al maanden de noodklok en wijzen erop dat sancties een belangrijk obstakel vormen voor hulpverlening. De denktank International Crisis Group was in december bijvoorbeeld bijzonder kritisch op dit beleid. Het stelt dat het geen zin heeft buitenlandse hulp te sturen zolang de economie wordt verstikt door sancties. Daar voegde het de vrees aan toe dat de huidige honger en ellende meer Afghanen zullen doden dan alle bommen en kogels van de afgelopen twee decennia bij elkaar.

Collectieve straf

Inmiddels zijn de sancties wel wat verlicht, waardoor humanitaire hulp makkelijker verleend kan worden. Ook leveren landen weer meer hulpgeld. Nederland zegde onlangs nog 20 miljoen euro toe. Of dit op tijd komt en genoeg is, is zeer de vraag.

Eind vorige maand was er in de Tweede Kamer een debat over de situatie in Afghanistan. Hoewel daarin veel zorgen werden geuit over de acute hongersnood, stelde geen enkel Kamerlid voor het westerse sanctiebeleid te beëindigen. Dit ongetwijfeld uit angst dat dat opgevat zal worden als steun voor de Taliban, waarvan net een oorlog is verloren. Dat het huidige sanctiebeleid in feite een collectieve straf voor de Afghaanse bevolking is, als gevolg waarvan zij honger lijdt, werd in het debat gemakshalve buiten beschouwing gelaten.

Deze houding steekt schril af tegen de vele mooie woorden waarmee dit artikel begint. Het roept ook een pijnlijke, want confronterende vraag op: hoe oprecht waren al die woorden over het helpen van de Afghanen de afgelopen twintig jaar eigenlijk?

Jip van Dort is promovendus aan de Universiteit Utrecht op oorlogspropaganda in het Nederlandse politieke debat. Beeld
Jip van Dort is promovendus aan de Universiteit Utrecht op oorlogspropaganda in het Nederlandse politieke debat.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden