Opinie

Opinie: ‘Samen verder met een bespreekbaar slavernijverleden, ik gun het onszelf zo’

De Amsterdamse excuses voor het slavernijverleden zijn een eerste stap naar een harmonische toekomst, schrijft Roy Ristie. Er is een intensieve uitwisseling nodig van informatie en educatie, met open oog voor herstelbetalingen.

Burgemeester Femke Halsema legde dit jaar een krans tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden. Beeld ANP
Burgemeester Femke Halsema legde dit jaar een krans tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.Beeld ANP

Mijn stad heeft op 1 juli een eerste stap gezet in de formele erkenning van actieve betrokkenheid bij het commerciële systeem van wereldwijde mensenhandel en koloniale slavernij. Een volgende stap lijkt me een volledige opsomming van de economische en de humanitaire gevolgen die dat met zich heeft meegebracht.

Er is nu een discussie losgebroken over de feiten bij die gevolgen. Is er sprake van winst of schade: een Gouden Eeuw of Amsterdam als een inktzwarte bladzijde in onze geschiedenis? Vier je de periode of houd je je bezig met het inventariseren van de schade die onze handel en wandel in die periode met zich heeft meegebracht?

Het Nationaal 30 juni/1 juli Comité Nederland, dat zich vanaf 30 juni 1993 heeft toegelegd op het bespreekbaar maken van onze geschiedenis, is hier duidelijk over in zijn Manifest van Besef. De beweging heeft als doelstelling een zorgvuldige inventarisatie van de pijn en onderlinge achterstanden die de mensenhandel en slavernij met zich hebben meegebracht.

Deze punten maken vooralsnog geen deel uit van de excuses in het Oosterpark. De vraag is ook aan wie deze excuses zijn aangeboden? De slavernij was immers een zaak van naties. Die zouden dan ook op een fatsoenlijke manier betrokken moeten zijn bij het proces van genezing en reparatie.

Slavernij en de immateriële schade die zij met zich heeft meegebracht horen in de opsomming van vragen om excuses. Het bekennen van voornamelijk het economisch voordeel, zonder dat te kwantificeren en oog te hebben voor de doorwerking tot vandaag, doet geen recht aan de humanitaire reparatie.

Er is een intensieve uitwisseling nodig van informatie en educatie, die vooraf zou moeten gaan aan herstelbetalingen. We willen immers in harmonie samen verder. Dat besef is er nog onvoldoende. Het is dan niet vreemd dat grote delen van onze gemeenschap in Nederland zich nu nog verzetten tegen handelingen die zo’n reparatie rechtvaardigen. Dat is een gemiste kans. We mogen onze goede bedoelingen voor een onbelaste toekomst niet laten uitlopen op polarisatie en onvoldoende draagvlak.

Alleen handelen vanuit het echte besef kan leiden tot begrip en medewerking. In dat geval zijn de excuses gebaseerd op een concrete stap naar samen verder groeien en bloeien. Ik gun het onszelf zo.

30 juni is geproclameerd tot de Dag van Besef waarop we stilstaan bij 1 juli: wat deze dag precies inhoudt, wat het zou moeten betekenen. Als we dat negeren, blijft een deel van ons slechts hangen bij de euforie dat er perspectief ontstond op weer mens te mogen zijn.

Onze beweging maakt geen verwijten, maar zoekt sinds haar bestaan naar mogelijkheden om alsnog in harmonie en onderling begrip te komen tot reparatie van veel dat niet goed geregeld was en krom is gegroeid. Dát is bouwen aan verheffing van onszelf en dus emancipatie.


Roy Ristie, voorzitter Nationaal 30juni/1juli Comité Nederland, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden