Opinie

Opinie: ‘Pas op dat we bij thuiswerken niet vervallen in oude gewoonten’

Thuiswerken tijdens de pandemie leidt tot discussie over de balans tussen werk en privé. Thomas van Leeuwen pleit voor een beweging naar een hybride bestaan.

null Beeld Ramon van Flymen
Beeld Ramon van Flymen

Alweer anderhalf jaar geleden deed de overheid de eerste oproep zo min mogelijk naar kantoor te gaan. Wanneer dit grootste thuiswerkexperiment aller tijden ten einde komt is nog onzeker, maar één ding staat vast: niet eerder in de moderne geschiedenis werd er zo massaal en langdurig thuisgewerkt.

Er is hierdoor veel discussie ontstaan over de toekomstige balans tussen kantoor en thuiswerken. Veel bedrijven zijn nog zoekende, maar de oplossing voor de meesten lijkt hybride werken: deels op afstand en deels op kantoor.

Deze interessante ontwikkeling kan maatschappelijke consequenties hebben. De meest voor de hand liggende voordelen zijn lagere filedruk, ouders die hun kinderen vaker zien en minder CO2-uitstoot.

Hoe interessant en waardevol ook, we kunnen groter denken. Wat nou als hybride werken veel breder wordt toegepast op de maatschappij?

Ik verwonder me al mijn hele leven over hoe wij het voor elkaar krijgen met zijn allen op hetzelfde moment op dezelfde plek te moeten zijn. Natuurlijk is dat soms gewoon leuk – je staat tenslotte liever in een druk café dan in een leeg café. Maar meestal is die drukte nergens voor nodig. Waarom staan we met z’n allen in het weekend in de rij bij de Python in de Efteling, terwijl je doordeweeks zo door kan lopen? Waarom staan we elk jaar massaal in de file op weg naar onze vakantiebestemming terwijl een maandje eerder de zon ook schijnt?

Heilige huisjes

Van oudsher worden we geacht alles gelijktijdig te doen. Een principe waarvan de nadelen de afgelopen anderhalf jaar pijnlijk in beeld kwamen. In feite wordt in veel gevallen het dagelijks leven gedomineerd door twee heilige huisjes: werkgevers en schoolroosters.

Juist nu ontstaat daar de ruimte. Werkgevers hebben ontdekt dat vrijheid en autonomie leiden tot betere resultaten. Zelfs de meest traditionele bedrijven durven hun medewerkers – binnen bepaalde kaders – zelf te laten bepalen waar en wanneer ze werken. Tegelijkertijd zijn scholen en kinderdagopvangcentra flexibeler dan ooit. Er lopen interessante experimenten over het flexibel invullen en organiseren van de onderwijstijd en scholen hebben (deels noodgedwongen) enorme stappen gemaakt in digitaal onderwijs.

Wat zou er gebeuren als we deze nieuwe ‘organisatorische ruimte’ gebruiken voor het beter inrichten van onze maatschappij? Het zal puzzelen zijn, maar we kunnen zorgen dat we veel beter gebruikmaken van het moment.

De oude Grieken hadden twee woorden voor de tijd: Chronos en Kairos. Chronos is de bekendste en verwijst naar tijd die kan worden gemeten: seconden, minuten, uren, jaren. Waar Chronos kwantitatief is, is Kairos juist kwalitatief. Het meet momenten, geen seconden. Het verwijst het naar het juiste moment. Nu we de vrijheid krijgen om te werken waar en wanneer we willen, wordt Kairos steeds relevanter.

Harde begrenzingen

Een belangrijk aandachtspunt wordt dan uiteraard de balans tussen werk en privé. Als tijd en locatie niet langer de harde begrenzingen van werken zijn, wat dan wel? Werk is er altijd, dus wanneer stop je dan met werken?

Ik heb proefondervindelijk ervaren dat de oorzaak ook de oplossing kan zijn, namelijk ‘werk-privéflexibiliteit’. Ik check mijn mail wanneer me dat uitkomt, ga zwemmen op donderdagochtend, spreek af met mijn collega als hij of zij toch in de buurt is. Als de zon schijnt pak ik een terrasje en op vrijdagochtend kan ik met mijn dochter naar peuterdansen. Mijn gezin en ik vinden het daardoor veel minder storend als ik op zaterdag mijn laptop even opensla. De werk-privébalans is nu gebaseerd op wederzijdse flexibiliteit.

Naar verwachting gaan kantoren weer open in september. Maar het risico ligt op de loer dat we weer terugvallen in oude patronen. Ik wil de overheid, werkgevers en scholenorganisaties daarom vragen het ontstane momentum te gebruiken. Sla de handen ineen en denk na over de volgende vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we – ook na de pandemie – niet allemaal hetzelfde doen op hetzelfde moment, maar juist het tegenovergestelde?

Thomas van Leeuwen is partner-director bij concept- en ontwerpstudio D/DOCK uit Amsterdam. Beeld
Thomas van Leeuwen is partner-director bij concept- en ontwerpstudio D/DOCK uit Amsterdam.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden