Opinie: ‘Passend onderwijs gaat verder dan cijfers en een schooladvies’

Passend onderwijs moet worden opgenomen in het regeerakkoord, stelt Guido Febus.

null Beeld Getty Images/fStop
Beeld Getty Images/fStop

Tien jaar oud was ik. Groep 7 op al mijn derde basisschool. Ik was terecht­gekomen in een doorsnee klas met doorsnee klassikaal onderwijs. Al snel ging het mis. Ik sloot niet aan. De les was niet voor mij. Het onderwijs paste niet. Ik werd onhandelbaar. In de klas. Op het schoolplein. Thuis. Ik ging van straf naar straf. Zo viel ik buiten de groep. Een onuitstaanbaar en onbegrepen kind. Dat was ik.

Hoogbegaafd, maar dat bleek nergens uit. Een hoogbegaafde kan immers makkelijk leren. Is de studiebol van de klas. Zit ijverig vooraan en haalt hoge cijfers. Zo hoort het. Maar vooraan werd achterin. En achterin werd op de gang of in het kantoor van de schooldirecteur. De schoolcijfers volgden een zelfde route. Zo hoort het dus niet.

De Cito-toets kwam. Een momentopname. Voor een hoogbegaafd, nee, onuitstaanbaar en onbegrepen, kind een strijd tegen zichzelf. Ik had – godzijdank – de hoogste score in de klas. En dat is voor een hoogbegaafde geen zekerheid. Op school werd vol onbegrip gereageerd. Ik deed immers niet wat hoorde. Maar er was voor mij een oplossing: passend onderwijs. Met mijn score kon ik makkelijk naar het vwo. Na groep 8, dat wel. Ik moest nog anderhalf jaar wachten. Nog anderhalf jaar onuitstaanbaar en onbegrepen zijn. En buiten de groep vallen.

Onlangs organiseerden de Stichting Hoogbegaafd en de Stichting Wijzer Dankzij een online debat met Tweede Kamerleden over passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. Een aantal jongeren, ouders en ik deden hun verhaal. Over het onderwijs dat is geënt op de massa. Over het handjevol onuitstaanbare en onbegrepen kinderen dat buiten de groep valt. Ik sloot mijn verhaal af over mijn zoon van vier, die sterk op mij lijkt. Overspoeld werd ik door hartverwarmende en hartverscheurende verhalen van ouders uit het hele land. Het onderwerp leeft. En het maakt veel los.

Ons onderwijssysteem, daar zit precies het probleem. Want geen kind is hetzelfde. Dus waarom zou het onderwijs dat wel moeten zijn? Maar passend onderwijs is niet een kind na groep 8 naar het vwo of een ander type middelbaar onderwijs sturen. En zeker niet omdat cijfers, een momentopname, dat bepalen. Passend onderwijs begint vóór groep 8. Met het begrijpen van elk kind. Van de leerbehoefte. En van de leervorm.

Daar ligt een gouden kans voor de politiek. Ik doe een oproep aan de partijen die met elkaar gaan regeren. Namens al die betrokken ouders, jongeren en mijn zoon. Maak passend onderwijs onderdeel van het regeerakkoord. Laat het in de begroting geen cijfer, geen momentopname zijn. Maar zorg juist voor solide beleid. Voor onderwijs dat vooraan zit bij het kind. Voor onderwijs dat mijn zoon onuitstaanbaar begrijpt.

Guido Febus, IJsselstein

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden