Lezersbrief

Opinie: ‘Opzichtige uitingen van geloof passen niet het politie-uniform’

Een hoofddoek of andere opzichtige uiting van iemands geloof, doet indien zij wordt gedragen in combinatie met een politie-uniform, afbreuk aan de neutraliteit die dat uniform dient uit te stralen, zegt lezer L.C. de Jong. Niet toestaan dus.

Leden van de Britse de geüniformeerde vrijwillige politiestagiairs, de VPC, mogen net als politieagenten een hoofddoek of een tulband dragen. In Groot-Brittannië wordt het dragen van deze geloofsuitingen niet gezien als een aantasting van de neutraliteit van de politie. Beeld Corbis via Getty Images
Leden van de Britse de geüniformeerde vrijwillige politiestagiairs, de VPC, mogen net als politieagenten een hoofddoek of een tulband dragen. In Groot-Brittannië wordt het dragen van deze geloofsuitingen niet gezien als een aantasting van de neutraliteit van de politie.Beeld Corbis via Getty Images

“Een hoofddoek zegt niets over iemands kunnen” zegt politiechef Martin Sitalsing in Het Parool van vorige week zaterdag. Deze opmerking over kunnen is juist en leidt, in tegenstelling tot zijn vergelijking van toegestane tattoos van politiemedewerkers en hoofddoekjes, niet tot vraagtekens.

Een antwoord op de vraag in welke mate tattoos vergelijkbaar zijn met hoofddoeken komt in zijn verhaal niet voor. Ook de opzichtigheid speelt geen rol in zijn verhaal. Terwijl de foto bij het stuk, van een agente in Ontario Canada, de opzichtigheid in zijn volle omvang toont.

Een uniform is kleding waarmee de drager herkend kan worden als lid van een organisatie. Vaak is aan het uniform ook te zien welke functie de drager heeft. Uniform betekent gelijkvormig en geeft dus aan dat alle dragers dezelfde kleding dragen. Het doel van een uniform is herkenning.

Vooral neutraliteit die de uitstraling van het gezag van de politie bepaalt, is noodzakelijk. De (islamitisch) gedragen hoofddoek is een ‘opzichtige’ en daarom niet toegestane (geloofs)uiting. Het bijna altijd gegeven antwoord op de vraag wat de motivatie is voor het dragen van de hoofddoek – ‘Ik doe dit voor mijn geloof’ – bevestigt dit. Een alleszins geloofwaardige en toelaatbare uiting. Altijd. Maar niet overal. En zeker niet wanneer de drager van dat uniform in de actieve uitvoering, en namens de overheid controle uitoefent op de naleving van de door haar vastgestelde wetgeving en besluitvorming.

Sitalsing gelooft niet in het forceren van dat vraagstuk. Recruiters spreken volgens hem talentvolle meiden die graag bij de politie willen werken, ‘maar dan wel met een hoofddoek’. Het lijkt mij duidelijk dat de islamitische samenleving de democratie anders vorm zou willen geven, maar in onze liberale samenleving zijn de bovengenoemde voorwaarden op democratische wijze en op goede gronden tot stand gekomen.

En ik ben het daarom geheel eens met de stelling ‘dat wij erop moeten staan dat wij ons in het Westen niet aanpassen aan de gevoeligheden van de moslims, maar dat de moslims zich moeten aanpassen aan de liberale ideeën van het Westen’ (Ayaan Hirsi Ali in Ketters).
L. C. de Jong, Arnhem

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden