Opinie

Opinie: ‘Reken niet op dankbaarheid bij een carrièreswitch naar de zorg’

Door het nijpende tekort aan zorgpersoneel overwegen velen een carrièreswitch. Weet waar je aan begint als je verwacht daar goed werk te doen, schrijft Valentijn de Heer.

Met hoge verwachtingen aan een nieuwe baan beginnen is een recept voor teleurstelling.  Beeld Getty Images/iStockphoto
Met hoge verwachtingen aan een nieuwe baan beginnen is een recept voor teleurstelling.Beeld Getty Images/iStockphoto

Dankbaar werk! Het is de lokroep waarmee veel zorg­instellingen hun vacature­teksten besluiten, maar na twaalf jaar te hebben gewerkt met gehandicapten zou ik dat beeld graag nuanceren.

Na mijn mislukte schoolcarrière had ik verscheidene baantjes: ik adviseerde klanten in een bekende modewinkel, werkte als hovenier in Wassenaar en ik was badmeester in een tropisch zwemparadijs. Ik was wel toe aan wat erkentelijkheid en na mijn zoveelste functioneringsgesprek kwam er geen volgende afspraak. Leren kon ik ook al niet en ik besloot een uitkering aan te vragen.

Dat verzoek werd afgewezen.

In een huis-aan-huisblad las ik een advertentie voor een begeleider in de gehandicaptenzorg. Ik besloot nog één poging te wagen en op mijn laptop typte ik een sollicitatiebrief op maat. Ik was de gedroomde medewerker, dat viel te lezen en na een snelle uitnodiging, een informeel gesprek en twee handtekeningen was mijn nieuwe uitdaging een feit. Ik kon diezelfde week beginnen.

Twee borden pasta

Ik stelde me een lange gedekte tafel voor, vrolijke kleuren, een groepje schattige, maar scheelogende mensen en muziek. Maar anders dan op televisie bij Johnny de Mol, woonden de mensen die ik ging begeleiden niet thuis of in een huiselijk steunpunt maar zaten ze in een lange gang achter blauwe deuren afgezonderd op hun kamer. ‘Daar kunnen ze zichzelf zijn,’ vertelde de begeleider die me inwerkte.

We liepen de gang door naar de laatste deur. ‘Staat ie aan?’ vroeg hij, wijzend naar mijn portofoon, een apparaatje dat aan mijn broek geklemd zat. Ik kon een knop indrukken als er iets fout zou gaan. Hij opende de deur, drukte het dienblad met twee borden pasta in mijn handen en wenste me een smakelijke voortzetting.

Ik kwam in een kleine hal terecht waar het rook naar de kindertoiletten van het zwembad. Tegenover de groen verlichte nooduitgang was een deur met een spionnetje het kozijn. Met mijn knie duwde ik hem voorzichtig open. Op de rand van het bed zat een stevige man, hij zong mee met Bassie en Adriaan. Zijn televisie stond achter plexiglas.

“Ik ben Valentijn,” zei ik en ik zette het dienblad op zijn aan de grond vastgeschroefde tafeltje en stak mijn hand uit. “Je nieuwe begeleider.” Uit zijn ogen leek vreugde te spreken toen hij opstond en zijn armen spreidde.

Even leken de verhoudingen zoek terwijl hij me tegen zich aan drukte en me met zijn vrije hand stevig op de schouder sloeg. Dát moest die dankbaarheid zijn die men bedoelde. Ik deed hetzelfde, gaf hem een schouderklop en wilde een stap naar achteren zetten. Maar wat ik ook probeerde, bewegen ging niet meer. Als een wurgslang krulde hij zich verder om mij heen. “Je eten wordt koud,” piepte ik. Maar iedere poging om los te komen werd beantwoord met gehijg tot ik zijn haar in mijn nek voelde en hij zei: “Ga maar dood jij!”

Vijf man sterk

Ik voelde het koude plastic van de portofoon tegen mijn vingers en zonder aarzelen drukte ik de grote knop in. Zodra er piepjes als uit een politieontvanger uit de portofoon kwamen, liet hij me los. Ik wilde me oprichten, maar hij greep me bij mijn haar, trok me mee naar het dienblad met spaghetti. Net toen ik dacht dat de huid van mijn schedel zou loskomen vloog de kamerdeur open. Vijf man sterk kwamen mijn collega’s binnen en een paar kreten later lagen ze boven op mij en de razende cliënt.

De collega die me met het dienblad naar binnen had gestuurd maande me op de staan, bij de deur te wachten tot de laatste man in het halletje stond. Eerst lieten ze zijn benen los, bij de volgende tel de schouders, het hoofd. En pas als allerlaatste – toen de eerst vertrokken collega hoorbaar zijn sleutel in het slot van de openstaande deur had gestoken – lieten ze op commando ook de armen van de man los. In die tweeënhalve meter vlucht van de overeind komende cliënt naar de sluitende deur, was het alsof ik de bliksem in het water zag slaan, terwijl mijn voeten al waren losgekomen van de duikplank. Ik had mijn dosis dankbaarheid voor die dag te pakken.

Het voorval bleek geen separaat incident. Mijn baan ontwikkelde zich tot een keten van angst en agressie waar de cliënten en ik tot elkaar veroordeeld waren. Het resulteerde in een sessie EMDR, traumatherapie op kosten van de baas.

Tegen de toestroom van onervaren zorgpersoneel zou ik willen zeggen: ga gezwind aan het werk, maar haal voor je dagelijkse dosis dankbaarheid liever een kat uit het asiel.

Valentijn de Heer is zorgmedewerker en schrijver van korte verhalen en columns. Beeld Bas de Meijer
Valentijn de Heer is zorgmedewerker en schrijver van korte verhalen en columns.Beeld Bas de Meijer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden