Opinie

Opinie: ‘Na twee jaar stilstand is onderzoek naar sociale ontwikkeling bij kinderen extra hard nodig’

Kinderen en jongeren hadden het door de pandemie zwaar de afgelopen twee jaar. Helaas is er juist in die periode weinig pedagogisch veldonderzoek gedaan. Eddie Brummelman en Jellie Sierksma pleiten voor meer onderzoeksbudget om de gaten dicht te lopen.

Eddie Brummelman en Jellie Sierksma
Nu de samenleving weer opengaat, kan er weer pedagogisch veldonderzoek worden gedaan. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Nu de samenleving weer opengaat, kan er weer pedagogisch veldonderzoek worden gedaan.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De pandemie heeft verstrekkende gevolgen voor onze jongste generaties: kinderen maken zich zorgen, voelen zich eenzaam, en worden steeds vaker doorverwezen naar de ggz. De pandemie heeft een ‘gat in hun jeugd’ geslagen. En vooral kinderen uit kansarme gezinnen lopen ernstige onderwijsachterstanden op, waardoor kansenongelijkheid de pan uit rijst.

Hoe kunnen we deze groeiende stress, eenzaamheid en ongelijkheid tegengaan? Wetenschappelijk onderzoek naar deze vraag is essentieel. Maar laat dat nu juist het onderzoek zijn dat de afgelopen twee jaar grotendeels heeft stilgestaan. Nu de samenleving weer opengaat, is het tijd om naar de toekomst te kijken. Er zijn concrete plannen nodig om het wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen weer doorgang te laten vinden en om de klappen van de pandemie op te vangen.

Wij zijn ontwikkelingspsycholoog en pedagoog, en we doen onderzoek naar de sociale ontwikkeling van kinderen. Zo bestuderen we bijvoorbeeld wanneer en hoe kinderen discrimineren, hoe het zelfbeeld van kinderen zich ontwikkelt en hoe we ongelijkheid in het onderwijs kunnen tegengaan. We werken intensief samen met scholen en wetenschapsmusea door heel Nederland.

Onderzoek thuis of op school

In de praktijk betekent dit dat we scholen of musea uitnodigen om deel te nemen en daarna – met de toestemming van ouders – experimenten of observaties afnemen bij kinderen. Dit is arbeidsintensief onderzoek, dat verder gaat dan een simpele vragenlijst of een kort interview. We doen vaak opeenvolgende onderzoeken om een onderzoeksvraag te beantwoorden. Dataverzameling voor een enkele publicatie kost daarom vaak meerdere jaren. Maar het levert ook flink wat op: nieuwe inzichten waarmee we het leven van kinderen kunnen verbeteren.

In maart 2020 is aan al dit onderzoek abrupt een einde gekomen. Er kwam een lockdown, er volgde een schoolsluiting, en nog een, en nog een… Lopend onderzoek werd afgebroken, nieuwe onderzoeksplannen gingen de ijskast in. Schoolbesturen gaven logischerwijs voorrang aan het inhalen van onderwijsachterstanden en de gezondheid van hun personeel en kinderen. Wetenschappelijk onderzoek kreeg lang geen prioriteit.

Nu de deuren van scholen en musea weer opengaan, is het van belang dat wetenschappelijk onderzoek ook weer doorgang vindt. Het kan namelijk niet gewoon online worden voortgezet. Voor de onderzoeksvragen die wij stellen, is het noodzakelijk om kinderen in levenden lijve te zien: op school met hun klasgenoten, thuis met hun ouders of in een museum met een wetenschapper. Onderzoeken naar interventies op scholen, zoals antipestprogramma’s, moeten snel weer worden opgestart. Langlopende onderzoeken, waarin kinderen meerdere jaren worden gevolgd, moeten zo snel mogelijk weer worden voortgezet.

Elke dag dat dit onderzoek stil blijft liggen, beperkt ons beeld van hoe kinderen zich ontwikkelen. Immers, een half jaar op een kinderleven kan het verschil maken tussen bijvoorbeeld wel of niet kunnen lopen, praten of lezen.

Wetenschapsfinanciers

Hoe maken we ons onderzoek coronaproof voor een toekomst met nieuwe coronavarianten en mogelijk zelfs nieuwe lockdowns? Door mondkapjes te dragen waar nodig, door anderhalve meter afstand te houden waar mogelijk, en door samen te werken met scholen en musea die speciale onderzoeksruimtes inrichten waar we ons onderzoek op een veilige manier kunnen uitvoeren.

Bovendien is het van belang om nu goed in kaart te brengen wat de gevolgen zijn van de afgelopen twee jaar voor het onderzoeksveld en onderzoekers zelf. Veel onderzoekers hebben lang geen data kunnen verzamelen. Tegelijkertijd worden hun prestaties straks wel vergeleken met onderzoekers die wél onderzoek konden doen, met alle implicaties van dien voor de strijd om banen, promoties, onderzoeksgeld en prijzen.

Het is daarom belangrijk dat wetenschapsfinanciers en onderzoeksinstituten de stilstand expliciet gaan meewegen in evaluaties van onderzoekers en onderzoeksgroepen. Anders verdwijnt juist het onderzoek dat we nu het hardst nodig hebben, nog verder naar de achtergrond.

Hoe zorgen we ervoor dat alle kinderen, ondanks de ernstige gevolgen van de pandemie, een gelukkige en kansrijke toekomst tegemoet gaan? Het antwoord moet worden gebouwd op het fundament van wetenschappelijk onderzoek. We moedigen wetenschapsfinanciers, universiteiten, scholen en musea aan om de handen ineen te slaan en onderzoek naar sociale ontwikkeling de prioriteit te geven die het verdient.

Jellie Sierksma is universitair docent aan de Universiteit Utrecht. Eddie Brummelman is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam en lid van De Jonge Akademie (DJA).

Jellie Sierksma.

 Beeld
Jellie Sierksma.
Eddie Brummelman. Beeld
Eddie Brummelman.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden