Opinie

Opinie: ‘Ook een Amsterdammer komt weleens bij de Wok to Walk of een wafelzaak’

Lokale partijen willen de diversiteit van het winkellandschap in de binnenstad vergroten. Maar terughoudendheid is hierin geboden, zeggen Iris Hagemans en Julie Ferguson, want dergelijke ingrepen zijn altijd complex en afhankelijk van persoonlijke smaak.

Iris Hagemans en Julie Ferguson
Winkelstraten hebben ook een symbolische functie als visitekaartje van een buurt of stad. Beeld Getty Images
Winkelstraten hebben ook een symbolische functie als visitekaartje van een buurt of stad.Beeld Getty Images

Hoe het nieuwe Amsterdamse college eruit gaat zien is nog even afwachten, maar dat er iets gaat gebeuren met de diversiteit van het winkellandschap in de binnenstad lijkt alvast duidelijk, aangezien de verkiezingsprogramma’s van de vier grootste partijen hier allemaal aandacht aan besteedden.

De PvdA problematiseert dat ‘op veel plekken in de stad bedrijven en winkels zijn weggedrukt door een toeristische monocultuur’, GroenLinks wil ‘toe naar een winkelaanbod dat gericht is op Amsterdammers’, D66 belooft ‘een divers winkelaanbod in de binnenstad’ en de VVD wil ‘minder Nutellawinkels’. Maar hoe gaat het gemeentebestuur dat eigenlijk voor elkaar krijgen?

Nieuwe vestigingen van souvenirwinkels zijn in de binnenstad al sinds 2013 niet meer toegestaan en sinds 2017 geldt er ook een verbod op toeristenwinkels. In bestemmingsplannen lijkt dus weinig ruimte voor een striktere aanpak. Een zeer kostbaar alternatief is het idee om beeldbepalende panden te verwerven. Of dit daadwerkelijk leidt tot een aantrekkelijker winkellandschap is een complexe vraag.

Dit komt enerzijds doordat winkels reageren op allerlei maatschappelijke veranderingen. Dat een schoenwinkel is vervangen door een toeristische wafelwinkel, wil niet zeggen dat die schoenwinkel er nog gezeten had als er minder toeristen in de straat liepen: toenemende concurrentie van grote ketens of online retailers speelt immers ook een rol.

Anderzijds dienen winkelstraten verschillende functies. Ze verschaffen toegang tot producten en diensten, maar hebben ook een symbolische functie als visitekaartje van een buurt of stad.

Openluchtmuseum

Deze functies kunnen tegenstrijdig uitpakken. Zo kan iemand een lokale groenteboer waarderen vanwege het aantrekkelijke straatbeeld, maar intussen vooral kopen bij een supermarkt. Het is dus riskant om te sturen op ongewenste ontwikkelingen in winkelgebieden, want wie zegt dat er daarvoor in de plaats iets ontstaat dat wel wordt gewaardeerd?

Tegelijkertijd is het ook riskant om te sturen op een aantrekkelijk aanbod, want wie zegt dat dit winstgevende bedrijvigheid oplevert? En als het winkellandschap niet winstgevend is, wat is het dan: een openluchtmuseum?

Bovendien is het bepalen van hoe een aantrekkelijk winkellandschap eruitziet altijd een kwestie van smaak, ook al wordt de rol van smaak vaak verbloemd. Waardeoordelen zoals hoger aanbod, hoogwaardigheid en diversiteit worden als feit gepresenteerd en gecontrasteerd met zaken die worden omschreven als plat en groezelig, zoals onlangs in een artikel over de Snickerswafel in de Volkskrant.

Dit artikel stond ook bol van de ongefundeerde beweringen, zoals dat Amsterdammers niet bij de Wok to Walk, New York Pizza of de Dunkin’ Donuts komen; dat patatzaken, wafelwinkels en souvenirwinkels geen lokale ondernemers zijn; en dat zes platenzaken elkaar aanvullen, maar ditzelfde niet op gaat voor zes wafelwinkels. Het blijkt lastig om de kwaliteit, lokale wortels en diversiteit te zien in ondernemingen die voor jouzelf niet aantrekkelijk zijn, maar dat betekent niet dat het er niet is.

Opkomst to-go-formules

Ruim baan dan voor de wafelwinkel? Hierin is enige terughoudendheid geboden. De opkomst van to-go-formules is deels te danken aan een beleidswijziging uit 2009. Na ophef over een ijswinkel in de Jordaan die met sluiting werd bedreigd, is vastgesteld dat er geen horecavergunning nodig is voor etenswaren om mee te nemen. Dit leidde vanzelfsprekend tot een groter aanbod in dit soort formules.

Horecavergunningen zitten in de binnenstad al jaren op slot, terwijl de vraag naar horeca harder groeit dan de vraag naar winkels. Door het opdrijvende effect op winkelhuren wordt op sommige plaatsen een horeca-achtige zaak bijna de enige logische keuze.

Zonder horecavergunning mogen deze zaken echter geen verse producten klaarmaken en zitruimte aanbieden, met meer overlast en rondslingerend afval als gevolg. Een aantal aspecten van wafelwinkels die ergernis wekken, zijn dus juist door beleid gecreëerd. Het aanpakken van dit soort contraproductief beleid is belangrijk, maar ook concreter, eerlijker en veel goedkoper dan het plan om de binnenstad op te kopen om gewenste bedrijvigheid aan te kunnen wijzen.

De eerlijke boodschap naar kiezers is dan dat het binnen de regels ondernemers vrij staat een bedrijf te beginnen waar zijzelf achter staan. Dus zolang men geld uit blijft geven aan wafels, blijft de wafelwinkel bestaan in de binnenstad – waarbij het goede nieuws is: hetzelfde geldt voor alle winkelformules.

Iris Hagemans is stadsgeograaf en PhD-kandidaat aan de Hogeschool van Amsterdam en Universiteit Utrecht. Ze onderzoekt de effecten van toerisme op Amsterdamse winkelgebieden. Beeld
Iris Hagemans is stadsgeograaf en PhD-kandidaat aan de Hogeschool van Amsterdam en Universiteit Utrecht. Ze onderzoekt de effecten van toerisme op Amsterdamse winkelgebieden.
Julie Ferguson is senior onderzoeker bij de HvA, onder andere verbonden aan het lectoraat Coördinatie van Groot­stedelijke Vraagstukken.  Beeld
Julie Ferguson is senior onderzoeker bij de HvA, onder andere verbonden aan het lectoraat Coördinatie van Groot­stedelijke Vraagstukken.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden