Opinie: ‘Ruttes aantrekkingskracht: we krijgen de premier die we verdienen’

Als de peilingen kloppen, wordt Mark Rutte opnieuw verkozen tot premier. Om het ‘geheim’ van zijn ­populariteit te begrijpen, biedt een blik op de kiezer meer houvast dan het ontleden van de VVD’er zelf, ­schrijven Ursus Eijkelenberg en Matija Lujić.

Demissionair premier Rutte lijkt op ‘de manager die erop toeziet dat de motor van het bedrijf efficiënt blijft draaien’.    Beeld ANP
Demissionair premier Rutte lijkt op ‘de manager die erop toeziet dat de motor van het bedrijf efficiënt blijft draaien’.Beeld ANP

Met de parlementsverkiezingen voor de deur, zijn de nationale spelen der Rutte-duidingen – reeds een soort traditie – weer in volle gang. Wat is toch het geheim van deze man over wie iedereen zeurt maar die toch, als we de peilingen mogen geloven, overweldigende electorale steun geniet?

Over Mark Ruttes geheim kunnen we kort zijn: dat is er niet. Rutte is precies wie hij ons toeschijnt te zijn: een luchtige, waardevrije Oppermanager. Maar in Ruttes glimmende en goedlachse oppervlak wordt wel een geheim weerspiegeld dat een verklaring behoeft, namelijk wijzelf: de kiezer.

De kiezer, met name diegene die straks (ondanks alles) op Rutte gaat stemmen, vertoont trekken van wat Friedrich Nietzsche de ‘laatste mens’ noemde. Aan het einde van de 19de eeuw voorzag de filosoof dat de westerse mens, ontdaan van God en de heersende waardenstructuren, zou achterblijven met een blanco horizon. Met niets om naar te reiken, niets om voor te geven, anders dan zijn eigen, kleine hachje.

In de wereld van de laatste mens is afgerekend met zelfoverstijgende zaken als waarden, idealen en betekenis. Deze zijn verworden tot antiquiteiten, dingen waar die maffe mensen van vroeger zich blind op staarden. Ervoor in de plaats komt de lauwwarme omhelzing van het persoonlijke comfort.

De laatste mens heeft van gemak geluk gemaakt en van middelmaat de enige maat. Dromen, streven en risico’s nemen – allemaal potentieel erg oncomfortabel – doet hij liever niet. Geef hem zijn kleine pleziertjes. Een warm dekentje, een leuk serietje en een middeltje voor het slapengaan, en hij zal, al met zijn ogen knipperend, zeggen geluk gevonden te hebben. En dat wil de kiezer behouden.

Voor de kiezer zonder idealen staat zelfbehoud centraal. Wanneer zelfbehoud het voornaamste streven is, regeert de angst iets kwijt te raken. En die angst is in de afgelopen decennia alleen maar toegenomen. De angstervaring van de mens is namelijk veranderd, schreef socioloog Ulrich Beck in zijn tijdgeest vattende De Risicomaatschappij (1986). In een geglobaliseerde, hoogtechnologische, snel veranderende wereld is de gezonde angstreflex tegenover een tastbaar gevaar – de man met de knuppel, de dolle hond of de naderende storm – getransformeerd in een onophoudelijk, diffuus gevoel van angstigheid voor onzichtbare, potentiële gevaren. We zijn alles gaan bezien in termen van risico.

Schijnzekerheid

Gedreven door angstigheid en risicoaversie tracht de laatste mens de kolkende complexiteit van het leven te vangen met de schijnzekerheid van statische modellen van de werkelijkheid. Cijfertjes, schemaatjes en tabelletjes. Wetenschappelijke papers die ons vertellen wat te eten, wie te bevrienden en hoe de liefde te bedrijven. Relatiedeskundigen en valpedagogen die ons bedekken onder een dekentje van de laatste gegevens en nieuwste methoden. Politici en filosofen zijn ingewisseld voor managers en wetenschappers, de taal van idealen voor de waardevrije troef ‘maar het laatste onderzoek toont aan.’

Deze reflex maakt zich ook meester van de politiek. De politiek is een ‘ijzeren kooi van rationaliteit’ geworden, waarin efficiency de enige voertaal is.

In zijn nieuwste film Can’t Get You Out of My Head stelt BBC-documentairemaker Adam Curtis de politieke hamvraag van onze tijd: hoe komt het dat, terwijl iedereen doordrongen is van het besef dat er iets mis is met de huidige politiek-economische constellatie van westerse samenlevingen, de politieke visie op een betere toekomst van links tot rechts ontbreekt, en verandering uitblijft?

Het economische denken, aldus Curtis, heeft de politiek gekoloniseerd en de politiek is zich gaan beperken tot het behartigen van economische belangen en het managen van stabiliteit. Politiek en ideologie zijn vervangen door een bijna heilig vertrouwen in de sturende kwaliteiten van de waardeneutrale markt. Niet de idealen die de markt sturen, maar de markt die de idealen stuurt; niet de politicus die de kiezer meeneemt in zijn visie op een betere wereld, maar de manager die erop toeziet dat de motor van het bedrijf efficiënt blijft draaien.

Manager-in-chief

Voilá Mark Rutte: manager-in-chief van BV Nederland. Met zijn zelfverklaarde hekel aan sociologische verklaringen, zijn bedpartnerschap met grote bedrijven en zijn weigering de taal van idealen en waarden te spreken, past hij perfect in ons plaatje. Want: It takes two to tango. Voor de depolitisering van de politiek – een van de pertinente problemen van onze tijd – dragen ook wij verantwoordelijkheid.

Het romantische beeld van het unieke, zelfontplooiende individu laat zich namelijk niet ­makkelijk politiseren. Overkoepelende ver­halen over collectieve verandering leggen het af tegen het individuele streven naar comfort en zelfbehoud. Een algeheel ‘nee’ klinkt tegen de vermoeiend idealistische politicus die spreekt over verandering, een luid ‘ja’ voor de schijnzekerheid van een gedegen, waardenloze manager.

Wie vraagt, krijgt: de luchtigheid, leegheid en schijn van stabiliteit die Rutte uitstraalt zijn de weerspiegeling van onze eigen al dan niet heimelijke verlangens. Het geheim van Ruttes populariteit zijn wij, wij die straks massaal op Rutte zullen gaan stemmen, de ‘laatste mensen’ die hun toevlucht nemen tot de warme dekens en het potentiële ongemak van verandering bij voorbaat afwijzen.

Avontuurlijke kijk

Maar geen honderd dekens zullen de aarde doen ophouden met draaien en ons behoeden voor verandering. Is het niet beter deze met goede en mooie ideeën tegemoet te treden dan krampachtig vast te klampen aan dat wat is?

Voor wie zijn stem nog niet vergeven heeft maar opziet tegen het potentiële ongemak dat nu eenmaal inherent is aan verandering, zou een avontuurlijke kijk op het leven bevrijdend kunnen werken.

In dat opzicht biedt aarts­optimist G. K. Chesterton een positieve, levensbevestigende benadering: “Een avontuur is slechts een ongemak juist bezien. Een ongemak is slechts een avontuur verkeerd bezien.”

Matija Lujić is Bucerius Research fellow bij de Zeit-stiftung in Hamburg, werkt in Nederland aan zijn ­essaybundel Madonna in ­Sodom. Beeld -
Matija Lujić is Bucerius Research fellow bij de Zeit-stiftung in Hamburg, werkt in Nederland aan zijn ­essaybundel Madonna in ­Sodom.Beeld -
Ursus Eijkelenberg is Onderzoeker aan de Universiteit van Manchester, specialiseert zich in het staatsrecht vanuit sociologisch perspectief. Beeld -
Ursus Eijkelenberg is Onderzoeker aan de Universiteit van Manchester, specialiseert zich in het staatsrecht vanuit sociologisch perspectief.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden