Opinie

Opinie: ‘Negen windturbines is genoeg voor Amsterdam’

Niet iedereen wil windmolens binnen de stadsgrenzen van Amsterdam. Stefan de Bruijn van actiegroep Windalarm pleit voor alternatieven.

Met meer zonnepanelen op platte daken kan de productie van een deel van de wind­molens worden opgevangen. Beeld Getty Images
Met meer zonnepanelen op platte daken kan de productie van een deel van de wind­molens worden opgevangen.Beeld Getty Images

Dat windturbines moeten worden voorzien van een bijsluiter is inmiddels wel bekend: ‘Let op! Schadelijk voor de biodiversiteit, verpest waardevol landschap en maakt zo veel geluid dat het de volksgezondheid kan schaden.’ Vooral bij de geluidsoverlast wringt de schoen.

Omwonenden van windparken willen een striktere geluidsnorm vanwege zorgen om de gezondheid, maar overheid, milieuorganisaties en energie-industrie (de bedenkers van de regionale energiestrategie) willen veel windturbines op land kunnen plaatsen en daarvoor is, in een dichtbevolkt land als Nederland, een soepele geluidsnorm wel zo prettig.

Windpark Spui

De wettelijke geluidsnorm van 47dB is daarom zo gekozen dat hij veel ruimte biedt voor windenergie op land tegen ‘net aanvaardbare effecten op de volksgezondheid’, zo vertelde een medewerker van het ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2013 op een bijeenkomst van de Nederlandse Stichting voor Geluidshinder. Maar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) adviseerde in 2009 in de Evaluatie normstelling windturbinegeluid een striktere voorkeursnorm van 40dB om ‘ernstige geluidhinder tot een minimum te beperken’. De ‘RIVM-norm’ zou het potentieel van windenergie op land met 80 procent verminderen volgens datzelfde rapport en dat bleek politiek niet wenselijk. Sindsdien zitten we in Nederland met een geluidsnorm waarvan de overheid zou moeten weten dat deze te ruim is gesteld.

Niet iedereen is even gevoelig voor windturbinegeluid. De één kan er mee leven terwijl anderen de ramen dicht moeten doen om te kunnen slapen of zelfs verhuizen omdat ze gek worden van het geluid, zo zeiden omwonenden van windpark Houten afgelopen zaterdag in Het Parool.

Omwonenden van windpark Spui in Zuid-Holland kunnen hierover meepraten. De vijf turbines van dit park staan op 475 meter van de woonhuizen. Het windpark voldoet aan de wettelijke norm, maar toch ontving de omgevingsdienst in het eerste jaar na opening bijna duizend klachten vanwege geluidsoverlast. Zes van de twaalf omwonende gezinnen zijn binnen een jaar verhuisd omdat ze letterlijk ziek werden van het geluid. Achteraf hebben politici van de provincie Zuid-Holland spijt betuigd. Zij pleiten nu voor een afstandsnorm van twee kilometer.

Persoonlijke ambitie

In Amsterdam gaat dit probleem ook spelen; het stadsbestuur (een coalitie van GroenLinks, D66, PvdA en SP) heeft besloten zeventien windturbines te plaatsen binnen de gemeentegrenzen, ten onrechte vertrouwend op de wettelijke geluidsnorm. Het lijkt erop dat negen windturbines zonder al te veel overlast in het Havengebied kunnen worden geplaatst. Voor de overige acht wordt ruimte gezocht op open plekken op 350 meter of meer van woonbebouwing. Nog dichterbij dan bij windpark Spui!

Onbegrijpelijk, want de 35TWh doelstelling van de regionale energiestrategie is al bijna gehaald volgens Martien Visser, lector energietransitie aan de Hanzehogeschool. Bovendien kan het gemis van deze acht windturbines worden opgevangen met meer zonne-energie op de vele platte daken die Amsterdam rijk is, zoals PvdD en VVD ook al voorstellen. Om de klimaatdoelstellingen te halen is er geen noodzaak om de acht windturbines te plaatsen, maar helaas wijst het gemeentebestuur de aangedragen alternatieven van de hand. Het lijkt dan ook niet meer om de regionale energiestrategie te gaan, maar om een persoonlijke ambitie van politici de CO2-uitstoot te reduceren.

In plaats van zich blind te staren op de gemeentegrenzen, zou het Amsterdamse stadsbestuur zijn blik beter naar buiten kunnen richten. We drinken immers ook water uit de waterleidingduinen en eten aardappelen uit Flevoland. Volgens de landelijke politiek is er voldoende ruimte voor windenergie op de Noordzee. Middels participatie in zeeprojecten zou Amsterdam haar klimaatambitie zelfs nog kunnen verhogen en gelijktijdig de stad leefbaar houden. En mocht in de toekomst de energievraag dermate toenemen dat de Noordzee onvoldoende ruimte biedt, kan alsnog naar land worden gekeken. Maar tegen die tijd zijn er wellicht gezondere technieken voorhanden.

Stefan de Bruijn woont met zijn gezin op IJburg en is zelfstandig IT projectmanager en medeoprichter van actiegroep Windalarm. Beeld
Stefan de Bruijn woont met zijn gezin op IJburg en is zelfstandig IT projectmanager en medeoprichter van actiegroep Windalarm.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden