Opinie: ‘Neem mbo’ers serieus, besteed aandacht aan hun onzekerheid en worsteling’

Geertje Hulzebos
Om mbo-studenten in hun kracht te zetten is juist nu aandacht nodig voor hun welzijn en persoonlijke groei. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Om mbo-studenten in hun kracht te zetten is juist nu aandacht nodig voor hun welzijn en persoonlijke groei.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Mbo’ers worstelen vaak met onzekerheid en mentale problemen, maar in de media lijkt daar nog weinig aandacht voor te zijn. Geertje Hulzebos wil er de aandacht op vestigen zodat het mbo verder tot bloei komt.

Het mbo is de laatste tijd een hot item. De instroom daalt namelijk, terwijl het arbeidstekort juist in de mbo-sector het meest schrijnend is – een tekort dat ook de realisatie van belangrijke kabinetsplannen zoals gratis kinderopvang en de energietransitie raakt. Het is dan ook positief dat de politiek en media eindelijk het belang van het mbo zien, maar om mbo-studenten in hun kracht te zetten is juist nu aandacht nodig voor hun welzijn en persoonlijke groei.

Het RIVM deed tijdens de pandemie onderzoek naar het welbevinden van mbo-studenten met als veelzeggende titel ‘Ik ben maar een mbo’er’. Hieruit blijkt dat mbo-studenten zich niet gehoord voelen door de politiek en media en worstelen met een onzekere toekomst en mentale problemen. Corona is misschien voorbij, maar deze problematiek niet, aldus de Onderwijsinspectie. Vmbo-docent Talitha Kuchler laat in haar boek Een ode aan het vmbo scherp zien wat de stigmatisering van ‘lager’ en ‘minder’ met vmbo-leerlingen doet: gebrek aan eigenwaarde, niet geloven in jezelf en je dromen niet durven najagen. Als voormalig zorgmedewerker herken ik dit zeer, terwijl ik tegelijkertijd chronisch werd onderschat.

In de media gaat het niet over deze gevoelens van miskenning en het gebrek aan ontwikkelmogelijkheden. Recent schreven Paul van Lange en Sem Slewe in Het Parool dat mbo’ers ‘op geweldige wijze bij[dragen] aan onze maatschappij’ en Rasit Elibol concludeerde in De Groene Amsterdammer dat ouders hun kinderen moeten wijzen op de ‘baankansen van mbo’ers [en] hoe belangrijk zij zijn voor de toekomst van het land’. Treffend stelde voorzitter van de MBO Raad Adnan Tekin dat ‘wanneer het uur nadert met alle tekorten, men het mbo wel weet te vinden. Het serieuze gesprek moet ook plaatsvinden buiten die urgentie om’.

Dat serieuze gesprek moet gaan over de schrijnende en onzichtbare situatie waar mbo-studenten zich in bevinden – ruim vijfhonderdduizend mensen van wie het merendeel nog niet eens volwassen is als zij aan de opleiding beginnen. Willen we mbo’ers in hun kracht zetten, dan moet de wereld van het ‘jij zult’ op afstand worden gezet, zodat er ruimte komt voor een hartstochtelijk ‘ik wil’. Laat een bloeiende veelheid het einddoel zijn, alleen dan is deze veelbelovend en vitaal.

Geertje Hulzebos is onderwijskundig adviseur bij de Rijksoverheid, Amsterdam Beeld
Geertje Hulzebos is onderwijskundig adviseur bij de Rijksoverheid, Amsterdam

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden