Opinie

Opinie: ‘Protesteren tegen vaccins? Onze ouders waren blij dat wij konden overleven’

Vaccineren gebeurde zonder gedoe op school in de jaren veertig en vijftig, schrijft Cokkie Tesselaar die in die periode opgroeide. Het was een geschenk om ziektes te overleven, is haar boodschap aan antivaxers.

Cokkie Tesselaar
In de jaren vijftig kon er ook worden ingeënt tegen de gevreesde polio/kinderverlamming. Dat gebeurde bij de GG&GD, zoals hier aan de Conradstraat in Amsterdam. Beeld ANP
In de jaren vijftig kon er ook worden ingeënt tegen de gevreesde polio/kinderverlamming. Dat gebeurde bij de GG&GD, zoals hier aan de Conradstraat in Amsterdam.Beeld ANP

Het laatste oorlogsjaar 1944/45. Het was midden in de Hongerwinter. Naar school ging ik soms wel, soms weken niet. Kolenvrij of luchtalarm, ook was het vaak ijskoud op school. Die keer dat ik wel naar school kon, miste ik daar mijn vriendinnetje Loesje. Zij was heel ziek geworden. Als ik aan de ­juffrouw vroeg of zij al beter was, zei de juffrouw dat ze het niet wist.

Toen kwam het bericht dat Loesje niet beter maar steeds zieker en ­zieker was geworden en dat zij was doodgegaan. Zij was gestorven aan difterie. Daar had ik wel van gehoord maar ik wist niet wat het betekende. Ik voelde me zo verdrietig.

Bevrijd... en er kwam eten en er kwam poedermelk en er kwam weer brood. Maar alles op de bon. Het werd zomer en ik kon weer elke dag naar school. En in die eerste schoolzomer gebeurde het. Ik zat in de tweede klas en we werden ineens allemaal in een rij gezet. Een dokter en een zuster in een witte jas zaten aan een tafeltje naast de lessenaar voorin de klas. Op die tafel lagen grote glazen spuiten en lange dunne naalden. We moesten allemaal onze armpjes bloot maken. Wat ging er gebeuren?

Ik stond achteraan in de rij. Bang en bibberig. Ik zag dat de lange naald in de bovenarm geprikt werd, en dat er iets ingespoten werd... Ik vond het eng . Hoe ik ineens in de gang op een stoel lag en een grote blauw/grijsgeblokte handdoek over mijn arm lag, begreep ik niet. Het gebeurde allemaal zomaar. De hele school, alle kinderen kregen een spuit. Ingeënt tegen difterie, dan kon je dat niet meer krijgen.

Het was de grote difterievaccinatiecampagne net na de oorlog. Er was niks te weigeren alle kinderen deden braaf wat gezegd werd. Protesterende ouders of wie of wat dan ook, het kwam niet eens bij de mensen op. Zo blij dat hun kinderen de oorlog en de besmettingen hadden overleefd.

Poosje later. Geen vaccinatie, maar een antiluiscampagne. De meeste kinderen hadden in de oorlog luizen gekregen. Weer stond daar een dokter, maar met nu in zijn hand een heuse flitspuit. Daarin zat geel poeder. Niet in de klas maar op het speelplein. Om de beurt kreeg ieder met een ‘poef-poefgeluid’ dat gele poeder in het haar gespoten. Ik vond het heel vies. Ik had zwart haar en kwam thuis met geel haar. Ook mijn zussen uit andere klassen liepen er zo bij.

Giftig DDT-poeder was het. Protesten, van wie dan? Bezwaar van de ouders, wie sprong daarop af? Nooit over gehoord, van niemand. Het was het eerste jaar na de oorlog. Alles moest nog gaan draaien. Amper schoenen, amper kleding, vermaakte jassen. En bonnen knippen, voor suiker, voor melk, voor brood, alles. Alles was op de bon.

Schreeuwen omdat alles op de bon was, schreeuwen omdat de kinderen gevaccineerd werden, schreeuwen omdat er DDT in hun haren gespoten was. Hoe dan, wie dan?

Goddank dat het gedaan werd, dat er weer te leven was. Ik was maar dat jonge kind van net acht jaar, dat het gezien, gevoeld en geweten heeft.

De haren rijzen mij te berge, nu met de protesten van antivaxers. Ze zijn de kinderen van de dktp-vaccinaties.

Cokkie Tesselaar, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden