Opinie

Opinie: ‘Oekraïense vluchtelingen zijn welkom omdat ze zich voorspelbaar gedragen’

Nederlanders zijn sneller bereid om Oekraïense vluchtelingen op te vangen dan vluchtelingen uit bijvoorbeeld Syrië. Maar bestempel dit niet direct als racisme, schrijft Egbert Bömers.

Egbert Bömers
Vluchtelingen uit Oekraïne arriveren in Polen. Beeld AFP
Vluchtelingen uit Oekraïne arriveren in Polen.Beeld AFP

‘Waarom zien we zulke enorme verschillen in betrokkenheid en behulpzaamheid richting de vluchtelingen uit Oekraïne, in vergelijking met de bootvluchtelingen uit Syrië?’ Zo openen prof. Paul van Lange en prof. Kees van den Bos het opiniestuk ‘Empathie is vluchtig, wat doen we op de lange termijn voor Oekraïne?’ (Het Parool van 12 maart).

Hun vakgebieden verschaffen antwoorden: ‘Empathie voor de vluchtelingen uit Oekraïne is in diverse opzichten sterker dan voor de Syrische vluchtelingen. Hoe komt dat? Psychologische nabijheid speelt een belangrijke rol. Daarnaast zijn de sterkte van het beeld en de context heel belangrijk. Bij deze oorlog in Oekraïne zien we op heel concrete wijze het leed van individuele slachtoffers, in combinatie met hun kwetsbaarheid: de verwarring van een klein kind of een afscheid op een station.’

De schrijvers hekelen de twee gezichten van onze empathie met vluchtelingen: ‘we tonen oprechte betrokkenheid met anderen, maar vooral bij anderen die op ons lijken en ons nabij zijn.’ Erger nog: ‘veel media laten ook zien dat er sprake is van openlijke discriminatie bij de grens. Oekraïners die op een gemiddelde Europeaan lijken krijgen voorrang boven niet-Oekraïners, zoals vluchtelingen van kleur.’

Het betoog heeft nogal wat overlap met ‘Waarom is een Oekraïner ons liever dan andere vluchtelingen?’ van Raounak Khaddari in Het Parool van 8 maart. Hoogleraar filantropie Theo Schuyt vatte daarin het probleem zo samen: “Mensen die niet op ons lijken, worden niet gezien als onze broeders.”

Steevast blijft in beschouwingen over Oekraïense vluchtelingen één ding onvermeld: hun voorspelbaarheid. Prof. Schuyts stelling parafraserend: gevluchte mensen uit gekerstende culturen gedragen zich voorspelbaar waardoor we ze gemakkelijk als onze broers en zussen zien. Onvoorspelbaar gedrag vanwege ‘vreemde’ culturele achtergronden maakt mensen onberekenbaar. Het is logisch dat hierdoor reacties ontstaan variërend van bezorgdheid tot achterdocht en angst voor vreemdelingen. Zo gezien zijn het blijken van een intellectueel tekortschieten waar in analyses de grote woorden ‘racisme’ en ‘discriminatie’ opdoemen.

Aan cognitief psychologen de taak om wetenschappers en columnisten terecht te wijzen als hun incomplete mensbeeld zorgt voor maatschappelijke schuldgevoelens die oneerlijk, ja, niet ongevaarlijk zijn.

Egbert Bömers, Apeldoorn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden