Opinie

Opinie: ‘Opvang vluchtelingen in de regio kan alleen met steun Europa’

Voor veel Europese landen is opvang van vluchtelingen in de regio het doel. Met een nieuw regeerakkoord in aantocht geven Thea Hilhorst en Jorrit Rijpma uit eigen onderzoek adviezen en tips.

Dit kamp bij de Syrisch-Turkse grens is nog lang geen stad die de vluchtelingen middelen van bestaan kan bieden. Beeld AFP
Dit kamp bij de Syrisch-Turkse grens is nog lang geen stad die de vluchtelingen middelen van bestaan kan bieden.Beeld AFP

Migratie en asiel blijven hete hangijzers. Toch lijken politici eensgezind in hun voorkeur voor opvang in de regio. Gastlanden ondersteunen bij het verlenen van humane en respectvolle opvang is nou eenmaal goedkoper en ligt minder gevoelig dan het bieden van asiel in Europa. Dat komt partijen op de rechterflank goed uit, maar biedt ook partijen op links een uitweg, omdat er alsnog hulp wordt geboden, zij het dan elders. Bovendien weerhoudt het vluchtelingen ervan op gammele bootjes richting Europa te stappen.

Er gaan nog altijd aanzienlijke bedragen naar de traditionele noodopvang. Tegelijkertijd is het beeld van vluchtelingen in kampen steeds meer achterhaald. Enerzijds houden vluchtelingen zich vaker op in de grote steden in de buurlanden, en anderzijds ontwikkelen opvangkampen zich tot vluchtelingensteden met hun eigen economie.

Gouden beleidsstandaard

De focus van het beleid is de laatste jaren dan ook verschoven van noodhulp naar programma’s om vluchtelingen een menswaardig bestaan te bieden door ze te integreren in de lokale economie. De VN-vluchtelingenorganisatie, UNHCR, ziet lokale integratie ook een van de ‘duurzame oplossingen’ voor vluchtelingen. Deze doelstelling wordt internationaal en Europees omarmd, bijvoorbeeld in het VN Global Refugee Compact en de Europese migratiepartnerschappen. Naast de traditionele humanitaire aanpak richten programma’s voor opvang in de regio zich steeds meer op integratie door het aanbieden van onderwijs en het creëren van werkgelegenheid.

Omdat gastlanden vaak niet zitten te wachten op concurrentie op de arbeidsmarkt, worden zij overgehaald met de belofte van ontwikkelingssamenwerking en handelsvoordelen. Ook hervestiging, het overnemen van kwetsbare vluchtelingen uit de regio door EU-lidstaten, is cruciaal gebleken bij het creëren van draagvlak in de regio.

Nu opvang in de regio een aanlokkelijk perspectief biedt waar, op papier, iedereen beter van wordt, is dit in korte tijd tot gouden beleidsstandaard verheven. Veel Europese landen hebben het beleid overgenomen en Nederland staat internationaal bekend als aanjager, onder andere via het Prospectprogramma. Daarin is met een aantal internationale partners 500 miljoen bij elkaar gebracht voor opvang in acht verschillende landen in het Midden-Oosten en Afrika. Des te belangrijker is het om in kaart te brengen hoe dit beleid in de praktijk uitpakt. Ons verkennend onderzoek, met een focus op Libanon, Jordanië en Ethiopië, laat zien dat dit nog niet zo makkelijk is. De precieze gevolgen van dit beleid, positief en negatief, zijn lastig te doorgronden.

Bestuurskwaliteit

Wij kunnen aan de onderhandelaars van het regeerakkoord – en de nieuwe Tweede Kamer – op basis hiervan de volgende aandachtspunten meegeven.

Ten eerste, opvang in de regio staat of valt bij politieke wil en de bestuurskwaliteit van gastlanden. Staan zij achter het beleid, willen ze vluchtelingen rechtsbescherming bieden, zetten ze zich daadwerkelijk in voor de verbetering van de positie van vluchtelingen? Wat gebeurt er met de middelen die Nederland ter beschikking stelt? Dat het niet altijd goed gaat, bleek in februari toen de Volkskrant melding maakte van het gebruik van door Nederland gefinancierde pick-uptrucks tegen de Oegandese oppositie.

Een volgende vraag is of de budgetten voor opvang in de regio reëel zijn. Gaat het om extra bijdragen en is het genoeg om de beloftes waar te maken? Tot nu toe blijven de bedragen ver achter bij de ambitie van de programma’s en het gaat vaak om het schuiven met al toegekende gelden. Zowel op Europees, als op nationaal niveau, zouden de geldstromen niet alleen adequater, maar ook transparanter moeten worden ingezet.

Herhuisvesting

Opvang in de regio moet gepaard gaan met toezeggingen op gebied van hervestiging, waarbij een deel van deze mensen asiel wordt geboden in Europa. Dit ontlast de landen in de regio en creëert draagvlak. De vraag is hoe Europa, te beginnen met Nederland, ertoe gebracht kan worden de beloften na te komen om zeer kwetsbare vluchtelingen over te nemen. Tot nu toe gebeurt dit nog te weinig. Terecht stuurt de Europese Commissie in haar voorstel voor een nieuw Pact voor Asiel en Migratie aan op een grotere rol voor de Europese Unie bij hervestiging. Dat is een gedeeld belang met de gastlanden, zeker wanneer het risico bestaat dat landen in de regio de opvang van grote groepen vluchtelingen niet kunnen bolwerken, en als gevolg daarvan het risico lopen zelf te destabiliseren. Dan mogen financiële steun en hervestiging niet achterblijven.

Verder zijn programma’s voor opvang in de regio vaak gericht op het versterken van de lokale overheid. Dat vertaalt zich echter niet één op één in verbetering van de hulp aan vluchtelingen, maar ook in vooruitgeschoven grens- en migratiecontroles door landen buiten Europa. In de woorden van Sigrid Kaag, na haar bezoek aan Jordanië in 2018: “Hulp kan voorkomen dat de vluchtelingen alsnog naar Europa gaan.” Daar mag het beleid niet in doorslaan. Opvang in de regio mag niet enkel gericht zijn op het weghouden van vluchtelingen en migranten uit Europa, maar moet zijn belofte van ontwikkeling voldoende waarmaken. Dat begint met duidelijkheid over de geldstromen. Hoeveel van de budgetten worden daadwerkelijk ingezet om de positie van vluchtelingen én gastlanden zelf te verbeteren?

Doekje voor het bloeden

Opvang in de regio is een populaire beleidslijn. Het vormt in potentie een waardevolle aanvulling op nationaal en Europees beleid, maar kan daar niet voor in de plaats komen. Het idee dat bij een nieuwe vluchtelingencrisis de grenzen dicht blijven, zoals premier Rutte onlangs nog suggereerde, is praktisch en juridisch onhaalbaar, daar zal opvang in de regio weinig aan kunnen veranderen.

Als het beleid enkel tot doel heeft vluchtelingen buiten Europa te houden of slechts een doekje vormt voor het bloeden, dan is het een loze belofte. Het is aan de formateurs om hiermee in de onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord rekening te houden en zich niet blind te staren op de retoriek over opvang in de regio. Onze volksvertegenwoordigers, in Nederland én Europa, zullen de uitwerking en uitvoering van het beleid op de voet moeten volgen.

Thea Hilhorst is hoogleraar Humanitaire Studies aan het Institute of Social Studies, Erasmus Universiteit. Net als Rijpma is zij verbonden aan het Leiden-Delft-Erasmus centrum voor Governance of Migration and ­Diversity. Beeld
Thea Hilhorst is hoogleraar Humanitaire Studies aan het Institute of Social Studies, Erasmus Universiteit. Net als Rijpma is zij verbonden aan het Leiden-Delft-Erasmus centrum voor Governance of Migration and ­Diversity.
Jorrit Rijpma is hoogleraar Europees Recht aan Universiteit Leiden. Net als Hilhorst is hij verbonden aan het Leiden-Delft-Erasmus centrum voor Governance of Migration and ­Diversity. Beeld
Jorrit Rijpma is hoogleraar Europees Recht aan Universiteit Leiden. Net als Hilhorst is hij verbonden aan het Leiden-Delft-Erasmus centrum voor Governance of Migration and ­Diversity.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden