Opinie: ‘Meer les over Europees burgerschap is een buitenkans voor scholen’

Sinds kort moeten scholen zelf een plan maken voor de manier waarop ze burgerschapsonderwijs inrichten. Een buitenkans, vindt scholier Merlijn van Leerzem, want scholieren willen graag meer leren over de Europese Unie.

Het Parool
Het onderwerp ‘Europese Unie' neemt op Nederlandse scholen maar een klein deel van het verplichte lespakket in. Beeld Getty Images
Het onderwerp ‘Europese Unie' neemt op Nederlandse scholen maar een klein deel van het verplichte lespakket in.Beeld Getty Images

Het kan u ontgaan zijn, maar 2022 is het Europees Jaar van de Jeugd. Extra aandacht voor jongerenbeleid door de EU is het speerpunt, en Europese organisaties voor jongeren als Erasmus+ en Horizon Europe worden financieel versterkt. Dit alles, aldus Europese Raad-voorzitter Charles Michel, met als doel de jonge generatie te steunen na de coronacrisis en het Europees burgerschap te stimuleren. Dit laatste blijkt niet makkelijk, hoewel Nederland zijn steentje kan bijdragen.

Vanuit de Europese Unie geldt sinds 2019 het achtjarenplan van de EU-jeugdstrategie. Centraal staat daarin het verbinden van de EU met de Europese jeugd. Door het hanteren van elf ‘jeugdwaardes’ rondom thema’s als duurzaamheid, inclusiviteit en gelijkheid wordt het zoeken naar gemeenschappelijkheden tussen jongeren in verschillende lidstaten gestimuleerd. Maar ook middels internationale activiteiten als een EU Youth Dialogue, het Model European Parliament en het EU Youth Strategy Platform moeten Europese jongeren elkaar opzoeken. Deze activiteiten zijn stuk voor stuk van belang om de eenheid onder Europese burgers te versterken. Dat is des te belangrijker in deze tijd van een sociaal en politiek polariserend Europa en de bijbehorende toekomstige crises.

Europese eenwording vraagt echter ook inspanning van de lidstaten: iets waar het momenteel in Nederland aan ontbreekt. In het Nederlandse primair en voortgezet onderwijs is er bijvoorbeeld weinig aandacht voor Europese burgerschapsvorming. Ons land vormt daarmee geen uitzondering in West-Europa: uit een studie van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) bleek dat ongeveer 30 procent van de Duitse scholieren aangeeft genoeg te leren over de EU. In Italië ligt dit percentage zelfs nog lager, op 14 procent. In Nederland zijn (nog) geen percentages bekend, al belooft de huidige aandacht voor de EU binnen het onderwijs niet veel goeds. Geen fraai gegeven, wanneer je het toenemende belang van Europese eenwording in ogenschouw neemt.

Zo wordt er vaak maar in een enkel leerjaar aandacht besteed aan maatschappijleer, vanwege het ontbreken van een eindexamen. Bovendien neemt het onderwerp ‘Europese Unie’ volgens de examensyllabus maar een klein deel van het verplichte lespakket in. Het keuzevak maatschappijwetenschappen, dat wat verder op de stof ingaat, wordt op veel scholen überhaupt niet gegeven.

Toch willen scholieren wel meer leren over de Europese Unie. Jongeren vinden het volgens de eerdergenoemde studie van het EESC bijvoorbeeld belangrijk om te weten hoe Europese instellingen werken, zodat zij beter betrokken kunnen zijn bij de EU. Daarnaast staan jongeren ervoor open om een nieuwe taal te leren en vrienden te worden met leeftijdsgenoten uit andere lidstaten. De wil tot Europees burgerschap is dus wel degelijk aanwezig: het onderwijssysteem schiet er op dit moment alleen in tekort om het leerlingen daadwerkelijk bij te brengen.

De onderwijsraad streeft al enkele jaren naar het implementeren van meer burgerschapsvorming in het onderwijs en sinds vorig schooljaar is dit ook formeel vastgelegd. Sinds augustus 2021 zijn scholen volgens de nieuwe burgerschapswet verplicht hun visie voor de (Europese) burgerschapsvorming vast te leggen en de resultaten te evalueren. Scholen dienen dus zelf een visie uit te schrijven en deze uit te voeren: zij krijgen de verantwoordelijkheid toegeschoven. Dit is ook een kans: wanneer scholen het belang van onderwijs over de EU inzien kunnen zij zelf hun curricula aanpassen richting de Europese burgerschapsvorming.

Uiteindelijk ligt de bal dus grotendeels bij de scholen, die hun lesprogramma’s over burgerschapsvorming zelf kunnen opzetten. Organisaties als ProDemos en Huis van Europa pleitten eerder al uitgebreid voor meer onderwijs over de EU en ik zou hierbij nogmaals scholen willen aansporen om dit prominent in te passen in het onderwijscurriculum. Het is ongelooflijk belangrijk dat leerlingen gewaar worden van het belang van een machtsorgaan met de invloed van de EU, al helemaal wanneer je het snel toenemende belang van Europees burgerschap in acht neemt.

Merlijn van Leerzem (16), leerling Stedelijk Gymnasium Breda

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden