Opinie

Opinie: ‘Paniek over kades en bruggen is onnodig’

De kademuren van de Amsterdamse binnenstad staan er lang niet allemaal goed voor, maar reden voor paniek is er niet, stellen Ernst de Beaufort en Walther Schoonenberg van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Het herstel hoeft lang niet zo duur te zijn als nu wordt aangenomen.

De ingestorte kademuur van de Grimburgwal. Beeld ANP
De ingestorte kademuur van de Grimburgwal.Beeld ANP

In Het Parool van donderdag 8 juli stond dat tweehonderd kilometer kademuur en 830 bruggen ziek, zwak en misselijk zijn. Voor het herstel zou maar liefs 500 miljoen euro nodig zijn. Geld dat er niet is. De grachten zouden tot in lengte van jaren met monsterlijke ‘tijdelijke’ stempelconstructies ontsierd worden. Een ramp voor onze historische binnenstad.

De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) heeft echter goed nieuws voor wethouder Egbert de Vries: waarschijnlijk valt het allemaal reuze mee. Er is immers nog maar weinig onderzoek gedaan naar de bruggen en kademuren. Van de meeste kademuren weten we niet eens hoe ze zijn opgebouwd , laat staan hoezeer ze zijn verzwakt.

Het is dus belangrijk dat we niet in paniek raken van een paar incidenten en onszelf allerlei rampspoed aanpraten. Het incident op de Nassaukade was geen kademuurprobleem, net zo min als de zinkgaten in de Marnixkade en in het Entrepotdok. Dat waren problemen van inklinking van de bodem.

De instorting van de kade van de Grimburgwal was wel een spontaan bezwijken van een kademuur, maar daarvan was bekend dat die verzwakt was door uitspoeling van de bodem als gevolg van de daar kerende rondvaartboten. We vergeten ook dat er de afgelopen 100 jaar niet één gewonde is gevallen door bezwijkende kademuren en dat dat de kans daarop ook nu nog vrijwel nul is.

Daarnaast is nog veel onduidelijk over de manier waarop we de oude constructies moeten beoordelen. De kades en bruggen worden fors lichter belast dan rijksverkeerswegen, waarop de bouwregelgeving van civiele werken is gebaseerd. Er moeten dus redelijke criteria komen, want bruggen en kademuren in de binnenstad zijn niet te vergelijken met viaducten in de A2. Beperking van het zware verkeer over de gracht is een goedkope en zeer effectieve maatregel.

Ook is onderzoek nodig naar het effect van de inklinkende bodem op onze riolering en gas- en waterleidingen. En over de toetsingscriteria is het laatste woord nog niet gezegd. Van de onderzochte kadeconstructies, weten we nog steeds niet hoe we ze moeten beoordelen. Zet daarom niet halsoverkop grote bouwopdrachten in de markt. Eerst was er de vuistregel dat herstel van een meter kademuur 20.000 euro kostte, nu is dat opeens 35.000 euro. We willen toch niet dezelfde fout maken als bij de Noord/Zuidlijn?

De VVAB heeft een alternatief plan ontwikkeld om de historische constructies, waar dat nodig is, niet te vervangen door nieuwbouw, maar om hun fundering te herstellen, zoals dat ook bij grachtenpanden gebeurt. Innovatie, niet alleen om overlast te voorkomen, maar ook om behoud- en herstelmethodes te ontwikkelen, moet die kostprijs minimaal kunnen halveren. Een win-winsituatie.
Ernst de Beaufort en Walther Schoonenberg (Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden