Opinie

Opinie: ‘Politie en Openbaar Ministerie moeten bedanken voor Israëlreis van het Cidi’

Justitie en OM moeten niet ingaan op de uitnodiging van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (Cidi) om zich een week te laten bijscholen over de Holocaust, zegt Jaap Hamburger, voorzitter van de stichting Een Ander Joods Geluid. In plaats daarvan moeten de instanties hun onafhankelijkheid proactief bewaken.

Jaap Hamburger
Israëlische soldaten bij het Yad Vashem Holocaust Museum in Jeruzalem. Beeld NurPhoto / Getty Images
Israëlische soldaten bij het Yad Vashem Holocaust Museum in Jeruzalem.Beeld NurPhoto / Getty Images

Je zou denken: het Openbaar Ministerie noch politie noch het Justitiële apparaat van Amsterdam hoeven in de leer bij een officiële staatsinstelling in Israël. Het land dat de rechten van het Palestijnse volk onder militaire bezetting al decennia vertrapt, toegang tot politie en justitie voor die bevolking blokkeert en minderheden aantoonbaar discrimineert.

Daar denkt de lobbyorganisatie Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (Cidi) anders over. Dat nodigt, grotendeels gefinancierd uit de door Amsterdam uitgekeerde zogeheten ‘erfpachtgelden’, dit en volgend jaar telkens 25 wetsdienaren uit om zich een week onder te dompelen in Holocausteducatie. De leerinstelling is de Internationale School voor Holocausteducatie van Yad Vashem, het instituut waar de judeocide uit de Tweede Wereldoorlog wordt gedocumenteerd, onderzocht en herdacht. Daar kunnen de 25 zich laten bijscholen om daarna thuis in Amsterdam met meer begrip de joodse gemeenschap te helpen en beschermen, mocht die een klacht willen indienen over antisemitisme.

Volledig ontspoord

De vraag is gerechtvaardigd, of de mede door het Cidi bevorderde Holocausteducatie, niet volledig is ontspoord, nu ongeveer iedereen, van boerenleider tot vaccinweigeraar en populistisch Kamerlid, zichzelf voor het eigen lijden een ‘jodenster’ opspeldt. Het Cidi noemt dat het ‘bagatelliseren van de Holocaust’ en wil het laten verbieden, maar ziet kennelijk tegelijk ruimte om er nog een schepje educatie bovenop te doen, speciaal voor wetsdienaren. Bleef het daarbij, soit. Maar er schuilt een giftige adder onder het gras. Die adder heet de IHRA-‘definitie’ van antisemitisme.

Om het niet te ingewikkeld te maken: het Cidi is innig verstrengeld met deze schijndefinitie van antisemitisme, die sinds jaren gepropageerd en misbruikt wordt door de Israëlische overheid en de Israëllobby. Die klinken een zevental zogenoemde ‘hedendaagse voorbeelden van antisemitisme’ aan de definitie vast, en bereiken zo dat kritiek op Israël als staat en op het beleid van die staat pardoes onder het begrip ‘antisemitisme’ valt. Daarmee creëert de definitie verwarring en vermengt zij de categorieën ‘antisemitisme’ en ‘kritiek op Israël’. Dat mengen is geen vergissing, maar gebeurt doelbewust – een truc om critici te stigmatiseren en Israël uit de wind te houden. De Nederlandse regering heeft in juridisch opzicht gepaste afstand van deze schijndefinitie genomen.

Gebruik van erfpachtgelden

De opzet van het Cidi is om het begrip antisemitisme kunstmatig aan een nieuwe lading te helpen en die ingang te doen vinden in het justitiële apparaat bij het opnemen van een toekomstige aangifte wegens antisemitisme. De evidente bedoeling is niet om de Amsterdamse joodse gemeenschap te beschermen. Dat schaamlapje heeft het Cidi nodig om voor de reis het gebruik van de erfpachtgelden te rechtvaardigen.

De opzet is de strafrechtketen een interpretatie en benadering van antisemitisme op te dringen, die het voor politie en OM steeds moeilijker maakt om kritiek op Israël daar van te scheiden, mocht er vanuit de joodse gemeenschap over antisemitisme worden geklaagd. Maar wat kan Yad Vashem dat ons eigen Amsterdamse Niod — zonder tussenkomst van het Cidi — niet zou kunnen?

Justitie en OM moeten zich niet laten verleiden en hun onafhankelijkheid proactief bewaken. Door de Israëlreis en de verstrikking met het Cidi dreigt de onafhankelijkheid van het apparaat in het geding te komen, van boa in opleiding via wijkagent tot rechtbankvoorzitter.

Kritiek op Israël

Er is alle reden om twee simpele waarheden overeind te houden. Antisemitisme is afdoende gedefinieerd als tegen joden gericht racisme. Kritiek op de staat Israël en zijn beleid, het bepleiten van een boycot van die staat of zijn instituties of antizionisme in het algemeen is geen antisemitisme, maar is legitiem en onderdeel van de vrijheid van gedachtevorming en meningsuiting.

Daarnaast: het herdenken van de Holocaust en het bevorderen van Holocausteducatie moeten weggehouden worden van het Cidi, dat hierbij door politieke motieven wordt geleid. Motieven primair ingegeven door het ontkennen en bestendigen van een militaire bezetting, die voor de Palestijnen al meer dan vijf decennia grote onveiligheid, menselijk lijden en schrijnende rechtsongelijkheid veroorzaakt.

Wie zijn sporen als bezetter ten volle heeft verdiend, is de nieuwe directeur van Yad Vashem: Dani Dayan. Dayan was jarenlang voorzitter van de extremistische Yesha Council, de koepelorganisatie van Israëls illegale nederzettingen. Alleen dat al zou bij Justitie en OM alarmbellen moeten doen afgaan.

Kom op zeg, laat Israël zijn licht hìer maar komen opsteken over minderhedenbeleid. Laat het Cidi zich daar voor inzetten, als het ‘pro-Israël’ wil zijn. Dan bewijst het de Amsterdams joodse gemeenschap nog een échte dienst ook.

Jaap Hamburger, voorzitter Een Ander Joods Geluid

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden